wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Aardbevingen

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Op welke plek in de kaart komen aardbevingen vaker voor?

a)

Plek A

b)

Plek B

c)

Plek C

2.

Ooit zaten alle continenten aan elkaar vast. Dit supercontinent noemen we .....

a)

Pangea

b)

Gaia

c)

Kraton

d)

Fossiel

3.

Wat is de opbouw van de aarde?

a)

Aardkern-Aardkorst-Aardmantel

b)

Aardmantel-Aardkern-Aardkorst

c)

Aardkorst-Aardmantel-Aardkern

d)

Aardkorst-Aardkern-Aardmantel

4.

Wat is de Schaal van Richter?

a)

Hiermee meet je de kracht van een vulkaan.

b)

Hiermee zie je de aardplaten verschuiven.

c)

Hiermee meet je de sterkte van een aardbeving.

d)

Hiermee voel je een aardbeving aankomen.

5.

Wat zijn de gevolgen van aardbevingen? (Klik alle goede antwoorden aan!)

a)

Gebouwen krijgen schade of storten in.

b)

Mensen raken gewond of overlijden.

c)

De regering krijgt geld.

d)

Mensen raken niet gewond.

6.
De plek aan het aardoppervlak waar de trillingen het grootst zijn heet......?
a)
Hypocentrum
b)
Epicentrum
c)
Seismocentrum
d)
Schaal van Richter
7.

"Het punt aan het aardoppervlak waar de aardbeving het sterkst is." Deze uitleg hoort bij het begrip:

a)

Aardbevingshaard

b)

Tsunami

c)

Epicentrum

d)

Hypocentrum

8.

Nederland ligt aan de grens van een plaat.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.
waardoor vallen er indirecte slachtoffers bij aardbevingen?
a)
doordat huizen, viaducten en andere bouwwerken instorten
b)
doordat er branden uitbreken, die niet geblust kunnen worden
c)
doordat de hulpverlening de slachtoffers niet kan bereiken met voedsel en medische hulp
d)
door branden, ziektes, gebrek aan voedsel en medische zorg en onderdak
10.

Bij welke twee plaatjes zijn er aardbevingen?

a)

Bovenste plaatje

b)

Middelste plaatje

c)

Onderste plaatje