Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Blok 1 basis

Total questions: 30

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een synoniem?

4 lines
2.

Geef een voorbeeld van een synoniem.

4 lines
3.

Nauwkeurig betekent precies.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

4.

De informatie van de mentor was erg ..... .

a)

Onmiddelijk

b)

Verleidelijk

c)

Nuttig

d)

Matig

5.

"Verlaat ..... de les!", zei de boze meester.

a)

Neiging

b)

Controle

c)

Onmiddellijk

d)

Wellicht

6.

Een professor wordt ook wel een hoogleraar genoemd.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

7.

Als je veel eten hebt, heb je de ..... om het sneller op te eten.

a)

Controle

b)

Neiging

c)

Nuttig

d)

Onmiddellijk

8.

De leerlingen hebben de kennismaking als erg ..... ervaren.

a)

Verleidelijk

b)

Prettig

c)

Frettig

d)

Statisch

9.

Selecteer onderdelen waar je naar kijkt om achter het onderwerp van een tekst te komen.

a)

De titel

b)

Witregels

c)

Tussenkopjes

d)

De afbeelding

10.

Een synoniem voor ergeren is ...

(a)  

11.

Robert Lewandowski scoorde ooit vijf keer in negen minuten. Een ..... aantal.

a)

Klein

b)

Ongekend

c)

Kapot

d)

Hysterisch

12.

Selecteer de woorden die hetzelfde betekenen.

a)

Beloning

b)

Proces-verbaal

c)

Boete

d)

Bekeuring

13.

Selecteer de woorden die werkwoorden zijn.

a)

Groot

b)

Leert

c)

Stoel

d)

Gooien

14.

Van welk hele werkwoord komt het woord: verft?

(a)  

15.

Maak een zin met twee werkwoorden.

4 lines
16.

Noem twee manieren om achter de persoonsvorm te komen.

4 lines
17.

Benoem pv in: "De leerlingen hebben goed geleerd voor hun toets."

a)

Hebben

b)

De leerlingen

c)

Geleerd

d)

Toets

18.

Benoem pv in: "Ronaldo schoot zijn penalty in de bovenhoek."

a)

Ronaldo

b)

Schoot

c)

Penalty

d)

Bovenhoek

19.

Benoem pv in de zin: "Mijn pakketje is gisteren bezorgd."

(a)  

20.

Zet de hele zin in de andere tijd: "Mijn vader eet een koekje."

(a)  

21.

Maak een zin in de tegenwoordige tijd enkelvoud

4 lines
22.

Maak een zin in de verleden tijd meervoud

4 lines
23.

Selecteer woorden die met een hoofdletter geschreven moeten worden.

a)

wilhelminaplein

b)

sc-delfland

c)

rotterdam

d)

kastanjelaan

24.

Selecteer woorden die met een hoofdletter geschreven moeten worden.

a)

maandag

b)

november

c)

westen

d)

bulgarije

25.

Schrijf over en vul aan: kan jouw broertje lars ons vanmiddag ophalen

(a)  

26.

Teken het leesteken dat je gebruikt als je extra nadruk op een boodschap wil leggen.

27.

Welk leesteken ontbreekt aan het eind van deze zin: mooi weer vandaag hè

28.

Selecteer woorden die met een hoofdletter geschreven moeten worden.

a)

drievliet

b)

jumbo

c)

april

d)

vrijdagavond

29.

Hoeveel hoofdletters horen er in de zin: bij de burger king kies ik altijd mijn favoriete drinken, coca cola.

a)

Drie

b)

Vier

c)

Vijf

d)

Zes

30.

Selecteer woorden die met een hoofdletter geschreven moeten worden.

a)

frans

b)

chinees

c)

school

d)

annabel