wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Memo paragraaf 1.1

Total questions: 23

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Welk jaar wordt Willem I koning?

(a)  

2.

België Nederland en Luxemburg worden in (a)   één land onder Koning Willem I

3.

Wat staat in de grondwet van 1815?

a)

ministers zijn dienaren van de koning

b)

het parlement heeft de hoogste macht

c)

de koning benoemt de leden van de Eerste Kamer

d)

De mensen van de Provinciale Staten kiezen de Tweede Kamer

e)

Het volk kiest de Tweede Kamer

4.

In welk jaar wordt België zelfstandig?

(a)  

5.

In welk jaar komt koning Willem II aan de macht?

(a)  

6.

Belangrijkste waarden van Liberalen is

(a)  

7.

Wie is dit?

(a)  

8.

Van welke politieke stroming is Thorbecke?

a)

socialisten

b)

confessionelen

c)

liberalen

9.

Waarom weigert Willem II een nieuwe grondwet te tekenen?

a)

Hij is bang voor ruzie met zijn vrouw

b)

Hij zou dan macht inleveren en dat wil hij niet

c)

Hij zou meer macht krijgen en hij vond het wel genoeg zo

d)

Hij was bang voor ruzie met zijn vader (Willem I)

10.

Wie schrijft in 1848 een nieuwe grondwet?

(a)  

11.

Grondwet van voor of na 1848?

ministers zijn dienaren van de koning

a)

voor 1848

b)

na 1848

12.

Grondwet van voor of na 1848?

De Tweede Kamer wordt gekozen door leden van Provinciale Staten

a)

voor 1848

b)

na 1848

13.

Grondwet van voor of na 1848?

De koning is onschendbaar, ministers zijn verantwoordelijk

a)

voor 1848

b)

na 1848

14.

Grondwet van voor of na 1848?

Ministers leggen verantwoording af aan het parlement

a)

voor 1848

b)

na 1848

15.

Grondwet van voor of na 1848?

De Eerste Kamer wordt gekozen uit de leden van de Provinciale Staten

a)

voor 1848

b)

na 1848

16.

Grondwet van voor of na 1848?

Het parlement heeft weinig te zeggen

a)

voor 1848

b)

na 1848

17.

Grondwet van voor of na 1848?

De koning kiest de leden van de Eerste Kamer.

a)

voor 1848

b)

na 1848

18.

Grondwet van voor of na 1848?

Iedereen krijgt dezelfde grondrechten

a)

voor 1848

b)

na 1848

19.

Waarom beslist Willem II uiteindelijk dat er een nieuwe grondwet moet komen

a)

Hij is bang voor revolutie

b)

Hij raakt overspannen en levert macht in

c)

Thorbecke zet hem onder druk

d)

Hij moet dat van het parlement

20.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving?

Burgers kiezen het parlement. Het parlement heeft de hoogte macht

(a)  

21.

Wie zitten in het parlement

a)

koning

b)

ministers

c)

Eerste Kamer

d)

Tweede Kamer

22.

Wie zitten in de regering?

a)

Koning

b)

Ministers

c)

Eerste Kamer

d)

Tweede Kamer

23.

Wanneer komt koning Willem III aan de macht?

(a)