Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herfstherhaling NED 1 Campus 1

Total questions: 75

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Wat is communicatie?

a)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een ontvanger naar zender

b)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een zender naar een ontvanger.

c)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een lezer naar schrijver.

2.

Wat is geen element van het communicatieproces?

a)

Ruis

b)

Effect

c)

Lezen

d)

Kanaal

3.

Over welk aspect spreken we hier? ‘Ik gebruik mijn pc om een mail te versturen.'

a)

Ruis

b)

Kanaal

c)

Ontvanger

d)

Effect

4.

Over welk aspect spreken we hier? ‘Wanneer ik iets vertel aan mijn moeder, speelt mijn broer op zijn piano.'

a)

Ontvanger

b)

Zender

c)

Ruis

d)

Effect

5.

Over welke aspect spreken we hier? ‘Ik kreeg een antwoord op mijn bericht.'

a)

Zender

b)

Ontvanger

c)

Ruis

d)

Effect

6.

De leerlingen staan op de speelplaats. Plots gaat de bel. De leerlingen slenteren naar het toilet en verstoppen zich daar. Is de communicatie geslaagd?

a)

Ja

b)

Nee

7.

Wat is het doel van de zender?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

8.

Wat is het doel van de zender?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

9.

Wat is het doel van de zender?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

10.

Wat is het doel van de zender?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

11.

Wat is het doel van de zender?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

12.

Wat is het doel van een stand-up comedian?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

13.

Wat is het doel van een nieuwsanker?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

14.

Wat is het doel van iemand zoals Jeroen Meus?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

15.

Wat is het doel van de radiopresentatoren die meewerken aan Music For Life, een actie om geld in te zamelen voor het goede doel?

a)

informeren

b)

beïnvloeden

c)

instructies geven

d)

verhaal vertellen

e)

mening geven

16.

Wat is het onderwerp van de volgende zin?

Een massa mensen trok vorige zondag door de Brusselse straten.

(a)  

17.

Wat is het onderwerp van de volgende zin?

Volgens de politie waren 60 000 mensen in Brussel voor hetzelfde doel.

(a)  

18.

Wat is het onderwerp van de volgende zin?

Met de klimaatmars #BackToTheClimate eisten ze een krachtiger beleid om de klimaatopwarming te stoppen.

(a)  

19.

Wat is het onderwerp van de volgende zin?

De slogans die tijdens de klimaatmars klonken, waren nog dezelfde als bij de vorige marsen.

(a)  

20.

Is het onderwerp van de onderstaande zin een woord, woordgroep of zin?

De toekomst van de aarde die in gevaar is, moet veiliggesteld worden.

a)

woord

b)

woordgroep

c)

zin

21.

Is het onderwerp van de onderstaande zin een woord, woordgroep of zin?

Volgens de betogers lijken de politici de ernst nog niet te beseffen.

a)

woord

b)

woordgroep

c)

zin

22.

Is het onderwerp van de onderstaande zin een woord, woordgroep of zin?

De overstromingen, de hittegolven en de droogtes hebben heel veel slachtoffers gemaakt.

a)

woord

b)

woordgroep

c)

zin

23.

In welke zin is het onderwerp van de onderstaande zin (zie opgave) correct vervangen door een zin?

De kinderen uit Elsene mogen geen schooluitstap meer maken.

a)

De kinderen van de gemeenteschool in Elsene mogen geen schooluitstap meer maken.

b)

De kinderen die naar de gemeenteschool in Elsene gaan, mogen geen schooluitstap meer maken.

c)

Ze mogen geen schooluitstap meer maken.

24.

In welke persoon en getal staat het onderwerp van de volgende zin?

Veel mensen kennen hun eigen omgeving niet zo goed.

a)

1e persoon enkelvoud

b)

3e persoon enkelvoud

c)

1e persoon meervoud

d)

2e persoon meervoud

e)

3e persoon meervoud

25.

In welke persoon en getal staat het onderwerp van de volgende zin?

Daar kan je de komende vakantie verandering in brengen.

a)

2e persoon enkelvoud

b)

3e persoon enkelvoud

c)

1e persoon meervoud

d)

2e persoon meervoud

e)

3e persoon meervoud

26.

In welke persoon en getal staat het onderwerp van de volgende zin?

Al 21 jaar werk ik bij ADPO. Daar ben ik coördinator.

a)

2e persoon enkelvoud

b)

1e persoon enkelvoud

c)

1e persoon meervoud

d)

2e persoon meervoud

e)

3e persoon meervoud

27.

Door welke woord kan je het onderlijnde zinsdeel hieronder vervangen?

Enkele collega's en ik coördineren het werk in de haven.

a)

ik

b)

jij

c)

hij

d)

wij

e)

zij

28.

Door welke woord kan je het onderlijnde zinsdeel hieronder vervangen?

Sleepboten hebben ooit een tanker die wegdreef, uit de nood geholpen.

a)

ik

b)

jij

c)

hij

d)

wij

e)

zij

29.

Wat is het teksttype?

a)

reclame

b)

affiche

c)

beoordeling

d)

uitnodiging

30.

Wat is het teksttype?

a)

advertentie

b)

bijsluiter

c)

beoordeling

d)

krantenartikel

31.

Wat is het teksttype?

a)

advertentie

b)

bijsluiter

c)

beoordeling

d)

krantenartikel

32.

Hij (a)   veel geld aan kleren. (Besteden)

33.

Deze wedstrijd (vervelen) mij ontzettend.

(a)  

34.

(Worden) jij nu al weer boos?

(a)  

35.

Wat (vinden) je leraar van je werk?

(a)  

36.

Ik (benijden) de coach niet.

(a)  

37.

(Melden) jij je even bij de pedagogisch medewerker.

(a)  

38.

Waarom (antwoorden) de leraar daar niet op.

(a)  

39.

Mijn zusje (geloven) niet meer in Sinterklaas.

(a)  

40.

Ik (a)   (vermoeden) dat je niet graag zwemt.

41.

Dagelijks (a)   (vinden) ik wel enkele nieuwe ideeën op het internet.

42.

(a)   (Broeden) je nu nog steeds op een plannetje?

43.

(a)   (Worden) wakker! De wekker is niet afgegaan.

44.

(a)   (Rijden) deze straat onmiddellijk in!

45.

De bos bloemen die je hebt meegebracht, (a)   (verspreiden) een heerlijke geur.

46.

Deze mail is een voorbeeld van...

a)

Een formeel gesprek

b)

Een informeel gesprek

47.

Dit gesprek is een voorbeeld van...

a)

Een formeel gesprek

b)

Een informeel gesprek

48.

Deze e-mail is...

a)

Formeel

b)

Informeel

49.

Deze e-mail is...

a)

Formeel

b)

Informeel

50.

Deze e-mail is...

a)

Formeel

b)

Informeel

51.

"U hoort nog van me" is...

a)

Formeel

b)

Informeel

52.

"Ik stuur is je wel een mailtje" is...

a)

Formeel

b)

Informeel

53.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

baan

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

54.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

Nintendo

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

55.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

tijdschriftenwinkel

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

56.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

zestien

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

57.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

kaartjes

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

58.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

plaatselijke

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

59.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

greintje

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

60.

Wat zijn de kenmerken van een helder bericht?

a)

duidelijk en kort

b)

duidelijk en volledig

c)

kort en bondig

d)

volledig en onduidelijk

61.

Wat is de juiste term voor deze beschrijving?


Wat krijg je als je twee of meer grondwoorden samenvoegt?

a)

een afleiding

b)

een samenstelling

c)

een grondwoord

62.

Wat is de juiste term voor deze beschrijving?


Wat krijg je als je aan een grondwoord een voorvoegsel en/of achtervoegsel toevoegt?

a)

een afleiding

b)

een samenstelling

c)

een grondwoord

63.

Duid alle samenstellingen aan.

a)

superleuk

b)

onrecht

c)

futloos

d)

driesterrenhotel

64.

Duid alle afleidingen aan.

a)

achteruitgang

b)

wanhoop

c)

avontuurlijk

d)

maximumsnelheid

65.

Wat is in dit bericht minder gepast? Er zijn meerdere mogelijkheden.

a)

kanaal

b)

aanspreking

c)

slotformule

d)

taalgebruik

66.

Wat is er in dit bericht minder gepast?

a)

kanaal

b)

aanspreking

c)

slotformule

d)

taalgebruik

67.

Vervang door een samenstelling.


Een console waar je op speelt...

a)

een speelconsole

b)

een spelconsole

c)

een Xbox

d)

een consolespel

68.

Vervang door een samenstelling.


zo blauw als de hemel...

a)

helsblauw

b)

hemelblauw

c)

hemelsblauw

d)

blauwhemel

69.

Vervang door een afleiding.


Iemand die laf is...

(a)  

70.

Vervang door een afleiding.


zonder moeite...

(a)  

71.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

baan

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

72.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

Nintendo

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

73.

Is onderstaand woord een grondwoord - samenstelling of afleiding?

tas

a)

grondwoord

b)

samenstelling

c)

afleiding

74.

Duid alle afleidingen aan.

a)

achteruitgang

b)

wanhoop

c)

avontuurlijk

d)

maximumsnelheid

75.

Maak het antoniem door een voor- of achtervoegsel toe te voegen: HOOP.

(a)