wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

introductie van het vak economie

Total questions: 14

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Dit rokje kost nu...
a)
€59,40
b)
€50,-
c)
€54,00
d)
€56,00
2.

In welke week naam de griep het meest toe?

a)

44

b)

45

c)

46

3.
Wat zijn de gevolgen als de Nederlandse export toeneemt?
Buitenlandse bedrijven kopen meer / minder producten bij Nederlandse bedrijven.
a)
meer
b)
minder
4.

De prijs van een product met een fairtrade keurmerk is...

a)

Hoger dan de prijzen van andere producten

b)

Lager dan de prijzen van andere producten

5.

Noodhulp is hulp op korte termijn

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Je kan geld sparen als je...

a)

inkomsten groter zijn dan je uitgaven.

b)

uitgaven groter zijn dan je inkomsten.

c)

inkomsten gelijk zijn aan je uitgaven.

7.

Selecteer alle voorbeelden van uitgaven.

a)

een erfenis krijgen

b)

elektriciteit betalen

c)

huur betalen

d)

lotto winnen

8.

Wat is het hoofdoel van (veel) ondernemingen?

a)

Goede boekhouding hebben

b)

Winst maken

c)

Facturen opmaken

9.

Mensen maken goederen. Wat is een goed?

a)

Een goed is niet-tastbaar, bv. een garage die auto's herstelt

b)

Een goed is tastbaar, zoals brood, kledij...

10.

Wat is een consument?

a)

Een koper: iemand die goederen/diensten aankoopt.

b)

Een verkoper: iemand die goederen/diensten verkoopt.

11.

Wie van de volgende personen krijgt het meeste zakgeld?

a)

Jasper krijgt € 44 per maand

b)

Karin krijgt € 11 per week

c)

Tim krijgt € 130 per kwartaal

12.

     Stunt actie: 4 halen, 3 betalen!

Hoeveel korting krijg je eigenlijk?

 

a)

25,0%

b)

33,3%

c)

75,0%

13.

Het totale budget voor de Olympische Winterspelenin Beijing was ongeveer

$ 3,9 miljard. Er deden ongeveer 2.900 atleten mee aan de Winterspelen.  Hoeveel kostten de Winterspelen bij benadering per atleet?

a)

$ 750.000,-

b)

$ 1.350.000,-

c)

$ 1.350

14.

Het inkomen dat een gezin elke maand kan uitgeven, noemen we:

a)

het bruto inkomen

b)

het netto inkomen

c)

het besteedbaar inkomen