wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Th1 BS 3 Zenuwstelsel

Total questions: 33

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Waaruit bestaat het perifeer zenuwstelsel?

a)

Hersenen en ruggenmerg

b)

Orthosympatisch en parasympatisch

c)

Zenuwen

d)

Autonoom en animaal

2.

Bij welk(e) type(n) zenuwcel(len) ligt het cellichaam in het centrale zenuwstelsel?

a)

Bij een schakelcel

b)

Bij een gevoelszenuwcel

c)

Bij een bewegingszenuwcel

d)

Bij geen van bovenstaande

3.

Wat is de naam van onderdeel 1 en wat geven de zwarte pijlen (2) aan in dit onderdeel?

a)

1 = cellichaam, 2 = prikkel

b)

1 = axon, 2 = impuls

c)

1 = axon, 2 = prikkel

d)

1 = cellichaam, 2 = impuls

e)

1 = dendriet, 2 = impuls

4.

Wat voor type zenuwcel is 5?

a)

Sensorische zenuwzcel

b)

Motorische zenuwcel

c)

Schakelcel

d)

Geen van drieën

5.

Twee leerlingen doen elk een bewering over schade aan delen van het zintuigenstelsel en het zenuwstelsel.

Mariam zegt: 'Door schade aan een zintuig kunnen in dit zintuig wellicht geen impulsen meer ontstaan.'

June zegt: 'Door schade aan de hersenstam kan verlamming van het gehele lichaam ontstaan.' Wie heeft gelijk?

a)

Mariam heeft gelijk

b)

June heeft gelijk

c)

geen van beiden heeft geljk

d)

beiden hebben gelijk

6.

Een uitloper die een impuls van een zenuwcel af geleidt noemen we een:

a)
Dendriet.
b)
Axon.
c)
Synaps.
d)
Neuron.
7.

Welke onderdelen horen bij het centrale zenuwstelsel?

a)

Hersenen

b)

Hersenstam

c)

Ruggenmerg

d)

Ledematen

8.

Hoe noem je zintuigcellen ook wel?

a)

Conductoren

b)

Effectoren

c)

Receptoren

9.

Hoe heet een conductor die van het centrale zenuwstelsel naar een effector loopt?

a)

Motorische zenuwcel

b)

Schakelcel

c)

Sensorische zenuwcel

d)

Neurotransmitter

10.

Wat is opvallend aan de witte en grijze stof in de hersenen en het ruggenmerg?

a)

Witte stof zit bij het ruggenmerg aan de binnenkant, grijze stof zit aan de buitenkant. Bij de hersenen is dit andersom

b)

Witte stof zit bij de hersenen aan de binnenkant, grijze stof zit aan de buitenkant. Bij het ruggenmerg is dit andersom.

c)

Bij hersenen en ruggenmerg zit witte stof aan de binnenkant en grijze stof aan de buitenkant

d)

Bij hersenen en ruggenmerg zit witte stof aan de buitenkant en grijze stof aan de binnenkant

11.

Een vleermuis gebruikt echolocatie voor het opsporen van vliegende prooien zoals insecten. Daarbij maakt de vleermuis geluiden die weerkaatst worden door de omgeving. Door het opvangen van de weerkaatste geluiden bepaalt het dier waar de insecten zich bevinden. De vleermuis vliegt er dan op af om ze op te eten.​

De vleermuis gebruikt spieren om de geluiden te maken. Deze spieren laten de stembanden bewegen en worden snelle spieren genoemd omdat ze wel 160 keer per seconde kunnen samentrekken.​

Welke zenuwcellen geven impulsen aan de snelle spieren?

a)

Schakelcellen

b)

Sensorische zenuwcellen

c)

Motorische zenuwcellen

12.

Welke letter geeft de kleine hersenen aan?

a)

O

b)

R

c)

S

d)

T

13.

Gemengde zenuwen bevatten ...

a)

uitlopers van gevoels- en bewegings zenuwcel

b)

gevoels- en bewegings zenuwen

c)

Schakelcel uitlopers

d)

Geen van bovenstaande, gemengde zenuwen bestaan niet.

14.

Hoe heten de cellen die de myelineschede om het axon vormt?

a)

Gliacellen

b)

Zenuwcellen

c)

Cellen van Schwann

d)

Synaps

15.

Kliercellen die stoffen produceren onder invloed van impulsen zijn ...

a)

Effectoren

b)

Conductoren

c)

Receptoren

d)

Dit kan niet, want het hormoonstelsel en het zenuwstelsel zijn gescheiden

16.
Ruggenmerg zorgt voor:
a)
reflexen
b)
vervoer van zenuwprikkels
c)
beweging
d)
houdt zenuwprikkels tegen
17.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

18.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

19.

Waar bevinden zich synapsen en wat zijn hun functie?

a)

Locatie: uiteinde van dendriet vertakkingen

Functie: plek waar signaal wordt doorgegeven naar een doelwitcel.

b)

Locatie: Zijn de axon vertakkingen

Functie: plek waar signaal wordt doorgegeven naar een zintuigcel.

c)

Locatie: uiteinde van dendriet vertakkingen

Functie: plek waar signaal wordt doorgegeven naar een zintuigcel.

d)

Locatie: uiteinde van axon vertakkingen

Functie: plek waar signaal wordt doorgegeven naar een doelwitcel.

20.

Wat is de taak van:

schakel(zenuw)cellen?

a)

impulsen van de zintuigen naar het centrale zenuwstelsel sturen

b)

impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren sturen

c)

impulsen sturen (doorgeven) binnen het centrale zenuwstelsel

21.

Zenuwbundels bestaan uit zenuwvezels omgeven door bindweefselschede.

a)

Juist

b)

Fout

22.
De grijze kleur van de (vlindervormige) stof in het ruggenmerg wordt veroorzaakt door:
a)
Uitlopers van motorische zenuwcellen.
b)
Uitlopers van sensorische zenuwcellen.
c)
Schakelcellen.
d)
Uitlopers van schakelcellen.
23.
De witte kleur van de witte stof in het ruggenmerg wordt veroorzaakt door:
a)
Uitlopers van motorische zenuwcellen.
b)
Uitlopers van motorische en sensorische zenuwcellen.
c)
Uitlopers van motorische,  sensorische en schakel zenuwcellen.
d)
Uitlopers van sensorische zenuwcellen.
24.

Wat zit er in de spinale ganglion van het ruggenmerg?

a)

Cellichamen van motorische zenuwcellen

b)

Cellichamen van schakelneuronen

c)

Cellichamen van sensorische zenuwcellen

d)

Uitlopers van sensorische en motorische zenuwcellen

25.
De hersenen zijn onder te verdelen in:
a)
grote hersenen  en kleine hersenen tussen tussenhersenen hersenstam
b)
grote hersenen  en tussen hersenen kleine hersenen ruggenmer
c)
grote hersenen, kleine hersenen en  hersenzenuwen
d)
Hersenstam, kleine hersenen en grote hersenen
26.

Wat is de functie van de grote hersenen?

a)

Coordinatie van bewegingen

b)

Bewuste gewaarwording van omgeving

c)

Evenwicht bewaren

d)

Geen van bovenstaande

27.
Functie van hersenstam is:
a)
verdelen van prikkels
b)
regelen van de vitale functies
c)
prikkels tegen houden
d)
bewust wording
28.

Wat is de functie van de kleine hersenen? (meerdere opties mogelijk)

a)

Handhaven van je evenwicht

b)

Bewuste gewaarwording van prikkels

c)

Coördinatie van bewegingen

d)

Aansturen autonome functies zoals hartslag en ademhaling

29.

Freek besluit om geen alcohol meer te drinken. Daardoor kan hij ook zijn vrienden veilig naar huis brengen. Alcoholgebruik in het verkeer veroorzaakt veel dodelijke slachtoffers. Door een vertraagde reactiesnelheid en een verstoorde motoriek is een persoon die alcohol gedronken heeft, niet in staat om veilig aan het verkeer deel te nemen. Met een blaastest wordt bepaald of iemand te veel alcohol in zijn bloed heeft. Soms wordt een aangehouden persoon gevraagd over een rechte lijn te lopen.


In afbeelding 2 zijn drie delen van de hersenen met nummers aangegeven. Een dronken persoon kan niet goed over een rechte lijn lopen.


Met welk nummer wordt het deel van de hersenen aangegeven dat dan niet goed werkt?

a)

1

b)

2

c)

3

30.

Wat zijn hersencentra?

a)

Gebieden in het zenuwstelsel die een bepaalde functie uitvoeren.

b)

Gebieden in de hersenen die een bepaalde functie uitvoeren

c)

Gebieden in het zenuwstelsel die gezamenlijk zorgen voor het bewustwording van prikkels

d)

Gebieden in de hersenen die gezamenlijk zorgen voor het bewustwording van prikkels

31.

Wat is het verschil tussen primaire en secundaire gevoelscentra in de hersenen?

a)

In de primaire gevoelscentrum wordt het verband gelegd tussen de waarneming en eerdere waarneming. In de secundaire gevoelscentrum wordt je bewust vanprikkels.

b)

In de primaire gevoelscentrum word je bewust van prikkels. In de gevoelscentrum ontstaan er impulsen die geleid worden naar effectoren.

c)

In de primaire gevoelscentrum wordt je bewust van prikkels. In de secundaire gevoelscentrum wordt het verband gelegd tussen de waarneming en eerdere waarneming.

32.

Dansers sturen heel gericht bepaalde spiergroepen aan voor verfijnde, soepele bewegingen van hun benen en armen. De aansturing voor deze bewegingen zijn afkomstig van een bepaald gebied op de hersenschors. Ligt het plek voor de aansturing van de armen en benen voor of achter de centrale groeve? En ligt de plek bovenop de hersenen of aan de zijkant? (tip: Binas 88C)

a)

Voor de centrale groeve, aan de zijkant

b)

Achter de centrale groeve, bovenop de hersenen

c)

Voor de centrale groeve, bovenop de hersenen

d)

Achter de centrale groeve, aan de zijkant

33.

De weg van een impuls gaat over een aantal banen. De juiste volgorde van het ontstaan van een prikkel tot de actie is:

a)

prikkel-bewegingszenuwcel-schakelzenuwcel-ruggenmerg-hersenen-ruggenmerg-gevoelszenuwcel-schakelzenuwcel-spier

b)

prikkel-zintuigcel-impuls-gevoelszenuwcel-schakelzenuwcel-ruggenmerg-hersenen-ruggenmerg-schakelzenuwcel-bewegingszenuwcel-spier

c)

impuls-zintuigcel-ruggenmerg-schakelzenuwcel-grote hersenen-kleine hersenen-ruggenmerg-gevoelszenuwcel-spier