wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nomade - Hoofdstuk 1 - Het vruchtbare rijk

Total questions: 46

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Waarom leven jagers en verzamelaars als nomaden?

a)

Omdat jagers en verzamelaars geen huizen kennen.

b)

Omdat er op veel plekke maar weinig voedsel is, waardoor men snel weer door moet trekken.

c)

Omdat jagers en verzamelaars graag op veel verschillende plekken wonen.

d)

Omdat de dieren, waarop de jagers en verzamelaars jagen, steeds op dezelfde plaats blijven.

2.

Wat is de naam van het tijdvak van dit hoofdstuk?

a)

jagers en boeren

b)

jagers en verzamelaars

c)

prehistorie

d)

voor Christus

3.

Tot welk jaar duurde het tijdvak van dit hoofdstuk?

a)

tot 10.000 v. Chr.

b)

tot 5.000 v. Chr.

c)

tot 3.000 v. Chr.

d)

tot 3.500 v. Chr.

4.

Wat is GEEN middel van bestaan van de eerste mensen?

a)

jagen

b)

verzamelen

c)

vissen

d)

landbouw

5.

Wat hoort NIET bij jager-verzamelaars?

a)

nomaden

b)

grotschilderingen

c)

veel bezit

d)

kleine groepen

6.

Wat hoort NIET bij boeren?

a)

nomaden

b)

hunebed

c)

veeteelt

d)

aardewerken potten

7.

In welk jaar vond de landbouwrevolutieplaats

a)

Ongeveer 100.000 jaar geleden

b)

Ongeveer 10.000 jaar geleden

c)

Ongeveer 5.000 jaar geleden

d)

Ongeveer 1.000 jaar geleden

8.

1. Vrouwen zochten vruchten en noten.

2. Gereedschap werd gemaakt van botten en steen.

a)

1 is waar en 2 is niet waar.

b)

1 en 2 zijn beide waar.

c)

1 is niet waar en 2 is waar.

d)

1 en 2 zijn beide niet waar.

9.

De agrarische revolutie is

a)

overgang van boerderij naar tenten en grotten

b)

overgang van jagen naar verzamelen

c)

overgang van boeren naar jagers

d)

overgang van jagen naar boeren

10.
Juist of onjuist: de landbouwrevolutie ging erg snel
a)
juist
b)
onjuist
11.

Waar ontstond de eerste landbouw?

a)

In de vruchtbare halve maan in het Midden-Oosten

b)

In de vruchtbare halve rivier in Afrika

c)

In de vruchtbare halve zon in Egypte

d)

In de vruchtbare ster in het Midden-Oosten

12.

Wat is een gevolg van het ontstaan van de landbouw? er zijn twee antwoorden juist

a)

Mensen gingen op vaste plaatsen wonen

b)

Mensen gingen meer jagen

c)

Er ontstonden meer machtsverschillen tussen mensen

d)

Het klimaat werd warmer

13.

Welk woord hoort niet bij de volgende rij?

a)

Mesopotamië

b)

Nijl

c)

Tigris

d)

Eufraat

e)

Vruchtbare halve maan

14.

Dankzij landbouwoverschotten konden nieuwe beroepen ontstaan. Deze uitspraak is

a)

onjuist

b)

juist

15.

Wie zie je hier

a)

Dit is een jager

b)

Dit is Otzi. Een man die in het ijs is gevonden

c)

Een Romein

d)

Een Fries

16.

Wat zie je hier?

a)

Een hoop stenen

b)

Afval van een bouwplaats

c)

Een hunebed

d)

Een speelplaats

17.

Geschiedenis en archeologie hebben iets gemeenschappelijk:

a)

beide zijn het schoolvakken

b)

beide werken met bronnen

c)

historici en archeologen studeren één vak

d)

ze verdienen even veel

18.

Neolithische Revolutie is

a)

overgang van jagen naar boeren

b)

overgang van jagen naar verzamelen

c)

overgang van boeren naar jagers

d)

overgang van boerderij naar tenten en grotten

19.

De landbouw is vergroting van de opbrengst mogelijk maakt, heet

a)

irritatie-landbouw

b)

infiltratie-landbouw

c)

illegale landbouw

d)

irrigatie-landbouw

20.

welke zin past wel bij de eerste stedelijke gemeenschappen?

a)

er was nog geen geld, alles ging met ruilen

b)

de koning was meestal de baas over tien steden

c)

elke stad had tenminste drie tempels

d)

stadsmuren waren niet nodig, want oorlog bestond nog niet

21.

Op welke twee manieren betaalden boeren belasting?

a)

Een deel van hun oogst afstaan.

b)

Geld betalen.

c)

Klusjes doen voor een opzichter.

d)

Bouwen aan koninklijke bouwwerken.

22.

Waarom kun je de cultuur van de Egyptenaren een beschaving noemen? Kies de juiste uitspraak.

a)

Omdat alle Egyptenaren op een beschaafde manier met elkaar omgingen.

b)

Omdat de cultuur van de Egyptenaren zich door de wetenschap en de kunst steeds verder ontwikkelde.

c)

Omdat de Egyptenaren in een landbouwstedelijke samenleving woonden.

d)

Omdat jagen en verzamelen niet meer het belangrijkste bestaansmiddel was.

23.

Waarom was de uitvinding van het schrift zo belangrijk voor de Egyptenaren? Kies de twee juiste uitspraken.

a)

Alle Egyptenaren konden door de uitvinding van het schrift makkelijker met elkaar communiceren.

b)

Door het schrift kon de administratie van de belastingen veel beter en eerlijker worden bijgehouden.

c)

Door het schrift konden wetten worden vastgelegd.

d)

Door het schrift weten we nu meer van de Egyptenaren.

24.

Wat was de belangrijkste oorzaak van het ontstaan van dorpen in het Oude Egypte?

a)

Men zocht bescherming tegen wilde dieren.

b)

Men hoefde niet verder te trekken op zoek naar voedsel.

c)

Men wilde elkaars landbouwwerktuigen gebruiken.

d)

Men had meer behoefte aan sociale contacten.

25.

Wat gebruikten de Egyptenaren niet om de Nijl te beheersen?

a)

Dammen

b)

Sloten

c)

Bruggen

d)

Dijken

26.

Het ontstaan van een staat had tot gevolg dat:

a)

er meer gelijkheid onder de mensen ontstond.

b)

de mensen godsdienstig werden.

c)

er een gelaagde samenleving ontstond.

d)

men over ging van jagen op landbouw.

27.

Dat de oude Egyptenaren geloofden in een leven na de dood, kun je vooral zien aan:

a)

de schilderkunst in de graven.

b)

de tempels.

c)

de gelaagde samenleving.

d)

het schrift.

28.

Waarom denk je dat de Egyptenaren ogen, schouders en handen van voren schilderden, terwijl het hoofd opzij geschilderd werd?

a)

Ze konden niet goed genoeg schilderen om het te doen zoals wij het nu in het algemeen doen.

b)

Ze vonden het niet belangrijk of de schildering op de werkelijkheid leek.

c)

De schilderingen waren bedoeld voor het hiernamaals, daar kon je beter een compleet oog hebben dan een half oog en beter twee schouders of twee duimen dan één.

d)

Ze vonden het niet getuigen van respect als ze iemand schilderden met een half oog of één schouder of één duim.

29.

Wat betekent weer?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

b)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en een bepaalde plaats

c)

De temperatuur op een bepaalde plek.

d)

Alle vormen van regen en wind bij elkaar.

30.

Wat betekent klimaat?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 10 jaar.

b)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

c)

Het gemiddelde weer over een periode van 50 jaar.

d)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.

31.

Met welke letter wordt Temperatuur uitgedrukt

a)

A

b)

C

c)

X

d)

Z

32.

Wat gebeurt er met een groep jagers en verzamelaars als deze groep te groot wordt?

a)

De jagers en verzamelaars laten geen kinderen geboren worden.

b)

De bejaarden in de groep worden gedood.

c)

De groep jagers en verzamelaars wordt opgesplitst.

d)

De jagers en verzamelaars gaan over op de landbouw.

33.

Waarom was het lastig om in een grote groep van jagers en verzamelaars te leven?

a)

In een grote groep is de kans op ruzie erg groot.

b)

In de tijd van jagers en verzamelaars hadden de mensen nog geen grote families.

c)

In een grote groep is er te weinig voedsel voor iedereen.

d)

In een grote groep zijn er niet genoeg vruchtbare vrouwen.

34.

Waarom weten we heel weinig over het leven van de mensen in de prehistorie?

a)

De huizen van deze mensen zijn al lang vergaan.

b)

Er wonen in de prehistorie veel te weinig mensen op de wereld om iets over te weten te komen.

c)

De mensen hebben vrijwel geen bronnen achtergelaten.

d)

De mensen uit de prehistorie vonden hun geschiedenis niet interessant genoeg om over te schrijven.

35.

Welk begrip past het beste bij de overgang van jagers en verzamelaars naar een samenleving van boeren?

a)

Neolithische Revolutie

b)

Landbouwsamenleving

c)

Agrarisch-stedelijke samenleving

d)

Agrarische samenleving

36.

Wat is waar?

Uitspraak 1: Vandaag de dag leven er bijna geen nomaden meer op de wereld

Uitspraak 2: Vandaag de dag leven er bijna geen jagers en verzamelaars meer op de wereld

a)

Beide uitspraken zijn juist.

b)

Beide uitspraken zijn onjuist.

c)

Uitspraak 1 is juist, uitspraak 2 is onjuist.

d)

Uitspraak 2 is is onjuist, uitspraak 2 is juist.

37.

Wat laten de grafgiften van jagers en verzamelaars vooral zien aan archeologen?

a)

Dat de jagers en verzamelaars geloven in een leven na de dood

b)

Dat de jagers en verzamelaars aan landbouw doen

c)

Dat de jagers en verzamelaars in goden geloven

d)

Dat de jagers en verzamelaars veel van elkaar houden

38.

De rivieren de Eufraat en de Tigris zijn rond 11.000 voor Christus belangrijk voor de landbouw.          

In welk van deze onderstaande landen stroomt het grootste deel van deze rivieren?

a)

Egypte

b)

Afghanistan

c)

Irak

d)

Syrië

39.

Welke Nederlandse provincie staat bekend om de Hunebedden die er zijn gevonden?

a)

Friesland

b)

Overijssel

c)

Gelderland

d)

Drenthe

40.

Waarom moeten de Egyptische boeren gebruik maken van de irrigatielandbouw?

a)

Er valt te weinig regen in Egypte.

b)

Dat is de Egyptische boeren verteld door de goden.

c)

De Egyptische boeren moeten het voorbeeld van de boeren uit Mesopotamië volgen.

d)

De farao heeft dit zo bepaalt voor Egypte

41.

Bij welk van de volgende rijtjes staan de Egyptische personen in de juiste volgorde van mensen met veel status naar mensen met weinig status?

a)

Schrijver - Legeraanvoerder- Boer - Slaaf

b)

Slaaf – Boer – Schrijver - Legeraanvoerder

c)

Legeraanvoerder – Boer – Schrijver - Slaaf

d)

  Legeraanvoerder – Schrijver – Boer – Slaaf

42.

Waarin worden de ingewanden van een Egyptische dode bewaard?

a)

Sarcofaag

b)

Canope

c)

Papyrus

d)

Mummie

43.

Wat voor klimaatgebied is aanwezig bij nummer 1?

a)

Gematigd zeeklimaat

b)

Poolklimaat

c)

Landklimaat

d)

Tropisch regenwoudklimaat

44.

Wat voor klimaatgebied is aanwezig bij nummer 2?

a)

Gematigd zeeklimaat

b)

Woestijnklimaat

c)

Landklimaat

d)

Tropisch regenwoudklimaat

45.

Wat voor klimaatgebied is aanwezig bij nummer 3?

a)

Gematigd zeeklimaat

b)

Poolkimaat

c)

Landklimaat

d)

Tropisch regenwoudklimaat

46.

Op de foto zie je verschillende loofbomen bij elkaar. Deze bomen groeien goed in een...

a)

Landklimaat

b)

Gematigd zeeklimaat

c)

Tropisch regenwoudklimaat

d)

Woestijnklimaat