wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Genenparen oefenen par 3.1 en 3.2

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

De bruine kleur die je krijgt als je in de zon ligt.

a)

Genotype

b)

Fenotype

2.

Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?

a)

Bij de vorming van de eicel

b)

Bij de bevruchting

c)

Bij de geboorte

3.

Bij iemand die heterozygoot is voor een bepaalde eigenschap komt altijd het ... allel tot uiting. Welk woord hoort op de puntjes?

a)

Homozygote

b)

Dominante

c)

Recessieve

d)

Heterozygote

4.

Iemand is homozygoot recessief voor een gen dat wordt gecodeerd met de letter A. Hoe wordt dat opgeschreven?

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

5.

Iemand is heterozygoot voor een bepaalde eigenschap die wordt gecodeerd met de letter B. Hoe schrijf je dit op?

a)

BB

b)

Bb

c)

bb

6.

De ziekte van Krabbe is een zeldzame stofwisselingsziekte die leidt tot schade aan het zenuwstelsel. De ziekte wordt veroorzaakt door een recessief gen (a).

Wat is het genotype van iemand die ziek is

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

7.

Bij paarden is het allel voor donkere vachtkleur (b) recessief ten opzichte van het allel voor de blonde vachtkleur (B)

Wat kan het genotype zijn voor een paard met een blonde vachtkleur?

a)

BB

b)

Bb

c)

bb

8.

Als je ouders hebt met beide een homozygoot genotype voor haarkleur.

De ene is recessief(a) en de andere is dominant(A).

Welke genotypes hebben de ouders dan?

a)

aa en AA

b)

aa en aa

c)

Aa en Aa

d)

AA en AA