wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo1 - TV9

Total questions: 20

Worksheet time: 1hrs 24mins

Name
Class
Date
1.

Maak een korte 'to do-list' over tijdvak 9. Wat weet je nog?

4 lines
2.

Wanneer begint en wanneer eindigt de periode van de wereldoorlogen (oftewel tijdvak 9)?

4 lines
3.

Wat is het kapitalisme?

(a)  

4.

Er waren voorstanders en tegenstanders van het kapitalisme. Waarom waren de voorstanders "fan" van het kapitalisme?

(a)  

5.

Er waren voorstanders en tegenstanders van het kapitalisme. Waarom waren de tegenstanders geen "fan" van het kapitalisme?

(a)  

6.

Ben jij een voorstander of een tegenstander van het kapitalisme?

a)

Voorstander

b)

Tegenstander

7.

Waarom ben jij een voorstander of tegenstander van dit kapitalisme? (uitleg van jouw vorige antwoord)

4 lines
8.

Je ziet bij deze vraag een kaart. Wat heeft die kaart te maken met de term 'financieel hart van de wereld'?

(a)  

9.

Wat zie je op de afbeelding hiernaast? Welk begrip uit tijdvak 9 kun je hieraan koppelen?

(a)  

10.

Wat heeft de afbeelding 'vrouwen in een fabriek' te maken met de veranderende economie tijdens de Eerste Wereldoorlog?

(a)  

11.

Leg in eigen woorden uit wat een aandeel is.

4 lines
12.

Wanneer vond de beurscrash in de VS plaats?

a)

28 oktober 1929

b)

28 november 1929

c)

27 oktober 1928

d)

27 november 1928

13.

Wat zie je op de afbeelding?

(a)  

14.

Wat waren de drie belangrijkste dingen die in de New Deal stonden?

(a)  

15.

Nederland deed meerdere dingen toen er veel werkeloosheid was. Wat deden ze niet?

a)

Mensen verplichten om stempels gaan halen om zwart werken te verkopen.

b)

Mensen verplichten om te gaan werken als de overheid een baan voor hen had.

c)

De regering gaf een kleine financiële steun voor voedsel en huur.

d)

De regering gaf een kleine financiële steun voor sport en kleding.

16.

Vind jij het goed dat Nederland tijdens de periode van werkeloosheid zo aan de slag ging?

a)

Ja

b)

Nee

17.

Waarom vind jij het wel of niet goed dat de Nederlandse overheid zo te werk ging? (Uitleg van jouw vorige antwoord)

4 lines
18.

Bij het naoorlogse Duitsland heb je het begrip hyperinflatie geleerd. Wat heeft hyperinflatie te maken met stakende arbeiders?

(a)  

19.

Hitler kon in 1932 aan de macht komen doordat er veel problemen waren in de Duitse politiek. Wat was er aan de hand?

(a)  

20.

Gaat het geschiedenis proefwerk in de proefwerkweek jou lukken?

a)

Ja :)

b)

Nee :(

c)

Misschien?