wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vh1 H1 Aarde in beweging par. 1-2

Total questions: 19

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Het binnenste deel van de aarde dat erg heet is, maar door de enorme druk toch uit vast gesteente bestaat.

(a)  

2.

Het deel van de aarde dat ligt tussen de aardkern en de aardkorst. Het bestaat uit stroperig materiaal dat langzaam stroomt.

(a)  

3.

Stukken aardkorst

(a)  

4.

Het bewegen van platen.

(a)  

5.

Het enorme continent dat ooit bestond uit alle huidige continenten samen.

(a)  

6.

Punt op de aardkorst waar de meeste beweging van een aardbeving plaatsvindt.

(a)  

7.

Hiermee wordt de zwaarte van aardbevingen bepaald.

(a)  

8.

Gebergte dat ontstaat door het in elkaar drukken van gesteentelagen. Er ontstaan dan kreukelzones die omhoogkomen.

(a)  

9.

Aardbevingen komen alleen voor bij plaatbewegingen die langs elkaar gaan.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

"Het punt aan het aardoppervlak waar de aardbeving het sterkst is." Deze uitleg hoort bij het begrip:

a)

Aardbevingshaard

b)

Tsunami

c)

Epicentrum

d)

Hypocentrum

11.

Nederland ligt aan de grens van een plaat.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Wat is een supercontinent?

a)

Het grootste continent dat er nu is.

b)

Alle continenten aan elkaar vast

c)

Twee continenten aan elkaar vast

13.

Wat is de opbouw van de aarde?

a)

Aardkern-Aardkorst-Aardmantel

b)

Aardmantel-Aardkern-Aardkorst

c)

Aardkorst-Aardmantel-Aardkern

d)

Aardkorst-Aardkern-Aardmantel

14.

Wat is platentektoniek?

a)

Het ontstaan van vulkanen

b)

De soort platen.

c)

Het bewegen van de platen door de convectiestromen.

15.

Wat is de goede beschrijving voor een aardbeving?

a)

Het schudden van huizen.

b)

Het trillen van de grond.

c)

Een trilling van de aardkorst die ontstaat door opbouw van spanning bij plaatranden.

16.

Wat is een goede uitleg voor de begrippen epicentrum en hypocentrum?

a)

Epicentrum = De plaats waar de aardbeving ontstaat, hier voel je de schok bijna niet.

Hypocentrum = De plaats waar de aardbeving aan de aardkorst komt, hier voel je de schok het sterkst.

b)

Epicentrum = De plaats waar de aardbeving aan de aardkorst komt, hier voel je de schok het sterkst.

Hypocentrum = De plaats waar de aardbeving ontstaat.

17.

Wat is de Schaal van Richter?

a)

Hiermee meet je de kracht van een vulkaan.

b)

Hiermee zie je de aardplaten verschuiven.

c)

Hiermee meet je de sterkte van een aardbeving.

d)

Hiermee voel je een aardbeving aankomen.

18.

Waar komen aardbevingen voor?

a)

Aan de rand van een aardplaat.

b)

Midden op een aardplaat.

19.

Wat zijn de gevolgen van aardbevingen? (Klik alle goede antwoorden aan!)

a)

Gebouwen krijgen schade of storten in.

b)

Mensen raken gewond of overlijden.

c)

De regering krijgt geld.

d)

Mensen raken niet gewond.