wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 T1 Ademhaling en verbranding

Total questions: 27

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofdioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
2.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

3.
Wat is juist?
a)
De huig sluit de luchtpijp af
b)
Het strotklepje sluit de luchtpijp af
c)
De huig sluit de neusholte en de luchtpijp af
d)
Het strotklepje sluit de neusholte en luchtpijp af
4.

Welke weg legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?

a)

neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie

b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
5.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

er een groot oppervlak is

b)

er een dikke wand is

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

longblaasjes vochtig zijn

6.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

7.

wat zie je hier

a)

de longblaasjes

b)

de luchtpijp

c)

de bronchien

d)

de luchtpijptakjes

8.

Welk gas wordt er opgenomen in de longblaasjes?

a)

Stikstof

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

9.

Bloed dat naar de longblaasjes toestroomt is ...

a)

Zuurstofarm

b)

Zuurstofrijk

c)

Het is gewoon bloed

10.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
11.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
12.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
13.
Wat gebeurt er met het helder kalkwater tijdens dit proefje?
a)
het kalkwater verdwijnt
b)
het kalkwater gaat stinken
c)
het kalkwater doet niks
d)
het kalkwater wordt troebel
14.
Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand>
Welke vorm van energie komt er dan vrij
a)
Warmte en beweging
b)
warmte en licht
c)
licht en beweging
d)
alleen beweging
15.

Het precentage stikstof wat je in en uitademt is gelijk

a)

waar

b)

niet waar

16.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht beide dicht

17.

Waarmee begint de buikademhaling?

a)

Het samentrekken van de tussenribspieren

b)

Het samentrekken van het middenrif

c)

Het ontspannen van de tussenribspieren

d)

Het ontspannen van het middenrif

18.

1 longen worden groter

2 borstholte wordt groter

3 tussenribspieren trekken samen

4 lucht stroomt naar binnen

Wat is de goede volgorde?

a)

1-2-3-4

b)

4-1-3-2

c)

3-2-1-4

d)

3-1-2-4

19.

Waardoor is de luchtpijp zo stevig?

a)

Door de spieren

b)

Doordat er continu lucht doorheen stroomt

c)

Door de kraakbeenringen

d)

Doordat er bot omheen zit

20.

.(1).+water ---bladgroenkorrels---zonlicht---> glucose + .(2).

Wat moet op nr 1 en 2?

a)

1 zuurstof, 2 koolstofdioxide

b)

1 koolstofdioxide, 2 zuurstof

c)

1 kaarsvet, 2 energie

d)

1 glucose, 2 energie

21.

.(1).+water ---bladgroenkorrels---zonlicht---> glucose + .(2).

Welke formule is dit?

a)

Verbranding in een organisme

b)

Verbranding van een kaars

c)

Fotosynthese

22.

Waar word glucose afgebroken?

a)

Mitochondriën

b)

Bladgroenkorrels

23.

Waarom bevatten spieren die veel gebruikt worden of die zwaar werk moeten verrichten (zoals beenspieren) meer mitochondriën ?

a)

In deze spieren vind weinig verbranding plaats

b)

In deze spieren vind veel verbranding plaats

24.

In afbeelding 4 zie je vijf reageerbuizen met daarin planten en/of dieren. Alleen buis 5 staat in het donker, alle andere buizen staan in het licht.


In welke buis zit na een aantal uren het minste koolstofdioxide?

a)

Buis 1

b)

Buis 2

c)

Buis 3

d)

Buis 4

e)

Buis 5

25.

Door te sporten of te zingen krijg je sterkere ademhalingsspieren.

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Welke stof in een sigaret zorgt voor een vertraagde gaswisseling?

a)

Koolstofmonoxide

b)

Teer

c)

Nicotine

d)

Tabak

27.

Welke stof in een sigaret is verslavend en verhoogt de bloeddruk?

a)

Teer

b)

Koolstofmonoxide

c)

Nicotine

d)

Tabak