wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Introductie Elektriciteit

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Thuis gebruik je verschillende elektrische apparaten.

Wat is géén elektrisch apparaat?

a)

De TV

b)

De verlichting

c)

De Stereo-installatie

d)

De radiator van de verwarming

2.

Ook in de natuur kun je elektriciteit tegenkomen.

Welk verschijnsel heeft met elektriciteit te maken?

a)

De bliksemflitsen tijdens onweer

b)

De donderslagen tijdens onweer

c)

Het licht van de Zon

d)

De warmte van de zon

3.

Een lampje kun je laten branden door het op een batterij aan te sluiten.

Welke opmerking over de batterij is waar?

a)

Een batterij heeft maar één aansluiting. Die wordt de plus van de batterij genoemd

b)

Een batterij heeft maar één aansluiting. Die wordt de min van de batterij genoemd

c)

Een batterij heeft twee aansluitingen. Die worden de min en de plus van de batterij genoemd

4.

Stroomdraden worden vaak van koper gemaakt.

Waarom worden stroomdraden van koper gemaakt?

a)

Koper kun je moeilijk buigen

b)

Koper laat gemakkelijk stroom door

c)

Koper laat moeilijk stroom door

d)

Koper heeft een mooie kleur

5.

Om stroomdraden zit een plastic laag.

Waarom zit die laag er om heen?

a)

Omdat je anders je vingers verbrandt aan de hete stroomdraden

b)

Omdat je anders een elektrische schok krijgt

c)

Omdat elektrische stroom ook gemakkelijk door plastic kan stromen en er zodoende meer stroom kan lopen

d)

Om duidelijk aan te geven dat het een stroomdraad is.

6.

300 milli-Ampére = (a)   Ampére

7.

0,001 Ampére = (a)   milli-Ampére

8.

De lampen op je fiets branden door een dynamo.

Lees de opmerkingen over de dynamo. Klik op alle juiste opmerkingen.

a)

Als je harder fietst gaan de lampen feller branden

b)

Een dynamo moet je na enige tijd vervangen; die dynamo is dan leeg

c)

Een dynamo werkt pas als je aan het fietsen bent

d)

Een dynamo werkt ook als je stilstaat

9.

Je hebt de keuze uit een lamp van 5 watt en een van 15 watt.

Welke twee uitspraken zijn waar?

a)

De lamp van 5 Watt verbruikt de minste energie

b)

De lamp van 5 Watt verbruikt de meeste energie

c)

De lamp van 15 Watt geeft het minste licht

d)

De lamp van 15 Watt geeft het meeste licht

10.

In je smartphone zit een batterij. Na enige tijd moet je die weer opladen.

Wanneer raakt je batterij het snelste leeg?

a)

Als je muziek aan het luisteren bent

b)

Als je chat met je vrienden

c)

Als je de lamp aan hebt staan

11.

Als je met elektriciteit werkt moet je altijd opletten want:

a)

Elektriciteit kan leeglopen en dan kan je geen metingen meer doen

b)

Elektriciteit kan jouw ineens een schok bezorgen

c)

Elektriciteit is duur dus te veel gebruiken kost te veel geld

d)

De apparaten waar je elektriciteit mee meet zijn zeer gevoelig voor de instellingen

12.

Wat betekend het waarschuwingsbord

a)

Wees zuinig met stroom

b)

Pas op als het onweert

c)

Gevaarlijke elektrische spanning

d)

Gevaarlijke treinovergang