WorksheetsMF all words
Total questions: 83
Worksheet time: 42mins
Name
Class
Date
1.
lesson
a)
les
b)
les
2.
topic
a)
onderwerp
b)
onderwerp
3.
today
a)
vandaag
b)
vandaag
4.
listen
a)
luisteren
b)
luisteren
5.
choose
a)
kiezen
b)
kiezen
6.
favourite
a)
favoriet
b)
favoriet
7.
corner
a)
hoek
b)
hoek
8.
classroom
a)
klaslokaal
b)
klaslokaal
9.
love
a)
houden van
b)
houden van
10.
like
a)
leuk vinden
b)
leuk vinden
11.
because
a)
omdat
b)
omdat
12.
great
a)
geweldig
b)
tof
13.
really
a)
heel
b)
heel
14.
lyrics
a)
songtekst
b)
songtekst
15.
discuss
a)
overleggen
b)
overleggen
16.
exercise
a)
oefening
b)
opdracht
17.
talk about
a)
praten over
b)
praten over
18.
classmate
a)
klasgenoot
b)
klasgenoot
19.
vote
a)
stemmen
b)
stemmen
20.
next
a)
volgende
b)
volgende
21.
at home
a)
thuis
b)
thuis
22.
at school
a)
op school
b)
op school
23.
watch
a)
kijken
b)
kijken
24.
learn
a)
leren
b)
leren
25.
music event
a)
muziekevenement
b)
muziekevenement
26.
taste
a)
smaak
b)
smaak
27.
artist
a)
artiest
b)
artiest
28.
band
a)
band
b)
band
29.
amazing
a)
ongelofelijk
b)
ongelofelijk
30.
a lot
a)
veel
b)
veel
31.
also
a)
ook
b)
ook
32.
nothing
a)
niets
b)
niets
33.
line-up
a)
programma
b)
programma
34.
interested
a)
geïnteresseerd
b)
geinteresseerd
35.
young
a)
jong
b)
jong
36.
alive
a)
levend
b)
levend
37.
all the time
a)
de hele tijd
b)
de hele tijd
38.
singer
a)
zanger
b)
zanger
39.
incredible
a)
ongelooflijk
b)
ongelooflijk
40.
dancer
a)
danser
b)
danser
41.
performer
a)
artiest
b)
artiest
42.
too
a)
ook
b)
ook
43.
popular
a)
populair
b)
populair
44.
agree
a)
het eens zijn
b)
het eens zijn
45.
awesome
a)
geweldig
b)
fantastisch
46.
search
a)
zoeken
b)
zoeken
47.
living room
a)
huiskamer
b)
huiskamer
48.
the charts
a)
hitlijsten
b)
hitlijsten
49.
happy
a)
blij
b)
blij
50.
sad
a)
verdrietig
b)
verdrietig
51.
dance
a)
dansen
b)
dansen
52.
sing
a)
zingen
b)
zingen
53.
enter
a)
binnenkomen
b)
binnenkomen
54.
important
a)
belangrijk
b)
belangrijk
55.
reason
a)
reden
b)
reden
56.
famous
a)
beroemd
b)
beroemd
57.
question
a)
vraag
b)
vraag
58.
answer
a)
beantwoorden
b)
beantwoorden
59.
become
a)
worden
b)
worden
60.
still
a)
nog steeds
b)
nog steeds
61.
the past
a)
het verleden
b)
het verleden
62.
again
a)
weer
b)
weer
63.
terrible
a)
verschrikkelijk
b)
verschrikkelijk
64.
voice
a)
stem
b)
stem
65.
play the guitar
a)
gitaarspelen
b)
gitaarspelen
66.
world music
a)
wereldmuziek
b)
wereldmuziek
67.
play a game
a)
spel spelen
b)
spel spelen
68.
look at
a)
kijken naar
b)
kijken naar
69.
task
a)
taak
b)
opdracht
70.
location
a)
plaats
b)
locatie
71.
price
a)
prijs
b)
prijs
72.
date
a)
datum
b)
datum
73.
time
a)
tijd
b)
tijd
74.
close
a)
sluiten
b)
sluiten
75.
text
a)
tekst
b)
tekst
76.
design
a)
ontwerp
b)
ontwerp
77.
colourful
a)
kleurrijk
b)
kleurrijk
78.
rules of the game
a)
spelregels
b)
spelregels
79.
part
a)
deel
b)
stuk
80.
free
a)
gratis
b)
gratis
81.
write
a)
schrijven
b)
schrijven
82.
compare
a)
vergelijken
b)
vergelijken
83.
practise
a)
oefenen
b)
oefenen
100 %
