Font size
Worksheetssignaalwoorden nederlands
Total questions: 90
Worksheet time: 45mins
daarvoor
doel-middel verband
opsommend verband
chronologisch verband
samenvattend verband
bovendien
chronologisch verband
tegenstellend verband
opsommend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg)
verder
toegevend verband
opsommend verband
chronologisch verband
tegenstellend verband
toch
doel-middel verband
vergelijkend verband
redengevend (argument) verband
tegenstellend verband
nochtans
tegenstellend verband
toelichten (voorbeeld)
samenvattend verband
concluderend verband
toen
oorzakelijk (oorzaak-gevolg)
opsommend verband
chronologisch verband
doel-middel verband
doordat
voorwaardelijk verband
toegevend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg)
toelichtend (voorbeeld) verband
ik kom tot de slotsom dat
redengevend
concluderend verband
tegenstellend verband
toegevend verband
daarna
chronologisch verband
opsommend verband
doel-middel verband
samenvattend verband
bijvoorbeeld
toegevend verband
toelichtend (voorbeeld) verband
voorwaardelijk verband
vergelijkend verband
ook
samenvattend verband
doel-middel verband
geen verband
opsommend verband
tevens
toegevend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
opsommend verband
doel middel verband
daarnaast
samenvattend verband
vergelijkend verband
opsommend verband
doel-middel verband
vervolgens
opsommend verband
doel-middel verband
samenvattend verband
chronologisch verband
om te beginnen
vergelijkend verband
toelichtend (voorbeeld)
toegevend verband
opsommend verband
ten eerste, ten tweede, ten derde
toegevend verband
tegenstellend verband
opsommend verband
redengevend (argumenten) verband
ten slotte
oorzakelijk (oorzaak-gevolg)
opsommend verband
doel-middel verband
samenvattend verband
maar
chronologisch verband
tegenstellend verband
vergelijkend verband
opsommend verband
echter
tegenstellend verband
vergelijkend verband
tegenstellend verband
concluderend verband
niettemin
doel-middel verband
chronologisch verband
opsommend verband
tegenstellend verband
daar staat tegenover
toegevend verband
voorwaardelijk verband
tegenstellend verband
samenvattend verband
desondanks
voorwaardelijk verband
vergelijkend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
tegenstellend verband
evenwel
tegenstellend verband
chronologisch verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
concluderend verband
daarentegen
doel-middel verband
tegenstellend verband
opsommend verband
concluderend verband
ondanks dat
voorwaardelijk verband
toelichtend (voorbeeld)
tegenstellend verband
vergelijkend verband
aan de ene kant ... aan de andere kant (enerzijds-anderzijds)
toegevend verband
samenvattend verband
opsommend verband
tegenstellend verband
eerst
doel-middel verband
chronologisch verband
doel-middel verband
toelichtend (voorbeeld) verband
dan
chronologisch verband
opsommend verband
tegenstellend verband
doel-middel verband
uiteindelijk
samenvattend verband
concluderend verband
chronologisch verband
voorwaardelijk verband
eens
oorzakelijk (oorzaak-gevolg)
toelichtend (voorbeeld) verband
redengevend (argument) verband
chronologisch verband
vroeger
chronologisch verband
tegenstellend verband
doel-middel verband
samenvattend verband
nu
samenvattend verband
toegevend verband
chronologisch verband
redengevend (argument) verband
later
toelichtend (voorbeeld) verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
samenvattend verband
chronologisch verband
voordat
chronologisch verband
voorwaardelijk verband
redengevend (argument) verband
toegevend verband
nadat
toegevend verband
samenvattend verband
chronologisch verband
toelichtend verband
vervolgens
redengevend (argument) verband
doel-middel verband
opsommend verband
chronologisch verband
daardoor
redengevend (argument) verband
doel-middel verband
vergelijkend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
als gevolg van
tegenstellend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg)
verband
toelichtend (voorbeeld) verband
doel-middel verband
het gevolg is
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
regengevend (argument) verband
tegenstellend verband
concluderend verband
het komt door
voorwaardelijk verband
toegevend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
redengevend (argument) verband
waardoor
samenvattend verband
tegenstellend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
voorwaardelijk verband
zodat
tegenstellend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
voorwaardelijk verband
opsommend verband
zo
samenvattend verband
toelichtend (voorbeeld) verband
doel-middel verband
voorwaardelijk verband
zoals
doel-middel verband
samenvattend verband
voorwaardelijk verband
toelichtend (voorbeeld)
neem nou
toelichtend (voorbeeld)
tegenstellend verband
chronologisch verband
samenvattend verband
: (dubbele punt)
doel-middel verband
tegenstellend verband
concluderend verband
toelichtend (voorbeeld)
als
tegenstellend verband
voorwaardelijk verband
opsommend verband
chronologisch verband
indien
voorwaardelijk verband
vergelijkend verband
toegevend verband
concluderend verband
waneer
vergelijkend verband
toegevend verband
voorwaardelijk verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg)
in het geval dat
opsommend verband
vergelijkend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
voorwaardelijk verband
tenzij
concluderend verband
voorwaardelijk verband
tegenstellend verband
toegevend verband
mits
chronologisch verband
concluderend verband
toelichtend (voorbeeld) verband
voorwaardelijk verband
zoals
vergelijkend verband
concluderend verband
tegenstellend verband
opsommend verband
net (zo)-als
redengevend (argument) verband
opsommend verband
vergelijkend verband
concluderend verband
evenals
vergelijkend verband
tegenstellend verband
voorwaardelijk verband
samenvattend verband
(meer/beter)-dan
opsommend verband
toelichtend (voorbeeld) verband
tegenstellend verband
vergelijkend verband
daarom
redengevend (argument) verband
toegevend verband
samenvattend verband
concluderend verband
omdat
voorwaardelijk
chronologisch
opsommend
redengevend (argument) verband
derhalve
toegevend verband
redengevend (argument) verband
concluderend verband
tegenstellend verband
dus
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
doel-middel verband
opsommend verband
redengevend (argument) verband
want
toelichtend (voorbeeld) verbanf
tegenstellend verband
redengevend (argument) verband
doel-middel verband
immers
redengevend (argument) verband
toelichtend (voorbeeld) verband
samenvattend verband
vergelijkend verband
dat blijkt uit
voorwaardelijk
toelichtend (voorbeeld) verband
redengevend (argument) verband
concluderend
namelijk
opsommend verband
toelichtend (voorbeeld) verband
voorwaardelijk verband
redengevend (argument) verband
aangezien
redengevend (argument) verband
chronologisch verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toelichtend (voorbeeld) verband
de reden hiervoor is
toegevend verband
toelichtend (voorbeeld) verband
redengevend (argument) verband
chronologisch verband
: (dubbele punt)
toegevend verband
redengevend (argument) verband
toelichtend (voorbeeld) verband
concluderend verband
om te
doel-middel verband
toelichtend (voorbeeld) verbanf
opsommend verband
chronologisch verband
met de bedoeling
toegevend verband
doel-middel verband
toelichtend (voorbeeld) verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
opdat
toelichtend (voorbeeld) verband
chronologisch verband
doel-middel verband
opsommend verband
zadat
toelichtend verband
toegevend verband
opsommend verband
doel-middel verband
waarvoor
toelichtend (voorbeeld) verband
doel-middel verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toegevend verband
voor
toelichtend (voorbeeld) verband
doel-middel verband
toegevend veband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
door-te
toelichtend (voorbeeld) verbanf
chronologisch verband
doel-middel verband
concluderend verband
ook al
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toelichtend (voorbeeld) verband
samenvattend verband
toegevend verband
zij het (dat)
toegevend verband
oorzakelijk (voorbeeld) verband
tegenstellend verband
redengevend (argument) verband
weliswaar
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toelichtend verband
doel-middel verband
toegevend verband
hoewel
vergelijkend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toegevend verband
samenvattend verband
ofschoon
opsommend verband
chronologisch verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toegevend verband
kortom
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toelichtend (voorbeeld) verband
samenvattend verband
concluderend verband
samengevat
samenvatting verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toelichtend (voorbeeld) verband
concluderend verband
met andere woorden
toegevend verband
toelichtend (voorbeeld) verband
chronologisch verband
samenvattend verband
al met al
samenvattend verband
concluderend verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
toelichtend (voorbeeld) verband
dus
toelichtend (voorbeeld) verband
opsommend verband
chronologisch verband
concluderend verband
daarom
toelichtend (voorbeeld) verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
concluderend verband
toegevend verband
dat houdt in
concluderend verband
opsommend verband
tegenstellend verband
chronologisch verband
concluderend
vergelijkend verband
redengevend (argument) verband
oorzakelijk (oorzaak-gevolg) verband
concluderend verband
kortom
samenvattend verband
concluderend verband
toegevend verband
redengevend (argumenten) verband
al met al
concluderend verband
redengevend (argument) verband
toegevend verband
chronologisch verband
dan ook
toegevend verband
redengevend (argument) verband
concluderend verband
tegenstellend verband
