NEW
Font size
WorksheetsNatuurkunde is leuker als je Denkt
Total questions: 4
Worksheet time: 2mins
Jan fietst van huis naar school met een snelheid van 25 km/h. Terug fietst hij dezelfde weg met een snelheid van 15 km/h. Zijn zus Josien fietst zowel dezelfde heenweg als terugweg met een snelheid van 20 km/h. Welke uitspraak over de totale fietstijd, dus heenweg en terugweg samen, is waar?
Jan heeft de minste tijd nodig.
Josien heeft de minste tijd nodig.
Ze doen er beide even lang over.
Ze doen er beide even lang over.
Auto P rijdt met 30 m/s en moet stoppen voor een stoplicht. De auto remt eenparig vertraagd en staat na 4,0 s stil. Auto Q rijdt met 40 m/s en remt ook eenparig vertraagd. Auto Q staat na 3,0 s stil.
Welke uitspraak over de remweg van beide auto’s is juist?
De remweg van auto P is groter dan die van auto Q.
De remweg van auto P is kleiner dan die van auto Q.
De remweg van beide auto’s is gelijk.
Je hebt te weinig informatie om daar een uitspraak over te doen.
Tennisbal Q valt 1,0 s na tennisbal P vanaf dezelfde hoogte naar beneden. Wat kun je zeggen over de onderlinge afstand Δh en het verschil in snelheid Δv gedurende de val van P en Q? Verwaarloos de luchtweerstand.
Zowel Δh als Δv nemen toe.
Δh neemt toe en Δv neemt af.
Δh neemt toe en Δv blijft gelijk.
Zowel Δh als Δv blijven gelijk.
Je gooit een bal recht omhoog de lucht in.
Op het hoogste punt:
zijn de snelheid en versnelling van de bal nul.
is de snelheid van de bal niet nul, maar de versnelling wel.
is de versnelling van de bal niet nul, maar de snelheid wel.
zijn de snelheid en versnelling van de bal niet nul.
