wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen erfelijkheid

Total questions: 17

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

Krullend haar (A) is dominant boven sluik haar (a). Wat is de fenotype verhouding in de F1-fase, bij de kruising: Aa * aa?

a)

3 krullend haar en 1 sluik haar

b)

 2 krullend haar en 2 sluik haar

c)

1 krullend haar en 3 sluik haar

d)

4 krullend haar en 0 sluik haar

2.

Is het gen voor de ziekte van Huntington dominant of recessief? Of is dit niet uit de gegevens op te maken?

a)

Het gen is dominant.

b)

Het gen is recessief.

c)

Dit is niet uit de gegevens op te maken

3.

Twee ouders zijn heterozygoot voor de bruine oogkleur. Bruine ogen is dominant over blauwe.Ze krijgen een eeneiige tweeling Guus en Kees.Guus heeft blauwe ogen. Hoe groot is de kans dat Kees ook blauwe ogen heeft?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

100%

4.

Een vrouw met blauwe ogen krijgt een kind met bruine ogen. Het allel voor B bruine ogen is dominant over het allel voor b blauwe ogen. Welk(e) genotype(n) kan de vader gehad hebben?

a)

alleen BB

b)

alleen Bb

c)

Bb of BB

d)

Bb of bb

5.

Persoon nummer 4 heeft als enige blauwe ogen (genotype is bb). De rest heeft bruine ogen. Van welke personen in deze stamboom kun je met zekerheid zeggen dat ze het genotype Bb hebben?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

6.

Bij cavia's is korte haren dominant over lange haren.Twee heterozygote cavia's paren met elkaar en krijgen jongen.Welke verhouding in fenotypes verwacht je bij de nakomelingen?

a)

100% lange haren

b)

100% korte haren

c)

25% lange haren / 75% korte haren

d)

25% korte haren / 75% lange haren

7.

Bij het gen van oogkleur is bruin dominant over blauwe ogen. Harm zijn vader heeft blauwe ogen, terwijl Harm zelf bruine ogen heeft.

Is Harm heterozygoot of homozygoot voor oogkleur?

En heeft Harms moeder bruine of blauwe ogen?

a)

Heterozygoot / moeder bruine ogen

b)

Homozygoot / moeder bruine ogen

c)

Heterozygoot / moeder blauwe ogen

d)

Homozygoot / moeder blauwe ogen

8.

In de afbeelding is een stamboom de overerving van albinisme bij een gezin weergegeven. De ouders uit dit gezin krijgen krijgen een vierde kind. Hoe groot is de kans dat dit kind pigment heeft?

a)

25%

b)

50%

c)

75%

d)

100%

9.

BIj een dier zijn de volgende eigenschappen bekend:

A = krullend haar

a = sluik haar

Bij welke kruising is de kans het grootst op zoveel mogelijk jongen met sluik haar?

a)

Aa x aa

b)

Aa x Aa

c)

AA x aa

d)

AA x Aa

10.

Bij rundvee is zwartbont dominant over roodbont (zwartbont = Z en roodbont = z).

Wat is de kans op een zwartbont kalf, als beide ouders roodbont zijn?

a)

0

b)

25%

c)

50%

d)

100%

11.

Bij muizen is het allel voor zwarte vachtkleur dominant over dat voor bruine vachtkleur

Welk genotype heeft nummer 5?

a)

Heterozygoot

Aa

b)

Homozygoot

AA

c)

Homozygoot

aa

d)

Dat is niet te zeggen met de gegevens uit de stamboom

12.

Iemand, die in staat is zijn tong op te rollen is in het bezit van het allel R.

Een persoon die zijn tong niet kan oprollen (rr) heeft twee zusters, die dit wel kunnen.

Zijn beide ouders kunnen dit ook.

Welke genotypen van de ouders en de zusters zijn dan mogelijk?

a)

Ouders RR en Rr, zusters RR en/of Rr.

b)

Ouders Rr en Rr, zusters alleen RR

c)

Ouders RR en Rr, zusters alleen Rr.

d)

Ouders Rr en Rr, zusters RR en/of Rr.

13.

In welke van onderstaande cellen zou je een X-chromosoom kunnen aantreffen:

a)

een spermacel

b)

een onbevruchte eicel

c)

een bevruchte eicel

14.

Twee witte Leghorns worden met elkaar gekruist.De stamboom geeft de resultaten van deze kruising weer.Wat is het genotype van de ouders?

a)

Beide hebben genotype AA.

b)

Beide hebben genotype Aa.

c)

Beide hebben genotype aa.

d)

Eén van beide heeft genotype AA, de ander Aa.

15.

In vier celkernen van mensen zitten de volgende geslachtschromosomen

1: XX

2: X

3:XY

4:Y

Welke celkern kan van een darmcel van een man zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

16.

Bij fruitvliegjes komen vliegen voor met lange vleugels en met korte vleugels.

Vlieg met korte vleugels wordt gekruist met vlieg lange vleugels.

Alle 80 nakomelingen in de F1 hebben lange vleugels.

Deze vliegjes worden onderling gekruist.

Hoeveel procent van de nakomelingen in de F2 zijn heterozygoot?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

100%

e)

75%

17.

Cavia's zijn zwartharig en witharig. Zwart = dominant

Bij welke kruising is de kans op een witte cavia het groots?

a)

Heterozygoot X homozygoot dominant

b)

Heterozygoot X homozygoot recessief

c)

homozygoot recessief X homozygoot dominant

d)

Heterozygoot X heterozygoot