WorksheetsHerhalingsoefening zelfst. nw., bijv. nw. en ww.
Total questions: 13
Worksheet time: 4mins
Benoem het aangeduide woord.
Die beroemde persoon zal onze school bezoeken.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Wij gingen gisteren naar de cinema.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Die smaak van chips vind ik niet zo lekker.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Die verschrikkelijke kinderen verpesten mijn dag.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Hij schreef die e-mail naar zijn leerkracht.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Hier zie je mijn nieuwste kunstwerk.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Je kan het vragen aan de directeur.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Ze gaf het cadeautje aan Simon.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Dit is de trap naar het lokaal.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het zelfstandig naamwoord.
In Spanje eten de mensen later dan wij gewoon zijn.
eigennaam
soortnaam
Vul de zin aan met een bijvoeglijk naamwoord.
We kijken naar de ... gebouwen.
Vul de zin aan met een zelfstandig naamwoord.
Hij zoekt naar zijn ...
Vul de zin aan met een werkwoord.
Mijn beste vriend kan niet goed ...
