wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

quiz ademhaling

Total questions: 16

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het is belangrijk dat we inademen via de neus omdat de neus de ingeademde lucht verwarmt, bevochtigt en zuivert.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Binnenin de neus is slijmvlies aanwezig maar geen trilhaartjes. Dit in tegenstelling tot de luchtpijp waar er wel trilhaartjes aanwezig zijn.

a)

waar

b)

niet waar

3.

De latijnse naam voor keelholte is :

a)

larynx

b)

farynx

c)

trachea

4.

De latijnse naam voor strottenhoofd is :

a)

larynx

b)

farynx

c)

trachea

5.

De latijnse naam voor luchtpijp is :

a)

larynx

b)

farynx

c)

trachea

6.

Als we slikken kunnen we de opwaartse beweging van de slokdarm voelen (met de hand ter hoogte van de keel).

a)

waar

b)

niet waar

7.

Net zoals de aorta heeft ook de luchtpijp een bifurcatie naar de beide longen toe.

a)

waar

b)

niet waar

8.

De plaats waar de hoofdbronchus en de grote bloedvaten de long ingaat, noemt met de longhilus.

a)

waar

b)

niet waar

9.

Trilhaartjes zijn heel belangrijk in verband met het verplaatsen van de slijmen vanuit de luchtpijp naar de keel toe. Dit om zo de slijmen te kunnen ophoesten.

a)

waar

b)

niet waar

10.

In de longen hebben we longblaasje of ook alveolen genoemd. De longblaasjes zijn omgeven door capillairen. Op deze plaats gebeurt de gasuitwisseling van O2 en CO2 omdat zowel de alveolen als de capillairen doorlaatbaar zijn .

a)

waar

b)

niet waar

11.

Als we inademen gaat het diafragma naar beneden en duwt zo de inhoud van de buik naar voor. Bij het inademen zie je dus de buik uitzetten.

a)

waar

b)

niet waar

12.

Het ademcentrum bevindt zich in:

a)

De alveoli

b)

De bronchioli

c)

De hersenstam

d)

De kleine hersenen

13.

Een ademprikkel ontstaat door

a)

daling van de pCO2 in het bloed

b)

stijging van de pCO2 in het bloed

c)

daling van de pO2 in het bloed

d)

stijging van de pO2 in het bloed

14.

Uitwisseling van O2 en CO2 vindt plaats in:

a)

De alveoli

b)

De bronchi

c)

De trachea

d)

De pleuraholte

15.

Uitwisseling van CO2 en O2 vindt plaats door:

a)

actief transport

b)

ventilatie

c)

perfusie

d)

diffusie

16.

Diffusie is gebaseerd op concentratieverschil. Dit betekent dus dat :

a)

als de O2 concentratie in het bloed ter hoogte van de capillairen rondom de alveolen hoger is dan in de alveolen, de O2 zich vanuit de alveolen naar het bloed verplaatst.

b)

als de concentratie van CO2 in het bloed ter hoogte van de capillairen laag is, dit ervoor zorgt dat de O2 zich verplaatst vanuit de alveolen naar het bloed.

c)

als de concentratie van O2 in de alveolen hoger is dan in het bloed ter hoogte van de capillairen, het O2 gehalte zich vanuit de alveolen naar het bloed zal verplaatsen.