wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paragraaf 6.3 check havo

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Waarom werd de adel gedwongen op het paleis van Lodewijk XIV te verblijven?

a)

Dan kon de koning de adel in de gaten houden

b)

Dan kon de koning makkelijker met zijn ministers overleggen

c)

Dan kon de adel makkelijker belasting betalen

d)

Dan kon de adel de koning goed controleren

2.

Welke uitspraak is van een absolute koning?

a)

Ik regeer alleen en hoef niemand te gehoorzamen

b)

Ik regeer samen met mijn ministers en overleg met ze

c)

Ik luister naar wat het volk wil

d)

Mijn ministers regeren voor mij en ik moet ze gehoorzamen

3.

Wat is absolutisme?

a)

De vorst heeft niets te zeggen

b)

De vorst zijn wil is wet, hij moet naar niemand luisteren

c)

De vorst zijn macht is gebonden aan het parlement

d)

De vorst heeft een ceremoniële functie

4.

Kies uit de onderstaande antwoordopties 2 maatregelen die Lodewijk XIV nam om alle macht naar zich toe te trekken.

a)

Wetgeving en rechtspraak werden alleen nog door Lodewijk XIV bepaald

b)

De standenvertegenwoordiging werd afgeschaft door Lodewijk XIV

c)

Lodewijk XIV liet paleis Versailles bouwen. De Franse adel moest hier verplicht wonen, zodat Lodewijk ze in de gaten kon houden

d)

Lodewijk XIV hief de standenmaatschappij op, zodat de geestelijkheid en adel hun macht kwijt raakten

5.

Een regeringsvorm waar de koning zich aan de wet diende te houden..

(a)  

6.

Engeland wordt met de komst van Willem III ook een absolute monarchie

a)

Juist

b)

Niet juist

7.

Noem alle oorzaken voor de bouw van het Paleis van Versailles

a)

Symbolisering van de macht van Lodewijk XIV

b)

Plek om de adel in de gaten te kunnen houden

c)

Plek vanuit waar hij zijn macht kon centraliseren en Frankrijk kon besturen

d)

Plek waar hij onderdanen opsloot als ze de wet hadden overtreden

8.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

b)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

d)

De wetenschappelijke revolutie

9.

Check hoofdstuk 6:

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip Verenigde Oost-Indische Compagnie?

a)

De wetenschappelijke revolutie.

b)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie

d)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

10.

Check hoofdstuk 5:

Bij welk kenmerkend aspect hoort de historische figuur Maarten Luther?

a)

Het streven van vorsten naar absolute macht

b)

De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk tot gevolg had

c)

het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat

d)

het begin van de Europese overzeese expansie

11.

Check 6.2:

Wat past niet bij de religieuze situatie in de Republiek?

a)

Gewetensvrijheid

b)

De gereformeerde godsdienst was het belangrijkst

c)

Over het algemeen was er tolerantie

d)

Iedereen mocht zijn geloof openbaar uiten

12.
Question Image

Begrippen hoofdstuk 5 en 6

a)

Mens-en-wereldbeeld

1.

Kijk op het leven van mensen en de wereld om hen heen

b)

Factorij

2.

Handelspost

c)

Gewest

3.

Een soort provincie

d)

Monopolie

4.

Alleenrecht (b.v. op handel)

e)

Gewetensvrijheid

5.

Recht om te geloven wat je wilt