Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1 planten en dieren

Total questions: 38

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Van wanneer tot wanneer is je puberteit?

a)

6 tot 12 jaar

b)

12 tot 16 jaar

c)

16 tot 21 jaar

d)

21 tot 65 jaar

2.

Wat is een organisme?

a)

Een leven wezen

b)

Alles wat groeit

c)

Alles wat beweegt

3.

Kruis alle levenskenmerken aan

a)

Ademhalen

b)

Huilen

c)

Voeden

d)

Waarnemen

e)

Lopen

4.

Mensen, dieren en planten zijn ...

(a)  

5.

Wat is een ander woord voor gedaanteverwisseling?

4 lines
6.

Een omgevallen boom is...

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

7.

Wat is groeien?

a)

Het langer en zwaarder worden van een organisme

b)

Het zwaarder worden van een organisme

c)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

d)

Het langer en breder worden van een organisme

8.

wat is de functie van de zaadhuid?

a)

Water opnemen

b)

Beschermen van het zaad

c)

Helpt de zaad bij het kiemen

d)

Het heeft geen functie

9.

Veranderingen in de bouw van een organisme noemen we

a)

Groeien

b)

Aanpassen

c)

Ontwikkeling

d)

Ziekte

10.

Een mensenleven bestaat uit ... fasen

a)

6

b)

7

c)

8

d)

9

11.

Kinderen van 4 tot 6 jaar noemen we...

a)

Peuters

b)

Kleuters

c)

Schoolkind

12.

Stoffen die nodig zijn voor de groei en ontwikkeling van je lichaam noemen we

a)

Voedingsstoffen

b)

Vitamines

c)

Mineralen

13.

Wat is de volledige formule van fotosynthese?

a)

Water + zonlicht -> glucose + zuurstof

b)

Water + koolstofdioxide + zonlicht -> zuurstof

c)

Water + koolstofdioxide + zonlicht -> glucose + zuurstof + water

d)

Water + koolstofdioxide + zonlicht -> glucose + zuurstof

14.

waterplanten hebben zonlicht nodig

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Via het (a)   gaat water het zaadje in, daardoor kan de kiem in het zaadje gaan kiemen.

16.

In de (a)   zitten voedingsstoffen voor de groeiende kiemplant.

17.

De levenscyclus van een tomatenplant begint bij de bloemen.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Een boon die ontkiemt gebruikt energie uit de zon om te ontkiemen

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Hoe heet onderdeel 2?

a)

De zaadhuid

b)

Het poortje

c)

Het Hartvormig bultje

d)

De navel

20.

Welk levenskenmerk is een zaad een voorbeeld van?

a)

Groeien

b)

Ontwikkelen

c)

Voortplanten

d)

Ademhalen

21.

Een baksteen is ...

a)

Dood

b)

Levenloos

c)

Levend

22.

Welke leeftijdsfase is dit?

- 6 tot 12 jaar

a)

Schoolkind

b)

Pubers

c)

Kleuters

d)

Peuters

23.

In de derde fase van de levenscyclus van een vlinder (pop) maakt de larve een omhulsel om zichzelf. Dit omhulsel heet (a)  

24.

Een volwassen kikker haalt adem door

a)

Longen

b)

De huid

c)

Inwendige kieuwen

d)

Uitwendige kieuwen

25.

De eerste groeispurt vindt plaats in deze fase:

a)

Puber

b)

Baby

c)

Schoolkind

d)

Peuter

26.

Planten hebben een bepaalt soort suiker nodig om te leven. Deze maken ze zelf door middel van een proces dat fotosynthese heet. Hoe heet deze suiker?

(a)  

27.

Om glucose te maken heeft een plant nodig

a)

Zonlicht, water en koolstofdioxide

b)

Zuurstof, water en koolstofdioxide

c)

Zonlicht, water en zuurstof

28.

Wat zijn wel levenskenmerken?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Ontwikkelen

d)

Voortplanten

e)

Waarnemen

29.

De (a)   is een witte plek op een zaadje waarmee deze vastzat aan de plant.

30.

Verandering in de bouw (uiterlijk) van een organisme heet

a)

Groei

b)

Ontwikkeling

31.

Een ander woord voor metamorfose is (a)  

32.

Een kind leert fietsen. Deze manier van ontwikkeling heet

a)

Geestelijke ontwikkeling

b)

Lichamelijke ontwikkeling

c)

Motorische ontwikkeling

33.

De zon is een organisme

a)

juist

b)

onjuist

34.

Wat is de functie van onderdeel 6

a)

opslaan van reservevoedsel

b)

Opnemen van water

c)

Beschermen van het zaad

d)

Hiermee zat het zaad aan de moederplant

35.

Een koper standbeeld op een plein is..

a)

levenloos

b)

dood

c)

levend

36.

alleen in de groene delen van planten is fotosynthese mogelijk

a)

juist

b)

onjuist

37.

Wat betekent het woord Biologie

a)

De leer van dieren

b)

De leer van het leven

c)

Het vak van het leven

d)

Planten en dieren

38.

Welke levensverschijnselen vertoont een plant?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Voortplanten

d)

Uitscheiden