WorksheetsRemidial Bahasa Belanda I
Total questions: 25
Worksheet time: 11mins
Tentukan perfektumnya!
Ik bedoel het zo.
heb bedoeld
heb bedoelt
ben bedoelen
ben bedoeld
Tentukan perfektumnya!
Jullie stappen in de bus.
hebben gestappen
zijn gestapt
hebben gestapt
hebben gestapd
Tentukan perfektumnya!
Ronald Koeman voetbalt bij FC Groningen.
hebt gevoetbalt
is gevoetbalt
heeft gevoetbalt
heeft gevoetbald
Tentukan perfektumnya!
We luisteren de hele middag naar muziek.
hebben geluisteren
hebben geluisterd
zijn geluisterd
hebben geluisteerd
Tentukan perfektumnya!
Op zaterdag studeert hij tot tien uur.
hebt studeren
heeft gestudert
heeft gestudeert
heeft gestudeerd
Tentukan perfektumnya!
We lopen graag naar de bergen.
hebben geliepen
zijn gelopen
hebben gelopen
zijn geloopt
Tentukan perfektumnya!
Sarah leert goed Nederlands.
heeft geleerd
heeft geleert
hebt geleerd
hebt geleren
Tentukan perfektumnya!
Eric komt uit Frankrijk.
heeft gekwamen
heeft gekomen
is gekomen
heeft gekoomd
Tentukan perfektumnya!
U vindt uw studie moeilijk, maar ook erg interessant.
hebt gevonden
hebt vonden
heeft gevonden
bent gevonden
Tentukan perfektumnya!
Ik spreek goed Frans
heb gespraken
heb gesproken
heb gespraak
heb gespreekt
Tentukan perfektumnya!
Denise spelt haar naam.
hebt gespelled
heeft gespelen
heeft gespeld
heeft gespelt
Tentukan perfektumnya!
Wij wachten lang op het eten.
hebben gewachten
zijn gewacht
zijn gewachten
hebben gewacht
Tentukan perfektumnya!
Zij luisteren de hele middag naar muziek.
hebben geluistert
hebben geluisteerd
hebben geluisterd
hebben luisterd
Tentukan perfektumnya!
Jullie leggen de sleutels op de kast.
zijn gelegd
hebben gelegd
hebben gelegen
hebben geloogd
Tentukan perfektumnya!
Je haalt postzegels.
hebt gehaald
heeft gehaald
hebt gehaalt
hebt gehalen
Pilih bentuk adjektif yang sesuai!
Dat is een (duur) cursus. Hij kost 1.000 euro.
dure
duur
Pilih bentuk adjektif yang sesuai!
Sarah heeft een (nieuw) fiets gekocht, want haar oude was gestolen.
nieuw
nieuwe
Pilih bentuk adjektif yang sesuai!
Nederland heeft een (dicht) bevolking. Er wonen veel mensen per vierkante kilometer.
dicht
dichte
Pilih bentuk adjektif yang sesuai!
Het weer in Nederland is vaak (slecht). Het regent veel en het is koud.
slechtst
slecht
Pilih preposisi yang sesuai!
Gisteren, gingen mijn moeder en ik ____ de supermarkt.
naar
met
in
Pilih preposisi yang sesuai!
Ik heb met mijn oma ____ haar verleden gepraat.
over
bij
op
Pilih preposisi yang tepat!
Ryan Reynolds komt ____ Canada
aan
op
uit
Pilih preposisi yang sesuai!
Ik bel mijn ouders ____
over
naar
op
Pilih preposisi yang sesuai!
Hij geeft cadeaus ____ haar.
aan
naar
met
Pilih preposisi yang tepat!
Ik zit mijn boek ____ de tas.
in
tussen
voor
