wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toetsvoorbereiding 1e klas

Total questions: 25

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent amicaal?

a)

gezellig

b)

voordelig

c)

vriendschap

d)

vriendschappelijk

2.

wat betekent bonje?

a)

gezelligheid

b)

ruzie

c)

visite

3.

wat betekent van haver tot gort kennen?

a)

iets niet weten

b)

matig

c)

heel goed

4.

wat betekent verbroederen?

a)

verbinden

b)

ontspannen

c)

pauze houden

d)

onderzoeken

5.

wat betekent bejegenen?

a)

zich misdragen

b)

zich gedragen tegenover

c)

met iemand afspreken

d)

bang zijn voor

6.

wat is de pv? De vrouw heeft boos naar de leerlingen gesproken

a)

boos

b)

heeft

c)

gesproken

7.

hoeveel proeven zijn er om de pv te vinden?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

8.

Wat is het eerste zinsdeel in de zin: het antwoord op de toetsvraag van vandaag was erg lastig om te vinden

a)

het antwoord

b)

het antwoord op de toetsvraag

c)

het antwoord op de toetsvraag van vandaag

d)

vandaag

9.

Welk woord is een zelfstandig naamwoord-eigennaam?

a)

Willemstad

b)

Willem

c)

Stad

d)

Land

10.

wat voor lidwoord is "het"?

a)

lw

b)

blw

c)

olw

11.

hoeveel lidwoorden zitten er in deze zin: De man zei: een van jullie moet een opdracht gaan maken

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

12.

hoeveel woorden uit dit rijtje moeten met een hoofdletter: willemstad, repertoire, theater, noorden, ivoor, bananaweg, ajax

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

13.

wat is goed?

a)

Mevrouw De Vries

b)

Mevrouw de Vries

14.

Wat is goed?

a)

I. van der Meer

b)

I. Van der Meer

c)

I. Van Der Meer

15.

wat betekent animo?

a)

gezelligheid

b)

zin om aan iets deel te nemen

c)

vriend

d)

een moeilijk iets

16.

wat betekent debuut?

a)

de laatste keer

b)

de eerste keer

c)

nooit

d)

iets makkelijks

17.

wat betekent: goede wijn behoeft geen krans

a)

goede wijn is het beste

b)

als iets goed is, hoef je het niet te zeggen

c)

als iets goed is, is het duur

d)

je bent goed

18.

hoeveel manieren zijn er om het onderwerp in de zin te vinden?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

19.

wat is het ow in de zin: Vanavond gaat hij met hem naar de bioscoop

a)

vanavond

b)

gaat

c)

hij

d)

met hem

e)

naar de bioscoop

20.

Hoeveel zinsdelen zijn er in de zin: Vanavond gaat hij met hem naar de bioscoop

a)

6

b)

3

c)

4

d)

5

21.

Ovaal is een

a)

stoffelijk bn

b)

bn

22.

wat is goed?

a)

een gebroke hart

b)

een gebroken hart

23.

hoeveel bn in de zin --> het mooie meisje was erg aardig en slim: ze was snel en goed in het beantwoorden van de moeilijke vragen

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

e)

7

24.

wanneer gebruik je de korte vorm van het bn?

a)

bij het-woorden en dan bij de "een" vorm

b)

bij de-woorden en dan bij de "een" vorm

c)

bij het-woorden en dan bij de "het" vorm

d)

bij de-woorden en dan bij de "de" vorm

25.

Hoeveel zinsdelen in de zin: welke schaatsafstand op de olympische spelen is deze keer de afstand waar de meeste prijzen gewonnen worden?

a)

5

b)

6

c)

7

d)

8

e)

9