WorksheetsBasiskennis onderbouw gt/havo/vwo Nederlands
Total questions: 144
Worksheet time: 1hrs 15mins
De persoonsvorm is ALTIJD een ...........
Werkwoord
Vorm van ik
Vorm van mij
Probleem
Het onderwerp van een tekst vind je door te letten op:
tussenkopjes en dikgedrukte of onderstreepte woorden
De titel
Een tekening of foto bij de tekst
De eerste zin of de eerste alinea.
Uit welke taal komt het volgende woord?
Computer
Engels
Frans
Duits
Latijn
Uit welke taal komt het volgende woord?
Ambulance
Engels
Frans
Duits
Latijn
Uit welke taal komt het volgende woord?
Sushi
Chinees
Japans
Arabisch
Dit is geen leenwoord
Uit welke taal komt het volgende woord?
Piano
Fins
Grieks
Italiaans
Dit is geen leenwoord
Uit welke taal komt het volgende woord?
Schwalbe
(a)
Uit welke taal komt het volgende woord?
Museum
(a)
Welk woord past voor alle woorden?
..... maker ......familie .....zwemmen
fijn
orde
rijden
schoon
Soort humor?
De directeur van de NMBS heeft een leuk salarisje.
parodie
cynisme
sarcasme
understatement
Wat is een voorbeeld van een activerende tekst?
Een wetenschappelijk artikel
Toneelstuk
Een pop-up
Handleiding
Wat is een signaalwoord bij het voorwaardelijk tekst verband?
Omdat
Tenzij
En
Maar
Noem de tekstsoort van een nieuwsbericht
(a)
Een verband binnen een zin of tussen zinnen noem je een:
Kernzin
Zinsverband
Alinea
Alineaverband
Wat is in de volgende zin de persoonsvorm:
Wij zijn bijna aan het einde van het jaar gekomen.
Zijn
Bijna
Het
Gekomen
Op welke plaats(en) in een alinea vind je de kernzin meestal?
De kernzin staat altijd maar 1 keer in de tekst
De kernzin staat alleen in de 1e zin
De kernzin staat meestal aan het einde, of bijna aan het einde.
De kernzin is meestal de eerste, tweede of laatste zin van een alinea.
Welk woord is geen is signaalwoord?
ook
vooralsnog
zijn
verder
Het vriest buiten. Is dit een feit of een mening?
Mening
Feit
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
De boodschap die de schrijver wil geven
Waar jij denkt dat de tekst over gaat
Een werkwoord
De gedachte van een personage in een boek
Wat is de goede volgorde voor het schrijven van een tekst?
Inleiding-slot-kern
Kern-slot-inleiding
Inleiding-kern-slot
Kern-inleiding-slot
Wat is een manier om de persoonsvorm te vinden?
De zin in een andere tijd zetten
De zin andersom lezen
De zin hardop lezen
Wie of wat voor de zin plaatsen
Wat is de juiste schrijfwijze?
onmiddelijk
onmiddellijk
onmiddenlijk
meteen
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
De persoonsvorm van een zin
Alle werkwoorden in een zin
De persoonsvorm en onderwerp van een zin
Het onderwerp en de persoonsvorm horen bij elkaar. Als de een in meervoud is, is de ander dat ook.
Juist
Onjuist
Wat is de persoonsvorm van de volgende zin:
Zij wil straks de krant lezen.
Zij
wil
de krant
lezen
Wat is het werkwoordelijk gezegde van de volgende zin:
Dat kind zit steeds te giechelen.
Dat kind
zit
zit te giechelen
giechelen
Wat is het werkwoordelijk gezegde van de volgende zin:
De zeeverkenners hebben dit jaar weer meegedaan aan de zeilwedstrijd.
De zeeverkenners
hebben
hebben meegedaan
meegedaan
Het werkwoordelijk gezegde bestaat altijd uit meerdere werkwoorden.
Juist
Onjuist
Wat is het onderwerp van de volgende zin:
Het huis van de buren wordt mogen geverfd.
Het huis
Het huis van de buren
wordt
geverfd
Wat is het lijdend voorwerp van de volgende zin:
Zij heeft hem een horloge gegeven.
Zij
heeft gegeven
hem
een horloge
Wat is het lijdend voorwerp van de volgende zin:
Die vrachtauto versperde gister de weg.
Die vrachtauto
versperde
gister
de weg
Welk antwoord bevat een bijzin?
De hond hapte naar de postbode.
De sauna in het zwembad was kapot.
Mijn oma eet geen appels, want ze is er allergisch voor.
De rode auto reed met volle vaart door rood.
Welke zin is goed geschreven?
Vader zei: 'Jay, vergeet niet de hond uit te laten, de vissen te voeren en je kamer op te ruimen!'
Vader zei: jay, vergeet niet de hond uit te laten, de vissen te voeren en je kamer op te ruimen!
vader zei jay vergeet niet de hond uit te laten, de vissen te voeren en je kamer op te ruimen
Vader zei: Jay, vergeet niet de hond uit te laten, de vissen te voeren en je kamer op te ruimen!
Maak van het voltooid deelwoord een bijvoeglijk naamwoord
Het gebouw is verlicht
Het (a) gebouw
In welke zin zit een dubbele ontkenning?
Ik heb daar nooit geen tijd voor.
Ik heb daar nooit tijd voor
Ik heb daar geen tijd voor
Welke zin bevat een contaminatie?
Dat jurkje zal wel erg duur zijn
Dat jurkje zal wel duur kosten
Dat jurkje is duur
mummies komen uit
(a)
wat is de naam voor woorden als ; eerst, daarna, dan, tot slot
(a)
Ik had zijn gsm aan Maarten gegeven.
pv
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bepaling
Ik had zijn gsm aan Maarten gegeven.
pv
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bepaling
slimmer..... ik
als
dan
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
Het bevat het belangrijkste nieuws van een nieuwsbericht.
Het vat de belangrijkste inhoud van een tekst in enkele zinnen samen.
Het vertelt in één zin wat de tekst over het onderwerp van de tekst zegt.
Wat is het onderwerp van een biografie over jou?
Dat weet je niet zonder het boek gelezen te hebben.
Een boek heeft nooit een onderwerp.
Dat ben ik zelf.
Poetin zoals hij het zelf zou vertellen.
Wat is de mogelijke hoofdgedachte van een tekst over schoonmaakmiddelen?
Ook een kast vol met jaren oude schoonmaakmiddelen?
De meeste schoonmaakmiddelen zijn eigenlijk overbodig.
Veel mensen weten niet dat je de schimmel in je badkamer met azijn kunt wegkrijgen.
Het belangrijkste doel van een brief van de NS over tariefswijzigingen is ...
informeren
instrueren
overhalen
overtuigen
Teksten over hetzelfde onderwerp en met hetzelfde doel hebben dezelfde hoofdgedachte.
Dat zou kunnen, maar hoeft niet.
Ja, want de teksten willen hetzelfde bereiken.
Nee, elke tekst is verschillend en heeft dus een andere hoofdgedachte.
Welke uitspraken zijn juist?
De informatie in een tekst is betrouwbaarder als....
de bron belang heeft bij een bepaalde voorstelling van zaken.
de bron van de tekst bekend is.
de bron verstand heeft van het onderwerp.
de informatie in elk geval ouder is dan één week.
de informatie te controleren is.
Welk woord is een samengesteld woord?
koopje
dankbaar
figuurlijk
doelgroep
Welk woord is een samengesteld woord?
dagbesteding
kleintje
hoorbaar
heropvoeden
Welk woord heeft een voorvoegsel?
kippensoep
ongelooflijk
denken
worsteling
Welk woord heeft een voorvoegsel?
werkwoord
antwoord
herinrichten
dropje
Welk woord heeft een achtervoegsel?
betekenisvol
vol
herdenken
dropsleutel
Welke twee woorden hebben een achtervoegsel?
werkloos
betekenisvol
optioneel
hersenen
Vul de juiste vorm in:
[aanschaffen] Ik heb een nieuw skateboard [………….].
(a)
Vul de juiste vorm in:
[realiseren] Ik heb me dat helemaal niet [………………..].
(a)
Vul de juiste vorm in:
[afrekende] Heb jij de boodschappen al […………………].
(a)
Vul de juiste vorm in:
[ toepast ] Heb ik de goede strategie wel [...………...……...…….].?
(a)
Het is steenkoud buiten. Is dit een feit of een mening?
Mening
Feit
Wat is een manier om de persoonsvorm te vinden?
De zin in een andere tijd zetten
De zin vragend maken.
de getalsproef
(=aantal van het onderwerp veranderen)
De docent vragen.
Welke rijmvorm tref je aan in onderstaande zin? Gods wijze glimlach duurde 20 jaar.
Eindrijm
Alliteratie
Assonance
Elisie
Wat is literatuur?
Verzamelnaam voor fictieve teksten die een 'diepere laag' hebben.
Verzamelnaam voor non fictie teksten.
De manier waarop een verhaal is geschreven.
Alles wat ik niet wil lezen.
Wat is fictie?
Een verzonnen verhaal.
Een autobiografisch verhaal.
Een verhaal dat (deels) kan gaan over werkelijke gebeurtenissen.
Een verhaal dat (deels) kan gaan over mensen die werkelijk hebben bestaan.
als een verhaal op volgorde van tijd verloopt dan noem je dat (a)
de tijd die verloopt binnen het verhaal (aantal uur, dagen, jaren etc.) noemen we de (a) tijd
tijd overslaan in een verhaal heet een ...
(a)
minder tijd nemen voor het vertellen van een gebeurtenis dan de tijd die de gebeurtenis in het verhaal in beslag nam noemen we ...
(a)
als de verteltijd groter is dan de vertelde tijd dan noemen we dat ...
(a)
De zin: 'Ik keek uit het raam en zag mijn kat door de tuin lopen.' is een voorbeeld van:
auctoriaal perspectief
personaal perspectief
ik-perspectief
meervoudig perspectief
De zin: 'Toen ze uit het raam keek en haar kat door de tuin zag lopen, waren er honderd kilometer verderop de meest gruwelijke zaken gestart die ook haar te zijner tijd zouden bereiken.' is een voorbeeld van:
auctoriaal perspectief
personaal perspectief
ik-perspectief
meervoudig perspectief
De zin: 'Toen ze uit het raam keek en haar kat door de tuin zag lopen, dacht ze aan de meest gruwelijke zaken honderd kilometer verderop die haar te zijner tijd ook zouden kunnen bereiken.' is een voorbeeld van:
auctoriaal perspectief
personaal perspectief
ik-perspectief
meervoudig perspectief
Wat is een standpunt?
een mening
gemakkelijk te lezen
iets met want of omdat
een bouwplan
Wat zijn voorbeelden van beoordelingswoorden?
want, omdat, en, tevens, bijvoorbeeld
meeslepend, geheimzinnig, eng, goed
dus, daarom, want, al met al
de, het, een
Welke zin bevat een argument?
Ik ga het liefst naar Çuracao op vakantie.
Zij willen met de voorstelling meedoen.
Dat vak is afgrijselijk. Je moet teveel uit je hoofd leren.
Hij is goed in sport en hij is goed in wiskunde.
Welke 5 tekstdoelen ken je?
(a)
Wat een prachtige beweging!
Feit
Mening
Maar en echter zijn de signaalwoorden voor het tekstverband ...
(a)
Een feit kun je controleren.
Waar
Niet waar
Welke uitspraken zijn juist? Er zijn meerdere goede antwoorden.
Als je iets kunt controleren is het een feit.
Feiten kun je alleen op Google controleren.
Een mening herken je aan woorden ik vind en volgens mij.
Een argument herken je aan signaalwoorden als want, omdat, daarom en namelijk.
Van welk verband is sprake in de volgende zin?
Hij blijft langer weg dan normaal, dus er zal wel iets aan de hand zijn.
Redengevend
Samenvattend
Concluderend
Oorzakelijk
Plak de zinnen aan elkaar en gebruik een voegwoord. Je mag de woordvolgorde veranderen.
Ik heb de bus gemist. Ik kwam te laat.
Je móet eentje kiezen:
1. Als het regent moet je altijd heel hard huilen (ook als je binnen bent).
2. Altijd als je een hond ziet moet je een kwartier lang achter hem aan kruipen.
Ik kies 1.
Ik kies 2.
Een voorbeeld van een informatieve tekst is
een betoog
een recensie
een schoolboek
een stripverhaal
Wat wordt bij een instructie niet gebruikt?
de mening van de schrijver
grafieken
afbeeldingen
de bron van de tekst
Een recept voor appelcake.
Een artikel op Wikipedia over Antwerpen.
Een poster met verschillende argumenten waarom je beter water drinkt dan frisdrank.
Een reclameadvertentie voor de nieuwste film van James Bond.
Een cartoon in de krant.
Mijn vader (verbieden tt) het downloaden van series op mijn Ipad.
(a)
Het (tochten vt) erg in de kamer.
(a)
Met die argumenten heb je alles volledig (beredeneren).
(a)
Het (marineren) stukje vlees werd door de kok in een (afsluiten) pan (bereiden).
(a)
Al (kletsen) wandelden de leerlingen naar de les.
(a)
Het (landen) vliegtuig (worden) volgende week helemaal (repareren).
(a)
Vul het juiste verwijswoord in.
Waar heb je het zakje snoep neergelegd, die / dat Dex gisteren heeft gekocht?
die
dat
Kies het juiste verwijswoord.
Onze boot is gerepareerd. Morgen brengen we het / hem naar de haven.
het
hem
Kies het juiste verwijswoord.
De zonnebril van Els is kapot, want Johan heeft hem / ze per ongeluk laten vallen.
hem
ze
Kies het juiste verwijswoord.
Tim heeft de jas van Noortje meegenomen. Deze / Dit moet hij straks aan hem / haar teruggeven.
Deze, hem
Deze, haar
Dit, hem
Dit, haar
Kies het juiste verwijswoord.
De spelers moeten terugkomen op hun / zijn besluit om uit deze / dit team te stappen.
hun, deze
hun, dit
zijn, deze
zijn, dit
Kies het juiste verwijswoord.
De koffiekopjes staan nog op dit / deze tafeltje. Wil jij hem / ze even opruimen?
dit, hem
deze, hem
dit, ze
deze, ze
Kies het juiste verwijswoord.
Het paard die / dat op stal staat, is van mijn tante. Hij / Het heeft al aan veel wedstrijden meegedaan.
die, Hij
dat, Hij
die, Het
dat, Het
Kies het juiste verwijswoord.
Het meisje dat / die daar loopt, zit bij mij in de klas. Hij / Zij kan goed voetballen.
dat, Hij
die, Hij
dat, Zij
die, Zij
Kies het juiste verwijswoord.
De meisjes dat / die daar lopen, zitten bij mij in de klas. Hun / Zij kunnen goed voetballen.
dat, Hun
die, Hun
dat, Zij
die, Zij
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Dat zegt iets over een ander woord.
Dat zegt iets over een werkwoord.
Dat zegt iets over de staat van de zin.
Dat zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Waar is een bijvoeglijk naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig werkwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is het hulpwerkwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Waar is het bezittelijk voornaamwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
In welke zin is een wederkerend voornaamwoord vetgedrukt?
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
In welke zin is een koppelwerkwoord vetgedrukt?
Hij heeft zich in lange tijd niet zo enorm geschaamd.
Hij heeft zich in lange tijd niet zo geschaamd.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Waar is een persoonlijk voornaamwoord vetgedrukt?
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Wat zijn de negen KOPPELWERKWOORDEN?
zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen
zijn, koppelen,
blijven, blijken,
lijken, schijnen,
heten, dunken, voorkomen
zijn, worden, lijven, blijken, schijnen,
heten, dunken, voorkomen
zijn, worden, blijven, blijken,
lijken, schijten,
heten, dunken, voorkomen
Dat laatste boek sla ik hoger aan .... zijn vorige.
als
dan
Er werd twee keer zoveel verkocht ..... vorig jaar.
als
dan
De nieuwe spits scoort meer ..... men van hem verwachtte.
als
dan
Dat nieuwe lokaal heeft dezelfde afmetingen ..... de oude lokalen.
als
dan
Schrijf het woord aaneen waar dat moet. Voeg zo nodig een liggend streepje (koppelteken
of weglatingsteken) toe.
hoog + en + laag + gebergte
(a)
Schrijf het woord aaneen waar dat moet. Voeg zo nodig een liggend streepje (koppelteken
of weglatingsteken) toe.
mond + tot + mond + reclame
(a)
OPSOMMENDE signaalwoorden:
ook, tevens, bovendien, daarnaast
Ten eerste, ten tweede, ten derde, tenslotte
Verder, om te beginnen
eerst, daarna, dan, uiteindelijk
CHRONOLOGISCHE signaalwoorden:
Eerst, dan, daarna, uiteindelijk,
Eens, toen, vroeger, nu
Ten eerste, ten tweede, ten derde
Voordat, nadat, vervolgens
TEGENSTELLENDE signaalwoorden:
Maar, echter, toch, wel
En, ook, tevens, bovendien
Hoewel, desondanks, weliswaar
aan de ene kant
+
aan de andere kant
SAMENVATTENDE signaalwoorden:
Kortom, samengevat
Al met al, met andere woorden
ten eerste, ten tweede, ten derde
Integendeel, daarentegen
CONCLUDERENDE signaalwoorden:
dus, kortom, al met al, met andere woorden
samenvattend, concluderend, alles overziend
daaruit volgt,
hieruit blijkt dat
Voordat, nadat
OORZAKELIJKE (oorzaak-gevolg) signaalwoorden:
Hierdoor, doordat, daardoor, zodat
ten eerste, ten tweede
eerst, later, daarna
ook, tevens, bovendien
TOELICHTENDE signaalwoorden:
namelijk, dat wil zeggen
zo, met andere woorden
bijvoorbeeld, ter toelichting.
echter, zodat, omdat, daarom
VOORWAARDELIJKE signaalwoorden:
als, indien
aangenomen dat, gesteld dat.
tenzij, mits
daarna, ten eerste, vervolgens
De KERNZIN is de........
De belangrijkste zin in een alinea
De belangrijkste zin in een tekst
De middelste zin van een alinea
De middelste zin van een tekst
Bij het TEKSTDOEL 'informeren' hoort de tekstsoort..........
Beschouwing
stripboek
betoog
uiteenzetting
advertentie
Bij het TEKSTDOEL 'opiniëren' hoort de tekstsoort..........
Beschouwing
stripboek
betoog
uiteenzetting
advertentie
Bij het TEKSTDOEL 'overtuigen' hoort de tekstsoort..........
Beschouwing
stripboek
betoog
uiteenzetting
advertentie
Bij het TEKSTDOEL 'activeren' hoort de tekstsoort..........
Beschouwing
stripboek
betoog
uiteenzetting
advertentie
Bij het TEKSTDOEL 'amuseren' hoort de tekstsoort..........
Beschouwing
stripboek
betoog
uiteenzetting
advertentie
wat kan een juiste volgorde zijn?
Mening,
argument,
feit,
tegenargument,
weerlegging
feit,
mening,
argument,
tegenargument
weerlegging
weerlegging,
tegenargument
mening,
feit,
argument
tegenargument,
feit,
argument,
mening,
weerlegging
