Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands H1 - vwo 3

Total questions: 20

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welke tekststructuur ziet er als volgt uit:

Inleiding: bepaald verschijnsel

Middenstuk: kenmerken/voorbeelden/verklaringen

Slot: samenvatting

a)

argumentatiestructuur

b)

aspectenstructuur

c)

verleden/heden/(/toekomst)structuur

d)

verklaringsstructuur

2.

Wat is een tekststructuur?

a)

Een opbouw van een tekst met tussenkopjes

b)

Een opbouw van tekst met titel, plaatjes en tussenkopjes

c)

Een vaste opbouw/indeling van inleiding, middenstuk en slot

d)

Een opbouw waarbij alle alinea's met elkaar te maken hebben

3.

Welke bewering over tekststructuren is onjuist?

a)

Teksten met structuur hebben altijd inleiding, kern en slot

b)

Teksten hebben niet altijd een tekststructuur

c)

Teksten met structuur hebben altijd dezelfde inleiding

4.

Welke leesstrategie pas je toe om de tekststructuur te achterhalen?

a)

globaal

b)

oriënterend

c)

precies

d)

zoekend

5.

Op welk niveau is hier sprake van een samentrekking? 'Het gras is groen en de lucht blauw.'

a)

woordniveau

b)

woordgroepsniveau

c)

zinsniveau

6.

Op welk niveau is hier sprake van een samentrekking? 'Het onderzoek is gebaseerd op 40 getrouwde mannen en vrouwen.'

a)

woordniveau

b)

woordgroepsniveau

c)

zinsniveau

7.

Op welk niveau is hier sprake van een samentrekking? 'Bram maakt altijd onnodige op- & aanmerkingen tijdens de les.'

a)

woordniveau

b)

woordgroepsniveau

c)

zinsniveau

8.

Is er in de volgende zin sprake van een voorwaartse of achterwaartse samentrekking? 'In een groot deel van Europa zijn de land- & provinciegrenzen te allen tijde geopend.'

a)

voorwaarts

b)

achterwaarts

9.

Beoordeel de volgende samentrekking. 'Maria gaf haar vader een cadeautje, maar niks om hem.'

a)

Goed

b)

Fout, op basis van functie

c)

Fout, op basis van betekenis

d)

Fout, op basis van getal

10.

Beoordeel de volgende samentrekking. 'Ik liet de honden uit en mijn sleutels vallen.'

a)

Goed

b)

Fout, op basis van functie

c)

Fout, op basis van betekenis

d)

Fout, op basis van getal

11.

Beoordeel de volgende samentrekking. 'Op die school werk je met goede boeken en de leerlingen met een laptop.'

a)

Goed

b)

Fout, op basis van functie

c)

Fout, op basis van betekenis

d)

Fout, op basis van getal

12.

Beoordeel de volgende samentrekking. 'Zijn broertje kijkt graag Netflix, maar houdt niet van romantische series.'

a)

Goed

b)

Fout, op basis van functie

c)

Fout, op basis van betekenis

d)

Fout, op basis van getal

13.

Wat is het meervoud van kolonie?

a)

Kolonie's

b)

Kolonieën

c)

Koloniën

d)

Kolienieën

14.

Wat is het meervoud van Porie?

a)

Poriën

b)

Porieën

c)

Pories

15.

Wat is het meervoud van Melodie?

a)

Melodiën

b)

Melodieën

c)

Melodiëen

16.

In de winter____________ gaan wij vaak skiën

a)

'S Winters

b)

's Winters

c)

's winters

d)

s' Winters

17.

Het meervoud van taxi is...

a)

taxis

b)

taxi's

c)

taxies

d)

taxis'

18.

geef het meervoud van display

(a)  

19.

Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)

a)

beleeft

b)

beleefd

c)

beleefdt

20.

Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.

a)

verlote

b)

verloot

c)

verlootte