Font size
WorksheetsGrandes Lignes HV2 H1 F
Total questions: 13
Worksheet time: 10mins
Vertaal het woord: in de lente
en hiver
au printemps
en été
Typ de juiste vertaling (kleine letters): in de herfst
(a)
Vertaal het onderstreepte woord: Le prof raconte une histoire
(a)
Vertaal het onderstreepte woord: Je vais à l'église
(a)
Vertaal het onderstreepte woord: J'aime nager!
(a)
Kies de juiste vertaling voor: de week
demain
là-bas
la semaine
Kies de juiste vertaling voor: daar (als je iets aanwijst)
là-bas
ici
voilà
Wat is het juiste werkwoord voor: duiken
faire de la cuisine
faire du surf
faire de la plongée
Maak de zin af met het werkwoord tussen haakjes: Ce week-end, je vais (a) (winkelen)
Vertaal de activiteit: J'ai été à la plage
Ik ben naar een hotel geweest
Ik heb uitgeslapen
Ik ben naar het strand geweest
Maak de zin af met het werkwoord in de verleden tijd: (a) (ik ben geweest) à l'hôtel.
Vertaal het werkwoord: donner
helpen
werken
geven
Vul het juiste voltooid deelwoord in: j'ai (a) (gesproken) français pendant les vacances.
