Font size
Worksheetshavo 4 1.2. Rivieren: invloed van de mens
Total questions: 22
Worksheet time: 16mins
Het laatste deel van de rivier tot de monding.
(a)
Het bovenste gedeelte van de rivier, vanaf de bron.
(a)
De hoeveelheid rivierwater die een bepaald punt passeert, uitgedrukt in kubieke meter per seconde.
(a)
De doorsnede van een rivier vana de bron tot de monding, bestaande uit boven-, midden-, en benedenloop.
(a)
De verdeling van de hoeveelheid neerslag over een bepaalde periode.
(a)
Hoge afvoer van de rivier op een bepaald moment.
(a)
Wat hoort er bij 2?
(a)
wat hoort er bij 5?
(a)
Wat zie je bij A?
(a)
Het verval per kilometer.
(a)
Welk proces treedt er op bij C?
(a)
Versteviging en verhoging van de dijken om het achterland beter te beschermen.
(a)
Het nemen van maatregelen gericht op het reguleren van het waterpeil in een rivier dmv stuwen en sluizen.
(a)
Dwarsdoorsnede van de rivier. In Nederland bestaat deze bij een bedijkte rivier uit: winterdijk, uiterwaard, zomerdijk, rivier, zomerdijk, uiterwaard en winterdijk.
(a)
De hoeveelheid tijd die water nodig heet om na een regenbui in de rivier te komen.
(a)
Lage dijk dichtbij de rivier.
(a)
Het gebied tussen de beide winterdijken dat bestaat uit zomerbed en uiterwaard.
(a)
Door toegenomen verstedelijking neemt het oppervlak van straten en wegen toe, waardoor regenwater sneller afspoelt.
(a)
Gebied tussen de rivier en de winterdijk dat overstroomt, wanneer de rivier buiten zijn oevers treedt.
(a)
Wat zie je op de afbeelding als grens tussen de 2 stroomgebieden?
(a)
Je ziet de Waal bij Nijmegen. Waarom is er een nevengeul gegraven?
Meer natuur
voor de scheepvaart
om veel water af te kunnen voeren
om Nijmegen meer strandjes te geven
Over welk begrip gaat de afbeelding?
(a)
