wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Franse revolutie

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel standen waren er in de standenmaatschappij in Frankrijk?

a)

Vier

b)

Twee

c)

Drie

d)

Vijf

2.

Zet de gebeurtenissen op chronologische volgorde (zet er comma's tussen de letters)

A. Ondertekening van de eerste grondwet door de koning

B. De Terreur

C. Bestorming van de Bastille

D. Vergadering Staten-Generaal

(a)  

3.

Wat was geen oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

Kritiek op standensamenleving

b)

Armoede en hongersnood

c)

Toenemende inspraak Franse bevolking

d)

Gebrek aan inspraak burgerij

4.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

5.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
6.
Juist of onjuist? Zowel koning Lodewijk XVI als zijn vrouw koningin Marie-Antoinette eindigden hun leven onder de guillotine.
a)
Juist
b)
Onjuist
7.

Welk idee past bij de verlichting?

a)

Macht moet niet gegeven worden aan één persoon/groep

b)

Iedereen mag stemmen

c)

Slaven moeten beter worden behandeld

d)

De paus heeft altijd gelijk

8.

Wie zie je op deze afbeelding?

a)

Napoleon Bonaparte

b)

Lodewijk XVI

c)

Lodewijk XIV

d)

John Locke

9.

Wat gebeurt er in de laatste fase van de Franse Revolutie? (1799)

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

Verklaring van de rechten van de Mens en Burger.

c)

Periode van Terreur.

d)

Napoleon Bonaparte grijpt de macht.

10.

Wat is de slogan van de Franse Revolutie? Deze is geinspireerd door de verlichting.

a)

Alle macht voor de koning!

b)

Vrijheid, gelijkheid en broederschap.

c)

De burgers bepalen alles!

d)

Memento Mori (gedenk te sterven).

11.

Welke privileges hadden de 1e en 2e stand?

a)

Zij konden meebeslissen met de koning en dat mocht de 3e stand niet

b)

Zij hoefden niet mee te regeren in het bestuur

c)

Zij hoefden geen belasting te betalen

12.

Waarom was het Franse volk ontevreden eind 18e eeuw? Er zijn drie antwoorden juist.

a)

Er was hongersnood door een vele mislukte oogsten

b)

De schatkist was leeg, Frankrijk was failliet

c)

Het volk wilde een grondwet

d)

Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antionette gaven veel geld uit en hadden een uitbundig luxe leven

13.

Wat zijn oorzaken van de Franse Revolutie? (Drie antwoorden zijn goed).

a)

Er was veel sprake van ongelijkheid in Frankrijk.

b)

Frankrijk had een lege staatskist.

c)

Lodewijk XVI had geen opvolger.

d)

Er was veel sprake van corruptie.

e)

Lodewijk XVI werd gezien als landverrader omdat zijn vrouw van Oostenrijkse afkomst was.

14.

Wat bepaalde in welke tak je van de standensamenleving terecht kwam in Frankrijk?

a)

Geboorte

b)

Geld

c)

Carriere

d)

Toeval

15.

Wanneer was de val van de Bastille

a)

1788

b)

1787

c)

1786

d)

1789

16.

Lodewijk XVI, dat is dus......

a)

de 16e

b)

de 14e

c)

de 15e

d)

de 18e

17.

Welke twee standen zie je op deze afbeedling?

a)

De 1e en 2e

b)

De 2e en 3e

c)

De 1e en 3e

18.

Wat was géén oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

De hoge belastingen voor de burgers

b)

Honger en armoede onder de boeren

c)

De absolute macht van de koning

d)

De onthoofding van Lodewijk XVI

19.
Juist of onjuist? Het geweld sloeg over naar het platteland. Kastelen en kloosters werden in brand gestoken.
a)
Juist
b)
Onjuist
20.

De Franse koning Lodewijk XVI riep in 1789 de Staten-Generaal bijeen. Waarom deed hij dat?

a)

Hij was niet langer in staat om alleen te regeren en wilde steun

b)

Hij wilde toestemming vragen voor belastingverhoging

c)

Hij wilde de derde stand meer rechten geven

d)

Hij wilde aftreden als koning

21.

De adel behoorde tot de...

a)

Tweede stand

b)

Eerste stand

c)

Derde stand

22.

Wat is de juiste volgorde van belangrijkheid van de standenmaatschappij?

a)

adel - geestelijkheid - Derde Stand

b)

geestelijkheid - adel - Derde Stand

c)

adel - boeren - burgers

d)

geestelijkheid - boeren - burgers

23.

Welke van de onderstaande redenen verklaren de populariteit van Napoleon? (meer antwoorden mogelijk)

a)

Hij pleegde een staatsgreep

b)

Hij was een geliefde generaal van het Franse leger die redding bracht tijdens de oorlogen.

c)

Na een periode van chaos bracht hij rust en stabiliteit in Frankrijk

d)

Hij bedacht een nieuw soort snoepjes

24.

Wat was de Staten Generaal in Frankrijk?

a)

Een vergadering van alle gewesten

b)

Een bijeenkomst van de 3 standen

c)

Een toernooi van de generaals van het Franse leger

d)

Een bijeenkomst van de 3e stand

25.

Wat is de laatste veldslag van Napoleon?

a)

Slag bij Moskou

b)

Slag bij Leipzig

c)

Slag bij Waterloo

d)

Slag bij Parijs

26.

Tijdens de Franse Revolutie werd de standenmaatschappij en de daarbij behorende rechten afgeschaft.


Welk gevolg had dit voor Napoleon?

a)

Hij mocht naar de militaire school

b)

Hij kon zich aansluiten bij het revolutionaire leger

c)

Hij had hierdoor de mogelijkheid om een hoge positie te krijgen in het leger

27.

Hij werd in 1810 afgezet van de troon.

a)

Napoleon

b)

Lodewijk Napoleon

c)

Lodewijk XVI

28.

Hij trouwde met Marie-Antoinette

a)

Lodewijk Napoleon

b)

Napoleon

c)

Lodewijk XVI

29.

Hij werd verbannen naar Elba

a)

Napoleon

b)

Lodewijk XVI

c)

Lodewijk Napoleon

30.

Hij had de absolute macht

a)

Lodewijk XVI

b)

Napoleon

c)

Lodewijk Napoleon

31.

Dankzij hem hebben wij nu: Kilo, liter en meter

a)

Napoleon

b)

Lodewijk XVI

c)

Lodewijk Napoleon

32.

De bevolking is verdeeld in groepen.

Welk begrip past hierbij?

(a)  

33.

Wie werd de Koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

a)

Willem Alexander

b)

Willem van Oranje

c)

Willem I

d)

Frederik Hendrik

34.

Naar welk eilanden werd Napoleon verbannen?

a)

Eerst naar Cyprus daarna naar Hawaii

b)

Eerst naar Texel, daarna naar Schiermonnikoog

c)

Eerst naar Malta, daarna naar Madeira

d)

Eerst naar Elba, daarna naar Sint-Helena

35.

Wat is de éérste stand in de Franse standensamenleving?

a)

Boeren

b)

Adel

c)

Geestelijken

d)

De rest van de bevolking

36.

Welke stand moest alle belastingen betalen?

(a)  

37.
Leider van de Jacobijnen was
a)
Jakobi Montesquieu
b)
De La Girondelle
c)
De Bouille 
d)
Robespierre
38.
Wie vluchtte naar Engeland door de revolutie in Nederland?
a)
Napoleon
b)
stadhouder Willem V
c)
de regering
d)
de regenten
39.
In welk jaar werd Napoleon keizer
a)
1799
b)
1789
c)
1800
d)
1804
40.

Wat is een revolutie?

a)

Een snelle, ingrijpende verandering

b)

Een snelle verandering

c)

Een langzame verandering