Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paragraaf 6.1 check havo

Total questions: 12

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Wat is handelskapitalisme?
a)
Wanneer je geld uitgeeft aan handel met het doel winst te maken
b)
Wanneer je producten ruilt, zonder geld
c)
Wanneer je producten afpakt, zonder te betalen.
2.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron van de VOC?

a)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

b)

De wetenschappelijke revolutie.

c)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

d)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

3.

Tijdvak 6 =

a)

Tijd van Ontdekkers en Hervormers

b)

Tijd van Steden en Staten

c)

Tijd van Regenten en Vorsten

d)

Tijd van Pruiken en Revoluties

4.

Tijdvak 6 loopt van 1600 tot 1700. Dat is de...

a)

16e eeuw

b)

17e eeuw

c)

18e eeuw

d)

15e eeuw

5.

Welk begrip past bij het bij dit plaatje?

(a)  

6.

juist of onjuist? In de Republiek was er veel verzet tegen de slavenhandel omdat het christendom tegen ongelijke behandeling van mensen is.

a)

juist

b)

onjuist

7.

Wat is GEEN taak van de VOC?

a)

Handel drijven in naam van de Republiek

b)

Oorlog voeren in naam van de Republiek

c)

Kaapvaart om Spanje dwars te zitten

d)

Verdragen sluiten in naam van de Republiek

8.

Lees het onderstaande fragment:


Bij de oprichting in 1602 werd bepaald dat het kapitaal voor tien jaar zou worden ingelegd en dan zou worden teruggegeven. De eventuele winst zou aan de participanten ten goede komen. Vervolgens zou opnieuw kapitaal vergaard worden voor een tweede periode van tien jaar.


Welk begrip past hierbij?

a)

Aandelen

b)

Multinational

c)

Compagnieën

d)

Monopolie

9.
De VOC handelde in specerijen in de 
a)
Noord
b)
Oost
c)
Zuid 
d)
West
10.

Check 5.3:

Wat is een aflaat?

a)
een briefje dat je kreeg van de kerk, als je goed geloofde
b)
een briefje dat je kreeg als je een zonde had begaan
c)
Een briefje dat je kon kopen, in ruil voor een plekje in de hemel
d)
een briefje dat je van Luther kreeg, als je hem hielp
11.

Check hoofdstuk 5:

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron.

a)

Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

12.

Check hoofdstuk 5:

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron over de inwoners van de "Nieuwe Wereld"?

a)

Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

b)

De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid

c)

Het begin van de Europese expansie overzee

d)

De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat