wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

GT4 H7 Ademen en eten

Total questions: 37

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het kleinste?

a)

organisme

b)

organisme

c)

Weefsel

d)

cel

2.

De juiste definitie van een weefsel is

a)

Een groep cellen met verschillende functies.

b)

Meerdere groepen cellen bij elkaar die samen een functie uitoefenen.

c)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie.

d)

Een groep cellen binnen één orgaan.

3.

Kruis alle organen aan die bij het bloedvatenstelsel.

a)

2

Longen

b)

3

Hart

c)

5

Dunne darm

d)

7

Nieren

4.

1 + 2 --> energie + 3 + 4

Hierboven zie je de formule van verbranding.

Wat zou er op plek 1 en 2 kunnen staan?

a)

Glucose

b)

Koolstofdioxide

c)

Water

d)

Zuurstof

5.

Hoe raak je de 'afvalstof' water kwijt? meerder antwoorden mogelijk!

a)

via de huid (zweten)

b)

via speeksel

c)

via het bloed

d)

via de nieren (urine)

e)

via de longen (uitademen)

6.

Welk van de volgende orgaanstelsels zorgt ervoor dat glucose en zuurstof vervoert worden?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Bloedvatenstelsels

d)

Uitscheidingsstelsel

7.

welk orgaan maakt 2 belangrijke hormonen voor de suikerspiegel?

a)

Lever

b)

milt

c)

dikke darm

d)

alvleesklier

8.

Wanneer er teveel glucose in het bloed is zorgt het hormoon ……… dat dit wordt opgeslagen in de vorm van glycogeen.

a)

adrenaline

b)

insuline

c)

glucagon

9.

inademen door middel van buikademhaling wordt veroorzaakt door het samentrekken van:

a)

tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

borstspieren

d)

rugspieren

10.

Wat is de eerste stap bij het ademhalen?

a)

Lucht komt de longen in

b)

Longen worden groter

c)

Borstkas wordt groter

d)

Ademhalingsspieren (middenrif en tussenribspieren) trekken samen

11.

Wat is de laatste stap bij het ademhalen?

a)

Lucht komt de longen in

b)

Longen worden groter

c)

Borstkas wordt groter

d)

Ademhalingsspieren (middenrif en tussenribspieren) trekken samen

12.

Wat is de naam van onderdeel 6?

a)

Keelholte

b)

Luchtpijp

c)

Long

d)

Bronchie

e)

Longblaasje

13.

Waar vind gaswisseling plaats?

(a)  

14.

Als je je verslikt dan sluit de/het ... de luchtpijp niet goed af.

a)

Huig

b)

Strotklepje

c)

Tong

15.

In de afbeelding zie je

a)

Voedingsmiddelen

b)

Voedingsstoffen

c)

Vitamines

d)

Mineralen

e)

Geen van de antwoorden is goed

16.

In het oranje vak vind je vooral

a)

koolhydraten

b)

eiwitten

c)

vetten

17.

Waar zitten GEEN vezels in?

a)

Brood

b)

Groente

c)

Granen

d)

Vlees

18.

Wat is de functie van bouwstoffen?

a)

Bron van energie om arbeid te verrichten

b)

Vorming van nieuwe cellen voor groei en herstel.

c)

Goede werking van het lichaam.

19.

Kruis alle brandstoffen/energierijke voedingsstoffen aan.

a)

Koolhydraten

b)

Vetten

c)

Eiwitten

d)

Mineralen

e)

Vitamine

20.

Kruis alle beschermende voedingsstoffen aan.

a)

Koolhydraten

b)

Vetten

c)

Eiwitten

d)

Mineralen

e)

Vitamine

21.

Waar of niet waar?

Voedingsvezels zijn voedingsstoffen.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.
Enzymen zorgen ervoor dat.....
a)
De verteringsreactie wordt versneld
b)
De voedingstoffen door het verteringsstelsel worden geduwd
c)
Vet met water kan mengen
d)
Bacteriën worden gedood
23.
Welke voedingstof moet je verteren voor het opgenomen kan worden?
a)
Glucose
b)
Mineralen
c)
Water
d)
Zetmeel
24.
Dit doodt bacteriën. 
a)
Alvleessap
b)
Gal
c)
Maagzuur
d)
Darmsap
25.
Hoe heet orgaan 1?
a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Endeldarm
d)
Twaalfvingerige darm
26.
Hoe heet orgaan 3?
a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Endeldarm
d)
Twaalfvingerige darm
27.
Dit sap verteert vetten, eiwitten en zetmeel.
a)
Alvleessap
b)
Gal
c)
Maagsap
d)
Speeksel
28.

Hier worden de voedingsstoffen (behalve water) opgenomen?

a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Twaalfvingerige darm
29.
Deze darm bevat darmvlokken.
a)
Dikke darm
b)
Dunne darm
c)
Twaalfvingerige darm
30.

Wat maakt een plantaardige cel zo lastig te verteren?

a)

Cellulose

b)

Zetmeel

c)

Het groene

d)

Voedingsvezels

31.

Wat eet het beest met dit gebit?

a)

Planten

b)

Vlees

c)

Planten en vlees

32.

Wat voor soort kiezen zie je hier?

a)

Plooikiezen

b)

Knipkiezen

c)

Knobbelkiezen

33.

Hoe (relatief) lang is het verteringsstelsel van een vleeseter?

a)

Lang

b)

Middellang

c)

Kort

34.

Waaruit bestaan de kieuwplaatjes?

a)

Lamellen

b)

Haarvaten

c)

Kieuwboog

d)

Zuurstof

35.

Op welke plaats vindt gaswisseling precies plaats bij een vis?

a)

Lamellen

b)

Kieuwdeksel

c)

Kieuwboog

d)

Kieuwplaatjes

36.

Hoe worden de openingen van het ademhalingsstelsel van insecten genoemd?

a)

Stigma

b)

Luchtpijp

c)

Luchtpijptakjes

d)

Tracheeën

37.

Hoe worden de buisjes van het ademhalingsstelsel van insecten genoemd?

a)

Stigma

b)

Luchtpijp

c)

Luchtpijptakjes

d)

Tracheeën