wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lesevaluatie_4MW_Gezondheidsdeterminanten

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

De kennis en de vaardigheden waarover je beschikt om een correcte inschatting te kunnen maken over wat gezond is en wat niet.

a)

Gezondheids-gedrag

b)

Context

c)

Drijfveer

d)

Competentie

2.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

De factoren die buiten jezelf liggen en die invloed hebben op je gezondheid en gezondheidsgedrag.

a)

Gezondheids-gedrag

b)

Context

c)

Drijfveer

d)

Competentie

3.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

De mate waarin je gemotiveerd bent om je gezondheidsgedrag bij te stellen.

a)

Gezondheids-gedrag

b)

Context

c)

Drijfveer

d)

Competentie

4.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Ieder woensdag en vrijdagavond ga ik naar de sportclub. Dit is positief voor mijn gezondheid!

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

5.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Je beste vriend vindt roken heel normaal.

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

6.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Een gezond en evenwichtige maaltijd bereiden.

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

7.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Omdat Mia graag een loopwedstrijd op school wil winnen, gaat ze iedere ochtend lopen.

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

8.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Lina heeft overgewicht en beweegt niet veel. Ze weet dat ze dringend aan haar conditie moet werken. Werken aan haar conditie is belangrijk voor haar gezondheid.

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

9.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Max kijkt graag televisie. De laatste tijd gaat hij niet meer voetballen. In de toekomst wil hij misschien wel proberen om dit terug te doen. Hij wil graag dat zijn ouders trots op hem kunnen zijn!

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

10.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Nina is de laatste tijd heel moe. Ze gaat ook niet meer dansen. Ze is momenteel niet meer in conditie. Het fysiek niet in orde zijn, belemmert haar in ook in het dagelijkse leven.

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

11.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Miriam heeft veel rugklachten. Al een geluk bevindt de kinesitherapeut zich in de zelfde straat. Zo makkelijk!

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

12.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Elina heeft weinig energie. Ze voelt zich ook vaak futloos. Mama kookt thuis weinig. Ze werkt met late shiften en staat er ook alleen voor.

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

13.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Elly heeft een zware knie operatie gehad. Ze moet dagelijks naar de kinesitherapeut. Al een geluk betaald de mutualiteit een deel van de kosten terug.

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

14.

Duid de juiste gedragsdeterminant aan.

Ria doet elke dag haar oefeningen thuis. Ze wil graag in April terug mee doen met de marathon. Ze zal hier dan ook hard voor werken!

a)

Context

b)

Drijfveer

c)

Competentie

15.

Duid de juiste gezondheidsdeterminant aan.

Genetische aanleg voor ziektes

a)

Biologische factoren

b)

Omgeving

c)

Voorzieningen in de gezondheidszorg

d)

Leefstijl

16.

Duid de juiste gezondheidsdeterminant aan.

De steun van familie en vrienden

a)

Biologische factoren

b)

Omgeving

c)

Voorzieningen in de gezondheidszorg

d)

Leefstijl

17.

Duid de juiste gezondheidsdeterminant aan.

Ziektepreventie

a)

Biologische factoren

b)

Omgeving

c)

Voorzieningen in de gezondheidszorg

d)

Leefstijl

18.

Duid de juiste gezondheidsdeterminant aan.

Voedingsgewoonten

a)

Biologische factoren

b)

Omgeving

c)

Voorzieningen in de gezondheidszorg

d)

Leefstijl

19.

Duid de juiste gezondheidsdeterminant aan.

Hoe je omgaat met stress

a)

Biologische factoren

b)

Omgeving

c)

Voorzieningen in de gezondheidszorg

d)

Leefstijl

20.

Duid de juiste gezondheidsdeterminant aan.

Speelvoorzieningen

a)

Biologische factoren

b)

Omgeving

c)

Voorzieningen in de gezondheidszorg

d)

Leefstijl