WorksheetsSpelling wws
Total questions: 25
Worksheet time: 13mins
Hij (a) veel geld aan kleren. (Besteden) (TT)
Zij ... naar de supermarkt. (Rijden) (TT)
(a)
Ik (a) bang voor haaien. (zijn) (TT)
Hij ... een nieuwe fiets. (Hebben)
(a)
Vul de persoonsvorm tt in.
Hij (downloaden) niet alleen, hij updadet ook altijd.
downloadt
download
downloaded
Vul de persoonsvorm tt in.
Marcel (vinden) de opdracht leuk.
vinden
vindt
vind
Vul de persoonsvorm tt in.
Ik (rijden) vandaag met de fiets naar huis.
rijd
rijden
rijdt
Vul de persoonsvorm tt in.
Hij (worden) altijd weggebracht als het regent.
word
wordt
worden
Vul de persoonsvorm tt in.
(Verzenden) je de e-mail nu naar de docent?
Verzend
Verzendt
Verzenden
Vul de persoonsvorm tt in.
Joris (bekladden) de muren met groene verf.
bekladden
beklad
bekladt
Wat is de juiste vorm van het werkwoord?
Denk erom het moet in de verleden tijd!
Bram (vangen) de bal.
vangt
ving
vong
vangde
Vul de juiste vorm in. Denk erom het is verleden tijd.
Op vakantie (eten) we elke dag pasta.
(a)
Wat is de juiste vorm van het werkwoord?
Denk erom het moet in de verleden tijd!
Ik (landen) weer met beide benen op de grond.
landden
land
landde
landen
Wat is de juiste vorm van het werkwoord?
Denk erom het moet in de verleden tijd!
Mijn vriend (morsen) cola over mijn shirt.
morst
marste
morsten
morste
Wat is de juiste vorm van het werkwoord?
Denk erom het moet in de verleden tijd!
Nienke (roepen) dat zij de opdrachten erg moeilijk vond.
roepte
riep
riepte
riepen
Vul de juiste vorm in. Denk erom het is verleden tijd.
Een Poolse tuinman (smokkelen) planten in zijn onderbroek.
(a)
Noteer het voltooid deelwoord.
In Nederland wordt vaker ........(pinnen).
gepint
gepind
Ik was ............(raken) door die opmerking over mijn overleden hondje.
geraakt
gerakt
geraken
geraakd
De docent had alle fouten .......(doorstrepen).
gedoorstreept
doorgestrepen
doorgestreept
Heb je de kratjes ..........(opstapelen)?
geopstapeld
opgestapeld
opgestapelt
geopstapelt
Heb je haar een kaartje.......(sturen)?
gestuurt
gestuurd
De stallen worden binnenkort ....... (slopen).
gesloopt
gesloopd
Op het feest heeft hij met haar ......(dansen).
gedanst
gedansd
Yasmine heeft zijn haar blauw ........(verven).
gevervd
gevervt
geverfd
geverft
Wat hebben jullie voor de KPZ veel ......... (verkopen)
verkochd
verkiep
verkupt
verkocht
