Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

evolutie

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Zowel het ontstaan als het uitsterven van diersoorten zijn allebei onderdelen van evolutie.

a)

waar

b)

niet waar

2.
Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.
a)
Niet waar, want ze kunnen verschillende voorouders hebben.
b)
Waar, want ze hebben dezelfde voorouder.
3.

Verstandskiezen, de blinde darm en het staartbeentje zijn voorbeelden van....

a)
analoge organen
b)
homologe organen
c)
rudimentaire organen
4.

Kijk naar de afbeelding. Je ziet een poot van een konijn, een poot van een sprinkhaan en een poot van een kikker.

Welke van deze poten vertonen een homologe bouw?

a)

konijn en sprinkhaan

b)

kikker en konijn

c)

kikker en sprinkhaan

5.

Als een populatie te klein wordt, neemt de overlevingskans van de populatie sterker af dan op grond van het probleem van paarvorming mag worden verwacht.

Waardoor neemt de kans op overleven af als de populatie kleiner wordt?

a)

Een kleine populatie heeft een kleine genetische variatie

b)

Een kleine populatie heeft meer emigratie dan immigratie

c)

Een kleine populatie is een eenvoudige prooi voor roofdieren

d)

Een kleine populatie wordt makkelijk weggeconcurreerd

6.

Wat is de basis voor genetische variatie binnen populaties?

a)

Mutaties

b)

Recombinaties

c)

Aseksuele voortplanting

d)

Mutaties en recombinaties

7.

In een bepaalde populatie komen ongeveer evenveel slakken met lichtgekleurde huisjes voor als slakken met donkergekleurde huisjes. De kleur van de huisjes is erfelijk bepaald. Door een verandering in de omgeving wordt de ondergrond waarop ze leven donkerder. Vogels eten daardoor slakken met lichte huisjes eerder op dan die met donkere. Na een paar generaties blijken er in die populatie bijna geen slakken met lichte huisjes meer te zijn. Is er in deze populatie sprake van selectie?

a)

Nee

b)

Ja, van kunstmatige selectie

c)

Ja, van seksuele selectie

d)

Ja, van natuurlijke selectie

8.

Het skelet van de mens zoals dat er nu uitziet, is volgens de evolutietheorie ontstaan uit het skelet van voorouders door veranderingen in het erfelijk materiaal.


Hoe wordt zo’n verandering in het erfelijk materiaal genoemd?

a)

Mutatie

b)

Rudimentair element

c)

Genetische variatie