Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

mens en maatschappij tw 3

Total questions: 38

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Wat was geen oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

Kritiek op standensamenleving

b)

Armoede en hongersnood

c)

Toenemende inspraak Franse bevolking

d)

Gebrek aan inspraak burgerij

2.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

3.
Drie jaar na het begin van de revolutie werd Frankrijk een republiek. Dat is.....
a)
een land met een koning zonder macht.
b)
een land met edelen die het land regeren.
c)
een land zonder echte  leider.
d)
een land zonder koning of keizer.
4.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
5.

Welk idee past bij de verlichting?

a)

Macht moet niet gegeven worden aan één persoon/groep

b)

Iedereen mag stemmen

c)

Slaven moeten beter worden behandeld

d)

De paus heeft altijd gelijk

6.

Wat gebeurt er in de laatste fase van de Franse Revolutie? (1799)

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

Verklaring van de rechten van de Mens en Burger.

c)

Periode van Terreur.

d)

Napoleon Bonaparte grijpt de macht.

7.

Wat gebeurt er in de laatste fase van de Franse Revolutie? (1799)

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

Verklaring van de rechten van de Mens en Burger.

c)

Periode van Terreur.

d)

Napoleon Bonaparte grijpt de macht.

8.

Welk kenmerk past NIET bij de Verlichting?

a)

Geleerden gaan er vanuit dat mensen kunnen groeien en kunnen leren

b)

Geleerden vinden dat kerkleiders de mensen dom en onwetend houden

c)

Mensen volgen de adviezen op van anderen en denken niet voor zichzelf

d)

Er werden vragen gesteld over de manier waarop de samenleving werd bestuurd

9.

Wat is de juiste omschrijving van het begrip Verlichting?

a)

Denkstroming in de 18e eeuw die het gebruiken van het eigen verstand centraal stelde. Hierdoor kon een betere samenleving worden gemaakt.

b)

Denkstroming in de 19e eeuw die het gebruiken van van het eigen verstand centraal stelde. Hierdoor kon een betere samenleving worden gemaakt.

c)

Een nieuwe uitvinding in de 18e eeuw waarbij mensen niet meer kaarsen als verlichting hoefden te gebruiken, maar nu lampen konden gebruiken.

d)

Denkstroming waarbij mensen op een bepaalde manier gingen denken dat ze zich erg verlicht voelden.

10.

welke tijd is de eeuw van de verlichting?

a)

1700

b)

1800

c)

1600

d)

1900

11.

wat houdt de verlichting in?

a)

kritisch kijken naar jezelf

b)

jezelf verbeteren onder invloed van god

c)

rekening houden met de wereld en letten op elkaar

d)

kritisch kijken naar de wereld om je heen, elkaar gelijk zien

12.

wat is absolutisme?

a)

vorsten streven naar absolute macht

b)

koningen zorgen dat iedereen gelukkig is door ze geld te geven

c)

mensen moeten belasting betalen

d)

absolute eenheid

13.

wat zijn de 3 kenmerken van De Verlichting? (kies er 3)

a)

groot vertrouwen in rationeel denken

b)

onderzoek kon voor alle terreinen van de samenleving worden gebruikt

c)

mensen gingen alles met machines doen

d)

door de verlichting was maatschappelijke groei mogelijk

14.

geleerden gaan er vanuit dat de mensen kunnen groeien en leren

a)

waar

b)

niet waar

15.
Wat is een tropisch klimaat  ?
a)
warm maar 's nachts heel koud.
b)
koude gebieden met veel regen.
c)
warme gebieden, met heel veel zon.
d)
gebieden met warme lucht, die rond de evenaar liggen. en waar veel regen valt
16.
Wat is een woestijnklimaat ?
a)
een gebied waar het nooit regent en waar geen planten groeien.
b)
een gebied waar het nooit regent en veel planten groeien
c)
een gebied waar planten kunnen groeien en waar het soms regent
d)
een gebied waar het zo droog is dat er geen planten kunnen groeien, en waar het soms jaren niet regent en dan opeens heel veel.
17.
Wat is een zeeklimaat ?
a)
warme winter, warme zomer
b)
warme winter, koele zomer, weinig regen
c)
koude winter, warme zomer, weinig regen
d)
zachte winter, koele zomer, veel regen
18.
Wat Is De Betekenis Van Breedteligging
a)
De geografische ligging van een plaats ten opzicht van de evenaar uitgedrukt in graden.
b)
Boomkruinen op verschillende hoogten in een bos
c)
een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
d)
Dicht ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen
19.
Wat is een landklimaat?
a)
Er zijn strenge winters en warme zomers.
b)
Gebied waar de temperatuur nooit boven nul komt. 
c)
Zachte winters en koele zomers. 
d)
Klimaat vlak bij de evenaar. 
20.

Wat Is De Betekenis Van Hoogteligging

a)

De geografische ligging van een plaats ten opzicht van de evenaar uitgedrukt in graden.

b)

het aantal meter boven zeeniveau

c)

een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt

d)

Dicht ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen

21.

Wat betekent de hoofdletter A?

a)

Droog klimaat

b)

Tropisch klimaat

c)

Savanneklimaat

d)

Zeeklimaat

22.

Wat betekent de hoofdletter B?

a)

Droog klimaat

b)

Landklimaat

c)

Poolklimaat

d)

Tropisch klimaat

23.

Wat betekent de hoofdletter C?

a)

Landklimaat

b)

Droog klimaat

c)

Middellandse Zeeklimaat

d)

Zeeklimaat

24.

Wat betekent de hoofdletter D?

a)

Landklimaat

b)

Zeeklimaat

c)

Poolklimaat

d)

Droog klimaat

25.

Wat betekent de hoofdletter E?

a)

Sneeuwklimaat

b)

Toendraklimaat

c)

Poolklimaat

d)

Landklimaat

26.

Wat betekent de hoofdletter H als deze achter de E staat?

a)

Toendraklimaat

b)

Hooggebergteklimaat

c)

Sneeuwklimaat

d)

Woestijnklimaat

27.

Wat betekent de hoofdletter S als deze achter de B staat?

a)

Tropisch klimaat met droge zomer

b)

Steppeklimaat

c)

Savanneklimaat

d)

Droog klimaat met droge zomer

28.

Wat betekent Af?

a)

Tropisch klimaat met hele jaar door neerslag

b)

Tropisch klimaat met droge zomer

c)

Tropisch klimaat met droge winter

29.

De kleine letters s, w en f staan voor wanneer er neerslag valt door het jaar heen. Wat betekent de kleine letter s?

a)

Droge zomer

b)

Natte zomer

30.

De kleine letters s, w en f staan voor wanneer er neerslag valt door het jaar heen. Wat betekent de kleine letter w?

a)

Droge winter

b)

Natte winter

31.

De kleine letters s, w of f kunnen we plaatsen achter de volgende hoofdklimaten:

a)

A, C, E

b)

A, C, D

c)

A, D, E

d)

C, D, E

32.

Welke natuurlijke plantengroei vinden we in een D klimaat?

a)

Naaldbos/taiga

b)

Mossen en lage struikjes

c)

Loofbos

33.

Welke natuurlijke plantengroei vinden we in een ET klimaat?

a)

Lage struikjes en mossen

b)

Naaldbos/taiga

c)

Loofbos

d)

Tropisch oerwoud

34.

Welke natuurlijke plantengroei vinden we in een ET klimaat?

a)

Lage struikjes en mossen

b)

Naaldbos/taiga

c)

Loofbos

d)

Tropisch oerwoud

35.

Wat is een stoepa?

a)

Een heilige reis

b)

Een groep mensen uit een lagere kaste

c)

Een grafmonument

d)

Een ander woord voor crematie

36.

Het boeddhisme heeft geen God

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

Verlichte betekent ook wel:

a)

Ontwaakte

b)

Aangeraakte

c)

Verhevene

38.

Volgens boeddha's vier edele waarheden zou je:

a)

Toegeven aan de verlangens en een skivakantie boeken

b)

Niet moeten verlangen naar de voorjaarsvakantie

c)

De skivakantie boeken en hier gaan mediteren