wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Globalisering in China (De Geo H1 HV2)

Total questions: 51

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

De meeste Chinezen wonen in het westen

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Stelling 1: Het reliëf van China bestaat uit drie trappen.

Stelling 2: De hoogste trede ligt in het oosten en de laagste trede in het westen.

a)

Beide stellingen zijn onjuist.

b)

Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.

c)

Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist.

d)

Beide stellingen zijn juist.

3.

Wat is GEEN gevolg van de eenkindpolitiek?

a)

Er zijn in China nu veel meer jongens dan meisjes.

b)

Er is in China nu sprake van ontgroening.

c)

Er is in China nu veel sprake van binnenlandse migratie

4.

De meeste Chinezen migreren naar het oosten voor de grote steden en het werk

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Voor 1980 was China een kapitalistisch land

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Wat is een megastad?

a)

Een stad met meer dan 1 miljoen inwoners

b)

Een stad met meer dan 10 miljoen inwoners

c)

Een stad met meer dan 100 miljoen inwoners

7.

Waar vind je de industrie in China terug?

a)

In het westen

b)

In het noorden

c)

in het zuiden

d)

in het oosten

8.

China is een importland

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

In China worden arbeidsintensieve producten gemaakt

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Doordat Tibet op 4500 > meter hoogte ligt ...

a)

Heerst er een toendra klimaat

b)

Vind je er permafrost

c)

Is het een belangrijk brongebied van grote rivieren

d)

Liggen er delta's van grote rivieren

11.

Waarom wonen de meeste mensen in het oosten?

a)

Omdat er al genoeg mensen in het westen wonen.

b)

Daar liggen de grote steden vanwege weinig reliëf en de nabijheid van de zee.

c)

Omdat het daar beter weer is.

d)

De Han-Chinezen hebben vaak meer kinderen.

12.

Wat is reliëf?

a)

Hoogteverschillen.

b)

Hoogteverschillen in het landschap.

c)

Een manier van communiceren van blinden en slechtzienden.

d)

Landschapsvormen

13.

Wat voor bevolkingsdiagram heeft China?

a)

Piramide

b)

Toren

c)

Urn

14.

Wat is de hoofdstad van China?

a)

Tokyo

b)

Seoul

c)

Hongkong

d)

Peking/Beijing

15.

Welke grote woestijn vind je in China?

a)

Gobiwoestijn

b)

Sahara

c)

Sonorawoestijn

16.

Op welke foto zien we Xi Jinping?

a)
b)
c)
d)
17.

Welke grote bergketen bevindt zich voor een groot deel in China?

a)

Andes

b)

Alpen

c)

Kaukasus

d)

Himalaya

18.

Je ziet in een bevolkinghistogram van Afrika. Welke twee uitspraken zijn correct?

a)

de bevolking van Afrika is jong

b)

het geboortecijfer is de laatste 20 jaar afgenomen

c)

er zijn duidelijk meer mannen dan vrouwen in Afrika

d)

het sterftecijfer in Afrika is hoog

19.

Welke uitspraken zijn correct voor de Europese bevolking als je bijgevoegd histogram bekijkt....

a)

vrouwen leven langer dan mannen in Europa

b)

het geboortecijfer is toegenomen de laatste 10 jaar in Europa

c)

het geboortecijfer is lager de laatste 30 jaar

d)

de bevolking in Europa vergrijst

20.

Assemblage is de tweede fase van het productieproces

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Een global city:

a)

..is een stad die erg snel groeit.

b)

..is een stad waar mensen veel van dezelfde soort muziek, kleding, films of automerken houden.

c)

.. is een stad die een belangrijke rol speelt op mondiaal niveau op het gebied van economie, cultuur en/of politiek

22.

Noem twee nadelen van globalisering

a)

de snelle verspreiding van het coronavirus

b)

verwestersing van de wereld

c)

de afstanden worden steeds groter

d)

er wordt veel geld verdiend door ontwikkelings-landen

23.

Wat is een voorbeeld van eenvoudige producten?

a)

Kleding

b)

Telefoon

c)

Auto

d)

Computerchips

24.

Wat is een voorbeeld van hoogwaardige producten?

a)

Auto

b)

Kleding

c)

Sjaal

d)

Tas

25.

Wat voor soort producten maken rijke landen

a)

Eenvoudige producten

b)

Hoogwaardige producten

26.

Stelling : In arme landen worden de mensen ouder als in rijke landen.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

In arme landen is een goede gezondheidszorg.

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

De nieuwste internationale arbeidsverdeling houdt in dat...

a)

...hoger gekwalificeerd werk, zoals het ontwerpen van een product, niet in een centrumland maar in een (semi)perifeer land gebeurt

b)

...hoger gekwalificeerd werk, zoals het ontwerpen van een product, in een centrumland gebeurt. De producten worden vervolgens in (semi)perifere landen gemaakt.

29.

Als mensen emigreren omdat ze geen werk hebben in hun land van herkomst is dat een:

a)

pull-factor

b)

push-factor

30.

Als mensen verhuizen naar een land wat ze vrijheid en veiligheid biedt dan is is dat een voorbeeld van:

a)

pull-factoren

b)

push-factoren

31.

Ruraal is een ander woord voor

a)

Stad

b)

Platteland

32.

Urbaan is een ander woord voor

a)

Stad

b)

Platteland

33.

Kapitalisme hoort bij

a)

Planeconomie

b)

Vrijemarkteconomie

34.

Wat is de definitie van afzetmarkt?

a)

Het aantal producten dat wordt verkocht

b)

Waar de producten worden gekocht

c)

Het aantal klanten dat producten wil kopen

35.

Het veranderen van woonplaats

a)

Urbanisatie

b)

Demografie

c)

Migratie

36.

Uit de (vorm van) de bevolkingsdiagram van China zoals hier te zien kun je afleiden dat:

a)

China's bevolking groeit

b)

China's bevolking krimpt

c)

Er veel baby's worden geboren in China

37.

Bij welk nummer vindt je de Yangtze?

a)

1

b)

2

c)

3

38.

Deze dam dankt zijn naam aan:

a)

Een Chinese president

b)

Drie steden die vlakbij de dam liggen

c)

Drie kloven die zich achter de dam bevinden

39.

Het deel binnen het vetgedrukte rode kader noem je:

a)

De bovenloop

b)

Het retentiegebied

c)

De middenloop

40.

Dit is een histogram van China in het jaar 1985. Verklaar de afname van de leeftijdsgroep 0 - tot en met 9-jarigen?

4 lines
41.

Wat is de definitie van globalisering?

a)

De uitvinding van het vliegtuig en de daarmee gepaard gaande opkomst van het wereldwijde toerisme.

b)

Een doorgaand proces tussen landen van wereldwijde uitwisseling van goederen, geld, personen en informatie (kennis en cultuur).

c)

Een eenmalige fase in de wereldgeschiedenis waarbij de internationale arbeidsverdeling veranderde en er megasteden ontstonden.

d)

Het verplaatsen van productie naar lagelonenlanden en NIC's.

42.

Waarvoor staat de afkorting NIC?

a)

Newly Industrialized Countries

b)

Non Industrialized Countries

c)

Never Industrialized Countries

d)

Not Industrialized Countries

43.

Sinds 1949 wordt de Chinese economie op een communistische manier geleid. Dit betekent:

a)

Er is een centrale planning door de overheid in de vorm van vijfjarenplannen

b)

Er is een vrijemarkteconomie met vijfjarenplannen

c)

Er is een centrale planning door de overheid in de vorm van tienjarenplannen

d)

Er is een vrijemarkteconomie met tienjarenplannen

44.

Kunnen buitenlandse bedrijven zich vrij vestigen in China?

a)

Nee

b)

Ja, maar enkel in de Speciaal Economische Zones

c)

Ja, maar enkel in het binnenland

d)

Ja, maar enkel als een Chinees de directeur mag zijn

45.

In welke provincie wonen de Chinese Oeigoeren

a)

Hong Kong

b)

Shanghai

c)

Xinjiang

d)

Shandong

e)

Qinghai

46.

Waar in China ligt Xinjiang

a)

Oosten

b)

Westen

c)

Zuiden

d)

Noorden

e)

Midden

47.

Wat zie je op het volgende plaatje?

(a)  

48.

''Rivier die naast regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert''

a)

Gemengde rivier

b)

Regenrivier

c)

Gletsjerrivier

49.

Wat is een stuwdam?

a)

Een dam in een rivier om het water tegen te houden.

b)

Energie van de zon in de vorm van warmte en licht.

c)

Het verwerken van afvalstoffen zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden.

d)

Een apparaat dat de elektrische energie omzet in geluid, warmte, beweging en licht.

50.

Wat is geen nadeel van een stuwdam?

a)

De levering van energie is ongelijk

b)

Akkers en dorpen lopen onder water

c)

Vissen kunnen geen gebruik meer maken van de rivier

d)

Handel over de rivier wordt bemoeilijkt

51.

Wat verklaart de ligging van de waterkracht centrales?

a)

De rivieren zijn hier het breedst

b)

Er is hier het meeste reliëf

c)

Hier is de bevolkingsdichtheid het laagst

d)

Hier is er verschil tussen eb en vloed