Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Meervoudsvorming Nederlands

Total questions: 45

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het meervoud van bewijs?

a)

bewijses

b)

bewijsen

c)

bewijssen

d)

bewijzen

2.

Wat is het meervoud van rioolbuis?

a)

rioolbuisen

b)

riool buizen

c)

rioolbuizen

d)

rioolbuises

3.

Wat is het meervoud van garage?

a)

garagé

b)

garageren

c)

garages

d)

garagen

4.

Wat is het meervoud van café?

a)

cafées

b)

café's

c)

cafeën

d)

cafés

5.

Wat is het meervoud van introducee?

a)

introduceën

b)

introducees

c)

introduceeën

d)

introduceren

6.

Wat is het meervoud van traktatie?

a)

traktaties

b)

traktatien

c)

traktatieën

d)

traktatiën

7.

Welke zinnen met bladeren als meervoudsvorm is/zijn correct?

a)

De bladeren vallen van de boom.

b)

Er lagen veel bladeren bij het kopieerapparaat

c)

Bij de kapper liggen leuke leesbladeren.

d)

Bij welk hoofdstuk zijn we gebleven? Even bladeren in mijn boek.

8.

Wat is het meervoud van: alinea

a)

alineas

b)

alinea's

c)

alineos

d)

alineaas

9.

Wat is het meervoud van: basis

a)

basissen

b)

bases

c)

basussen

d)

baseren

10.

Wat is het meervoud van: dictee

a)

dictee's

b)

dicteeën

c)

dictees

d)

dicteren

11.

Wat is het meervoud van: bangerik

a)

bangerikken

b)

bangerieken

c)

bangeriks

d)

bangeriken

12.

Wat is het meervoud van: kazerne

a)

kazernes

b)

kazerne's

c)

kazernen

d)

kazerneren

13.

Wat is het meervoud van: medium

a)

mediums

b)

media

c)

media's

d)

mediumen

14.

Wat is het meervoud van: zee

a)

zeeën

b)

zeën

c)

zees

d)

zëen

15.

Wat is het meervoud van: paragraaf

a)

paragraven

b)

paragrafen

c)

paragraafs

d)

paragrafi

16.

Wat is het meervoud van: industrie

a)

industries

b)

industrieën

c)

industriën

d)

industriesen

17.

Wat is het meervoud van: buggy

a)

buggies

b)

buggys

c)

buggy's

d)

buggiën

18.

Wat is het meervoud van: porie

a)

porieën

b)

poriën

c)

pories

d)

poriea

19.

Wat is het meervoud van: haarspray

a)

haarsprays

b)

haarspray's

c)

haarsprayen

d)

haarsprayden

20.

Wat is het meervoud van: kangoeroe

a)

kangoeroe's

b)

kangoeroes

c)

kangoeroën

d)

kangoeroeren

21.

Wat is het meervoud van: laboratorium

a)

laboratoria

b)

laboratoriums

c)

laboratories

d)

laboratoriën

22.

Wat is het meervoud van dosis?

a)

dosissen

b)

doses

c)

dosia

d)

dosises

23.

Wat is het meervoud van luiwammes?

a)

luiwammesen

b)

luiwamessen

c)

luiwammeses

d)

luiwammesses

24.

Wat is het meervoud van historicus?

a)

historica

b)

historicussen

c)

historicusen

d)

historici

25.

Wat is het meervoud van gedachte?

a)

gedachten

b)

gedachteren

c)

gedachtes

d)

gedachteses

26.

Wat is het meervoud van video?

a)

videa

b)

videos

c)

video's

d)

videoen

27.

Wat is het meervoud van cadeau?

a)

cadeauses

b)

cadeauen

c)

cadeaus

d)

cadeau's

28.

Wat is het meervoud van spray

a)

spray's

b)

sprayen

c)

sprays

d)

spraya

29.

Wat is het meervoud van pony?

a)

ponies

b)

pony's

c)

ponys

d)

ponie's

30.

Wat is het meervoud van pinda?

a)

pindaa's

b)

pindas

c)

pindaas

d)

pinda's

31.

Wat is het meervoud van cursus

a)

cursusses

b)

cursesen

c)

cursussen

d)

cursuseren

32.

wat is het meervoud van pygmee?

a)

pymeen

b)

pygmeeën

c)

pygmeën

d)

pygmeren

33.

Wat is het meervoud van kolonie?

a)

koloniën

b)

kolonieën

c)

kolonies

d)

kolonieren

34.

Wat is het meervoud van pyama?

a)

pyamas

b)

pyamaa's

c)

pyama's

d)

pyami

35.

Wat is het meervoud van: laboratorium?

a)

laboratoriums

b)

laboratoria

c)

laboriatoriumen

d)

laboratories

36.

Wat is het meervoud van democratie?

a)

democratsieën

b)

democraties

c)

democratiën

d)

democratieën

37.

Wat is het meervoud van gewoonte?

a)

gewoontesen

b)

gewoontes

c)

gewonen

d)

gewoonten

38.

Wat is het meervoud van idee?

a)

idee-en

b)

ideën

c)

idees

d)

ideeën

39.

Wat is het meervoud van baby?

a)

babies

b)

babiën

c)

baby's

d)

babys

40.

Wat is het meervoud van filosofie?

a)

filosofiën

b)

filosoferen

c)

filosofieën

d)

filosofies

41.

Wat is het meervoud van vaarskalf?

a)

vaarskalven

b)

vaarskalfen

c)

vaarskalferen

d)

vaarskalveren

42.

Wat is het meervoud van filosoof?

a)

filosoven

b)

filosofen

c)

filosoferen

d)

filosofeën

43.

Wat is het meervoud van gemenerik?

a)

gemenerikken

b)

gemeneriken

c)

gemeneriks

d)

gemenerika

44.

Wat is het meervoud van comité?

a)

comtiés

b)

comitees

c)

comitées

d)

comité's

45.

Wat is het meervoud van seismograaf?

a)

seismograven

b)

seismografes

c)

seismograferen

d)

seismografen