wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

G-A-S

Total questions: 95

Worksheet time: 1hrs 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de kenmerken van een helder bericht?

a)

duidelijk en kort

b)

duidelijk en volledig

c)

kort en bondig

d)

volledig en onduidelijk

2.

Wat is de juiste term voor deze beschrijving?


Wat krijg je als je twee of meer grondwoorden samenvoegt?

a)

een afleiding

b)

een samenstelling

c)

een grondwoord

3.

Wat is de juiste term voor deze beschrijving?


Wat krijg je als je aan een grondwoord een voorvoegsel en/of achtervoegsel toevoegt?

a)

een afleiding

b)

een samenstelling

c)

een grondwoord

4.

Duid alle samenstellingen aan.

a)

superleuk

b)

onrecht

c)

futloos

d)

driesterrenhotel

5.

Duid alle afleidingen aan.

a)

achteruitgang

b)

wanhoop

c)

avontuurlijk

d)

maximumsnelheid

6.

Wat is in dit bericht minder gepast? Er zijn meerdere mogelijkheden.

a)

kanaal

b)

aanspreking

c)

slotformule

d)

taalgebruik

7.

Wat is er in dit bericht minder gepast?

a)

kanaal

b)

aanspreking

c)

slotformule

d)

taalgebruik

8.

Vervang door een samenstelling.


Een console waar je op speelt...

a)

een speelconsole

b)

een spelconsole

c)

een Xbox

d)

een consolespel

9.

Vervang door een samenstelling.


zo blauw als de hemel...

a)

helsblauw

b)

hemelblauw

c)

hemelsblauw

d)

blauwhemel

10.

Vervang door een afleiding.


Iemand die laf is...

(a)  

11.

Vervang door een afleiding.


zonder moeite...

(a)  

12.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

baan

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

13.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

Nintendo

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

14.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

tas

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

15.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

kamer

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

16.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

poster

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

17.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

tijdschriftenwinkel

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

18.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

zestien

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

19.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

computerspel

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

20.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

schooljaar

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

21.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

boekentas

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

22.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

schoolregel

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

23.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

huiswerk

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

24.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

kaartjes

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

25.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

plaatselijke

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

26.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

greintje

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

27.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

spelletje

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

28.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

aardbeientaart

a)

samenstelling

b)

afleiding

29.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

krokodillentranen

a)

samenstelling

b)

afleiding

30.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

stuntelig

a)

samenstelling

b)

afleiding

31.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

beukenhaag

a)

samenstelling

b)

afleiding

32.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

landelijk

a)

samenstelling

b)

afleiding

33.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

vluchteling

a)

samenstelling

b)

afleiding

34.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

vluchtheuvel

a)

samenstelling

b)

afleiding

35.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

grenzeloos

a)

samenstelling

b)

afleiding

36.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

sekteachtig

a)

samenstelling

b)

afleiding

37.

Is het onderstaande woord een samenstelling of afleiding?

beddenlaken

a)

samenstelling

b)

afleiding

38.

Wat is de juiste term voor deze beschrijving?


Wat krijg je als je twee of meer grondwoorden samenvoegt?

a)

een afleiding

b)

een samenstelling

c)

een grondwoord

39.

Wat is de juiste term voor deze beschrijving?


Wat krijg je als je aan een grondwoord een voorvoegsel en/of achtervoegsel toevoegt?

a)

een afleiding

b)

een samenstelling

c)

een grondwoord

40.

Duid alle samenstellingen aan.

a)

superleuk

b)

onrecht

c)

futloos

d)

driesterrenhotel

41.

Duid alle afleidingen aan.

a)

achteruitgang

b)

wanhoop

c)

avontuurlijk

d)

maximumsnelheid

42.

Wat is in dit bericht minder gepast? Er zijn meerdere mogelijkheden.

a)

kanaal

b)

aanspreking

c)

slotformule

d)

taalgebruik

43.

Wat is er in dit bericht minder gepast?

a)

kanaal

b)

aanspreking

c)

slotformule

d)

taalgebruik

44.

Vervang door een samenstelling.


Een console waar je op speelt...

a)

een speelconsole

b)

een spelconsole

c)

een Xbox

d)

een consolespel

45.

Vervang door een samenstelling.


zo blauw als de hemel...

a)

helsblauw

b)

hemelblauw

c)

hemelsblauw

d)

blauwhemel

46.

Vervang door een afleiding.


Iemand die laf is...

(a)  

47.

Vervang door een afleiding.


zonder moeite...

(a)  

48.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

lente + dagen =

(a)  

49.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

onderwijs + inspectie =

(a)  

50.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

bruine + bonen + soep =

(a)  

51.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

vijf + honderd =

(a)  

52.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

spijker + broek =

(a)  

53.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

goed + koop =

(a)  

54.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

een goed + koop + spijker + broek =

(a)  

55.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

blinde + darm + ontsteking =

(a)  

56.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

wereld + godsdienst =

(a)  

57.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

goede + grap =

(a)  

58.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

ik ben hoog + opgeleid =

(a)  

59.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

wind + dicht + hard + loop + jack =

(a)  

60.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

daar + in =

(a)  

61.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

mee + fietsen =

(a)  

62.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

dicht + bevolkt =

(a)  

63.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

rode + vlekjes =

(a)  

64.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

lange + nep + nagels =

(a)  

65.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

hier + van =

(a)  

66.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

stapel + verliefd =

(a)  

67.

Maak goede samenstellingen.

Bijvoorbeeld: bloem + pot = bloempot

een steile + trap

(a)  

68.

Groente + soep

a)

Groentensoep

b)

Groentesoep

c)

Groentessoep

d)

Groente-soep

69.

Kat + bak

a)

Kattenbak

b)

Kattebak

c)

Kattesbak

d)

Katten-bak

70.

Lang + afstand + loper

a)

langeafstands loper

b)

lange afstandsloper

c)

langeafstandsloper

d)

langeafstandloper

71.

Goed + morgen

a)

Goede-morgen

b)

Goedenmorgen

c)

Goedmorgen

d)

Goedemorgen

72.

Ster + hemel

a)

sterrenhemel

b)

sterrehemel

c)

Sterreshemel

d)

Ster-hemel

73.

Zwart + wit + foto

a)

zwart-witfoto

b)

zwart-wit-foto

c)

zwartwitfoto

d)

zwartwit- foto

74.

TV + programma

a)

TVprogramma

b)

TV-programma

c)

TVsprogramma

d)

TV-enprogramma

75.

Politie + auto

a)

Politieauto

b)

Politie-auto

c)

Politiesauto

d)

Politienauto

76.

Na + apen

a)

Naapen

b)

Naäpen

c)

Na-apen

d)

Na apen

77.

Aap + trots

a)

Apentrots

b)

Apestrots

c)

Apetrots

d)

Apen-trots

78.

Twee + onder + een + kap + woning

a)

Twee-onder-een-kapwoning

b)

Tweeondereenkapwoning

c)

Twee onder-een-kapwoning

d)

Twee onder een kapwoning

79.

Seconde + wijzer

a)

Secondenwijzer

b)

Secondewijzer

c)

Secondeswijzer

d)

Seconde-wijzer

80.

Station + plein

a)

Stationplein

b)

Stationsplein

c)

Station-plein

d)

Station plein

81.

In de (maan + schijn) klom ik op een trapje door het raamkozijn.

a)

Manenschijn

b)

Mane-schijn

c)

Mane schijn

d)

Maneschijn

82.

Zijn lievelingskleur is (donker + blauw)

a)

Donker-blauw

b)

Donkersblauw

c)

Donkerenblauw

d)

Donkerblauw

83.

Van de ruim 700 woorden die nu in het (corona + woord + boek) van Den Boon staan, verwacht hij dat er zo'n ? zullen blijven na de crisis. "Er zijn natuurlijk ook veel (een + dag + vlieg), die verdwijnen weer."

a)

corona woordeboek

b)

coronawoordeboek

c)

corona woordenboek

d)

coronawoordenboek

84.

Van de ruim 700 woorden die nu in het (corona + woord + boek) van Den Boon staan, verwacht hij dat er zo'n ? zullen blijven na de crisis. "Er zijn natuurlijk ook veel (een + dag + vlieg), die verdwijnen weer."

a)

eendag vliegen

b)

eendagvliegen

c)

eendagsvliegen

d)

eendags vliegen

85.

Welk woord is juist gespeld?

a)

corona-crisis

b)

coronacrisis

c)

corona crisis

86.

Goed of fout?

Klassenboek

a)

goed

b)

fout

87.

Welke samenstelling is goed geschreven?

a)

tomatensoep

b)

tomatesoep

c)

tomatenssoep

88.

Welke samenstelling maak je met:

reus + goed

a)

reusegoed

b)

reusengoed

c)

reuzengoed

d)

reuzegoed

89.

Welke samenstelling maak je met:

zon + schijn

a)

zonnenschijn

b)

zonneschijn

c)

zonnesschijn

90.

Welk antwoord is goed?

a)

vitaminepil

b)

vitaminespil

c)

vitaminenpil

91.

Goed of fout?

spinnenweb

want spinnen is het meervoud van spin

a)

goed

b)

fout

92.

Goed of fout?

rijstenpap

want rijsten is meervoud van rijst

a)

goed

b)

fout

93.

Maak de samenstelling:

koningin + soep

a)

koninginnensoep

b)

koninginessoep

c)

koninginnesoep

94.

Goed of fout?

lachebek

a)

goed

b)

fout

95.

Welke samenstelling is goed?

a)

verkijker

b)

verrrenkijker

c)

verreskijker

d)

verrekijker