wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Weer en Klimaat

Total questions: 57

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent klimaat?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 10 jaar.

b)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

c)

Het gemiddelde weer over een periode van 50 jaar.

d)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.

2.

Met welke letter wordt Temperatuur uitgedrukt

a)

A

b)

C

c)

X

d)

Z

3.

Waardoor stijgt de temperatuur op aarde?

a)

Broeikasgassen zoals CO2 zijn warm

b)

Broeikasgassen zoals CO2 houden de warmte van de zon vast

4.

Het klimaat is de temperatuur, neerslag en wind op een bepaalde plaats op een bepaald moment.

a)

Eens

b)

Oneens

5.

Deze figuur gaat over het...

a)

Weer

b)

Klimaat

6.

In deze situatie is het zomer op het...

a)

Noordelijk halfrond

b)

Zuidelijk halfrond

7.

In deze situatie is het zomer op het...

a)

Noordelijk halfrond

b)

Zuidelijk halfrond

8.

Op de noordpool is het koud en op de evenaar is het warm.

Welke temperatuurfactor past het beste bij deze uitspraak?

a)

Breedteligging en temperatuur

b)

Hoogteligging en temperatuur

c)

Ligging van gebergten

d)

Aanvoer van warmte en kou van elders

e)

Ligging ten opzichte van zee

9.

Bekijk de figuur. Welke temperatuurfactor past hier het beste bij?

a)

Breedteligging en temperatuur

b)

Hoogteligging en temperatuur

c)

Ligging van gebergten

d)

Aanvoer van warmte en kou van elders

e)

Ligging ten opzichte van zee

10.

Op de afbeelding zie je een voorbeeld van...

a)

Stuwingsregen

b)

Stijgingsregen

11.
De hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken.
a)
A. De zomerstand van de aarde
b)
B. De winterstand van de aarde
c)
C. De zonnewende
d)
D. Invalshoek van de zon
12.
Op de lage breedte legt de zon een ..............................weg af dan op hoge breedte
a)
langere
b)
kortere
13.

In een lagedrukgebied:

a)

Stijgt de lucht

b)

Daalt de lucht

14.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
15.

Bij een hogedrukgebied daalt de lucht

a)

goed

b)

fout

16.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaat kringloop

c)

Waterkringloop

d)

Waterwegen

17.

Een lijn met plaatsen van gelijke druk noemen we:

a)

isolijn

b)

isothem

c)

isobar

d)

isolatie

18.

Wind is een luchtverplaatsing van

a)

het noorden naar het zuiden

b)

het zuiden naar het noorden

c)

van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied

d)

van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied

19.

Op lage breedte is het warmer dan op hoge breedte.

Dit komt doordat zonnestralen een kleinere afstand hoeven af te leggen & ze een kleiner oppervlakte hoeven te verwarmen (dan op hoge breedte).

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

Wat ontbreekt er in bovenstaand klimaatdiagram?

a)

De temperatuur

b)

De maanden

c)

De namen van de assen

d)

De neerslag

21.
Waar is het verschil in seizoenen het grootst?
a)
Marokko
b)
Noorwegen
c)
Nederland
d)
Spanje
22.

De foto is een voorbeeld van...

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

c)

frontale neerslag

23.

Wat is een aanlandige wind voor Nederland?

a)

westenwind

b)

oostenwind

c)

zuidoostelijke wind

d)

noordoostelijkewind

24.

Breedteligging is de afstand van een plaats of gebied tot aan de Evenaar (in graden)

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Deze klimaatdiagram laat een plaats zien op het ...

a)

Noordelijk halfrond

b)

Zuidelijk halfrond

26.

Bij een hogedrukgebied daalt de lucht

a)

goed

b)

fout

27.

De rode lijn geeft .. weer.

a)

De temperatuur

b)

De neerslag

28.

In welke zin staan allemaal vormen van neerslag?

a)

Regen, sneeuw, hittegolf

b)

Regen, sneeuw, hagel

c)

Hagel, sneeuw, ijskappen

d)

Regen, hagel, ijsbergen

29.

Wat is het verschil tussen een savanne en steppe klimaat?

a)

Savanne valt meer regen

b)

Steppe valt meer regen

c)

Savanne is het warmer

d)

Steppe is het warmer

30.

Beoordeel deze stelling;


Een koude zeestroom zorgt voor een droog klimaat aan de kust.

a)

Goed

b)

Fout

31.

Deze foto is genomen in een..

a)

Toendra

b)

Taiga (naaldbomenwoud)

c)

Steppe

d)

Savanne

e)

Tropisch regenwoud

32.

Deze foto is genomen in een..

a)

Toendra

b)

Taiga (naaldbomenwoud)

c)

Steppe

d)

Savanne

e)

Tropisch regenwoud

33.

Deze foto is genomen in een..

a)

Toendra

b)

Taiga (naaldbomenwoud)

c)

Steppe

d)

Savanne

e)

Tropisch regenwoud

34.

Deze foto is genomen in een..

a)

Toendra

b)

Taiga (naaldbomenwoud)

c)

Steppe

d)

Savanne

e)

Tropisch regenwoud

35.

Welke bewering is ONJUIST?

a)

Koude zeestromen brengen koud water van hoge naar lage breedte

b)

Warme zeestromen brengen warm water (en waterdamp) van hoge naar lage breedte.

c)

Warmte-overschot wordt van tropen naar polen getransporteerd via warme golfstroom.

36.

Welke twee klimaatfactoren laat de afbeelding zien?

a)

Breedteligging

b)

Hoogteligging

c)

Afstand tot de zee

d)

Windrichting

e)

Gesteldheid van het aardoppervlak

37.

Welke twee klimaatfactoren laat de afbeelding zien?

a)

Breedteligging

b)

Hoogteligging

c)

Afstand tot de zee

d)

Windrichting

e)

Gesteldheid van het aardoppervlak

38.

Welke Klimaatfactor laat de afbeelding zien?

a)

Breedteligging

b)

Hoogteligging

c)

Afstand tot de zee

d)

Windrichting

e)

Gesteldheid van het aardoppervlak

39.

Neerslag waarbij wolken niet over een berg heen kunnen en uitregen vanwege het stijgen. Aan de andere kant van de berg is het meestal droog.

a)

Stijgingsneerslag

b)

Stuwingsneerslag

c)

Frontale neerslag

40.
Geef een ander woord voor een hogedruk gebied
a)
Minimum
b)
Depressie
c)
Maximum
d)
Lagedrukgebied
41.
Geef een ander woord voor lagedrukgebied
a)
Maximum
b)
Hogedrukgebied
c)
Minimus, depressus
d)
Minimum, depressie
42.

Welke aanvulling van de definitie is juist?

Wind is een luchtverplaatsing van

a)

het noorden naar het zuiden

b)

het zuiden naar het noorden

c)

van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied

d)

van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied

43.

Welke uitspraak klopt voor volgende weerkaart. (meerdere uitspraken zijn correct)

a)

er is een kern van hoge druk boven het Verenigd Koninkrijk

b)

er is een kern van hoge druk boven Rusland

c)

voor de kust van Scandinavië is er een koufront

d)

boven Ierland hangt er een warmtefront

44.

Kijk op de bijgevoegde weerkaart. De windsnelheid is het grootst in

a)

Malaga

b)

Ankara

c)

Sicilië

d)

Londen

45.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaatsysteem

c)

Klimaat effect

d)

Waterkringloop

46.
Dit is een afbeelding van
a)
een barometer
b)
een pluviometer
c)
een thermometer
d)
een anemometer
47.

De rode lijn geeft .. weer.

a)

De temperatuur

b)

De neerslag

48.

Er zijn vijf belangrijke kenmerken van weer. Welke drie horen hier bij?

a)

Neerslag, wind en water.

b)

Neerslag, water en temperatuur.

c)

Neerslag, temperatuur en wind.

d)

Temperatuur, wind en water.

49.
De breedtecirkel van 0 graden die de aarde verdeelt in een noordelijk en een zuidelijk halfrond
a)
De middellijn
b)
De 0˚ lijn over Greenwich
c)
De 0˚ deellijn
d)
Evenaar
50.
Wat Is De Betekenis Van Breedteligging
a)
De geografische ligging van een plaats ten opzicht van de evenaar uitgedrukt in graden.
b)
Boomkruinen op verschillende hoogten in een bos
c)
een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
d)
Dicht ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen
51.

Bekijk de figuur. Welke klimaatfactor past hier het beste bij?

a)

Breedteligging en temperatuur

b)

Hoogteligging en temperatuur

c)

Ligging van gebergten

d)

Aanvoer van warmte en kou van elders

e)

Ligging ten opzichte van zee

52.
De hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken.
a)
A. De zomerstand van de aarde
b)
B. De winterstand van de aarde
c)
C. De zonnewende
d)
D. Invalshoek van de zon
53.
Op de lage breedte legt de zon een ..............................weg af dan op hoge breedte
a)
langere
b)
kortere
54.

In een lagedrukgebied:

a)

Stijgt de lucht

b)

Daalt de lucht

55.

Juist of onjuist

Op lage breedte is het warmer dan op hoge breedte.

Dit komt doordat zonnestralen een kleinere afstand hoeven af te leggen & ze een kleiner oppervlakte hoeven te verwarmen (dan op hoge breedte).

a)

Juist

b)

Onjuist

56.

Wat voor weer heeft IJsland nu?

a)

Onweer

b)

Regen

c)

Zon

d)

Veel wind

57.

Waar komt de wind nu in Nederland vandaan?

a)

Westen

b)

Oosten

c)

Noorden

d)

Zuiden