wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verbranding en ademhaling

Total questions: 25

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
2.

Welke stoffen zijn nodig voor verbranding?

a)

koolstofdioxide en brandstof

b)

koolstofdioxide en water

c)

zuurstof en brandstof

d)

zuurstof en water

3.

Twee uitspraken:

Marlon zegt: Verbranding vindt plaats in elke cel van je lichaam

Gerard zegt: Verbranding vindt niet continu plaats in het lichaam.

Wie heeft er gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Marlon heeft gelijk

c)

Gerard heeft gelijk

d)

Beide ongelijk

4.

Welke letter geeft de luchtpijp aan?

a)

J

b)

K

5.

Zit de luchtpijp voor of achter de slokdarm?

a)

voor

b)

achter

6.

Wat zie je hier

a)

de longblaasjes

b)

de luchtpijp

c)

de bronchien

d)

de luchtpijptakjes

7.

Welke weg legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?

a)

neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie

b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
8.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofdioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
9.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

10.

Medicijnen voor astma helpen om de spiertjes om de luchtpijptakjes aan te spannen

a)

waar

b)

niet waar

11.

Om welke reden(en) is ademen door de neus gezonder?

a)

De lucht wordt gekeurd

b)

De lucht wordt gefilterd (Stofdeeltjes worden uit de lucht gehaald)

c)

De lucht wordt verwarmd

d)

De lucht wordt vochtig gemaakt

12.

Waarmee begint de buikademhaling?

a)

Het samentrekken van de tussenribspieren

b)

Het samentrekken van het middenrif

c)

Het ontspannen van de tussenribspieren

d)

Het ontspannen van het middenrif

13.

Bij inademen gaan de ribben en het middenrif omhoog

a)

waar

b)

niet waar

14.

Warmte is geen voorbeeld van energie.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht

16.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

Ze een heel groot oppervlakte samen hebben en een dikke wand hebben

b)

Ze een hele dikke wand hebben waardoor water en opgeloste voedingsstoffen makkelijk doorheen kan

c)

Ze een heel groot oppervlakte hebben en maar 1 cellaag dik zijn

17.
Nummer 2 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
18.

Je ziet hier een afbeelding van het ademhalingsstelsel. Nummer 3 is:

a)

de huig

b)

het strottenhoofd

c)

de luchtpijp

d)

de schildklier

19.

Bij inademen worden de longen gevuld met lucht. Inademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

20.

Bij uitademen legen de longen zich, de lucht wordt uitgeblazen. Uitademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

21.

Welke stoffen ontstaan bij verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Koolstofdioxide en water

d)

Zuurstof en water

22.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
23.

BIj verslikken staat de huig OPEN of DICHT.

Het strotklepje staan dan OPEN of DICHT

a)

open - open

b)

open - dicht

c)

dicht - open

d)

dicht - dicht

24.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

25.

Beschadigde longen kunnen minder goed zuurstof opnemen?

Waar of nietwaar

a)

Waar

b)

Niet waar