wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands op niveau - 1

Total questions: 10

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Kies een van de twee woorden als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

Het aantal boekwinkels is verminderd/vermeerderd, omdat mensen steeds vaker boeken/boek via internet bestellen.



(a)  

2.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

Sommige cursisten zijn erg gespannen/relaxed als ze een toets/toest moeten doen. Het is jammer dat ze zo nerveus/rustig zijn, want de meeste mensen presteren beter als ze ontspannen/gespannen zijn.

4 lines
3.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

Geloof jij dat er een geest/feest in een wonderlamp kan zitten?



(a)  

4.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

De pianist/pianiste zette elke avond ontrouw/trouw zijn wekker/pendule, zodat hij de volgende dag vroeg kan beginnen met studeren.

(a)  

5.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

In een checklist met twaalf aandachtspunt/aandachtspunten was weergegeven waar we naar moesten kijken.

(a)  

6.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

Klimatologen hebben in de afgelopen decennia een stijging van de gemiddelde temperatuur waargenomen/gewaarnomen.

Door metingen/maten hebben ze dat kunnen zien.

(a)  

7.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

Als de dokter afwezig/present is, dan neemt een collega zijn taken waar/neer.

(a)  

8.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

Het netwerk van de server was overbelast/beladen, doordat iedereen naar de website met de gratis/dure concerttickets ging.

(a)  

9.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

Ik heb de neiging/geneigd om alles te bewaren. Ik kan echt niets weggooien/gooien. Daarom staan er zoveel spullen/spul in de garage.

(a)  

10.

Kies een woord als er twee woorden staan met een / ertussenin. Schrijf de HELE zin op.

Als je een blauw/blauwe bord ziet met witte letters 'Verboden toegang/ingang art. 461' betekent dat, dat je niet op het terrein/grond mag komen.

(a)