wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Fysiologie en anatomie

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

------ vormen de bouwstenen van elk levend organisme

(a)  

2.

Cellen

a)

beschermen tegen zonlicht

b)

zorgen voor de stevigheid van het lichaam

c)

zijn de dragers van DNA

3.

Het celmembraam

a)

bevindt zich in de celkern

b)

vormt de uiterste begrenzing van de celkern

c)

vormt de uiterste begrenzing van de cel

d)

bevindt zich in de cel

4.

Semi-permeabel betekent

a)

half hard

b)

half-doorlatend

c)

min of meer permanent

d)

tijdelijk

5.

De mitochondriën vormen de ............................... van de cel

a)

kern

b)

stroperige vloeistof

c)

DNA-dragers

d)

energiecentrales

6.

De stroperige vloeistof binnenin de cel noemen we

(a)  

7.

Cellen vormen in samenhang

(a)  

8.

Dit weefsel is

a)

zenuwweefsel

b)

epitheelweefsel

c)

spierweefsel

d)

bindweefsel

9.

Dit weefsel is

a)

epitheelweefsel

b)

zenuweefsel

c)

zenuwweefsel

d)

spierweefsel

10.

Het verbindt en omgeeft organen en andere lichaamsdelen

a)

bindweefsel

b)

epitheelweefsel

c)

spierweefsel

d)

zenuwweefsel

11.

Een orgaan bevat tenminste 2 soorten --------- die samenwerken

(a)  

12.

Het skelet- en spierstelsel geeft ons lichaam

a)

weerstand tegen invloeden van buitenaf

b)

vorm en steun

c)

de mogelijkheid om voedingsstoffen op te nemen

d)

de mogelijkheid zuurstof op te nemen

13.

Het endocrien systeem

a)

houdt het inwendig milieu constant

b)

speelt een belangrijke rol bij de uitwisseling van zenuwprikkels

c)

is ten behoeve van de voortplanting

d)

speelt een belangrijke rol bij de spijsvertering

14.

Dit is het

a)

os occipitale

b)

os temporale

c)

os parietale

15.

Dit is het

a)

os occipitane

b)

os temporale

c)

os parietale

16.

Dit is het

a)

os orbitale

b)

os zygomaticum

c)

os nasale

d)

os frontale

17.

Dit is

a)

de mandibula

b)

de maxilla

c)

het palatum

d)

het os nasale

18.

Een foramen is

a)

een zenuwbaan

b)

een speekselklier

c)

een opening in het bot

19.

De groen aangegeven spier is

a)

de musculus temporale

b)

de musculus mandibulae

c)

de musculus pterygoideus lateralis

d)

de musculus masseter

20.

Het os hyoideum noemen wij ook wel het

(a)