wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 1: De biologische basis

Total questions: 33

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Hoe berekent men de totale vergroting bij een microscoop?

(a)  

2.

Met het diafragma regel je de vergroting.

a)

JA

b)

NEE

3.

Met de kleine schroef kun je precies scherpstellen.

a)

Ja

b)

Nee

4.

De tubus is de buis waarin de oculair zit.

a)

JA

b)

NEE

5.

Een preparaat bestaat uit een dik en een dun glaasje. Hiertussen ligt wat je wilt bekijken.

a)

JA

b)

NEE

6.

Wat is een orgaanstelsel?

a)

Het hele menselijk lichaam

b)

Een groep organen die samenwerkt

c)

Ieder los orgaan is een orgaanstelsel

d)

Alle organen onder in je buik

7.

De mond, slokdarm, maag en darmen vormen het ...

a)

Verteringsstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

Beenderstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

8.

De neus, mond, luchtpijp en longen vormen het ...

a)

Verteringsstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

Beenderstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

9.

Welke onderdelen hebben alle cellen?

a)

Celwand, water en bloed

b)

Celkern, celmembraan en water

c)

Celmembraan, water en DNA

d)

Cytoplasma, celkern en celmembraan

10.

Op de afbeelding zie je een ...

a)

Schematische tekening

b)

Natuurgetrouwe tekening

11.

Het skelet bevat ...

a)

Alle botten behalve je ruggengraat

b)

Alle grote botten in je lichaam die je gebruikt om te lopen

c)

Alle botten in je lichaam

d)

Het hele lichaam behalve de botten

12.

Op de afbeelding is het ... te zien

a)

Verteringsstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

Beenderstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

13.

Welke van de antwoorden staat in de volgorde van groot naar klein?

a)

Cel - orgaan - orgaanstelsel - lichaam

b)

Lichaam - orgaanstelsel - orgaan - cel

c)

Orgaan - orgaanstelsel - lichaam

d)

Lichaam - cel - spieren - skelet

14.

Wat is een organisme?

a)

een soort boom

b)

een levend wezen

c)

een soort dier

d)

een hoogtepunt tijdens seks

15.

Bij welk levenskenmerk hoort deze foto?

a)

Groeien

b)

Ontwikkelen

c)

Ademhalen

d)

Voortplanten

16.

Welk orgaan scheidt de borstholte en de buikholte?

a)

Lever

b)

Longen

c)

Middenrif

d)

Lurven

17.

Wat is de functie van het zenuwstelsel?

a)

Vervoert impulsen (seintjes) door je lichaam

b)

Zorgt voor de opname van zuurstof

c)

Maakt beweging mogelijk

d)

Hiermee merk je veranderingen in je omgeving op

18.

Bij welk begrip hoort deze afbeelding?

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaanstelsel

d)

Orgaan

19.

Bij welk begrip hoort deze afbeelding?

a)

Organisme

b)

Orgaanstelsel

c)

Orgaan

d)

Weefsel

20.

Er zijn 4 typen cellen. Welke cel is een plantaardige cel?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

21.

Op welk organisatieniveau ontstaat de eigenschap "lopen"?

a)

orgaan

b)

populatie

c)

organisme

d)

ecosysteem

22.

Milieuproblemen zijn op dit moment groot. In welk(e) organisatieniveau(s) zijn deze actueel?

a)

populatie

b)

populatie en ecosysteem

c)

organisme en populatie

d)

ecosysteem en biosfeer

e)

ecosysteem

23.

Kijk goed naar de afbeelding. Wat is nummer 1?

a)

een organenstelsel

b)

een orgaan

c)

een weefsel

d)

een cel

e)

een organisme

24.

Wat zijn organellen?

a)

Het zelfde als een orgaan, zoals een lever of hart

b)

Dit zijn de organen van een plant

c)

een groep cellen met dezelfde vorm en functie

d)

de delen van een cel die een eigen functie hebben

25.

Een groep cellen bij elkaar met dezelfde vorm en functie noem je een....

a)

orgaan

b)

weefsel

c)

orgaanstelsel

d)

groep cellen

26.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

27.
Temperatuur
a)
Biotisch
b)
Abiotisch
28.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

29.

Tot welk niveau van de ecologie behoort een hert in een bos?

a)

individu

b)

populatie

c)

ecosysteem

d)

levensgemeenschap

30.

Sabrina doet een onderzoek over de invloed van de zuurgraad van de bodem op het ontkiemen van tuinkerszaden.


Dit onderzoek kan men in vijf stappen delen. In willekeurige volgorde zijn deze stappen:


1) Sabrina verwacht dat zaden van tuinkers bij een lagere en hogere Ph slechter zullen ontkiemen dan bij een neutrale pH.

2) Sabrina laat 20 zaadjes van tuinkers ontkiemen bij pH 6 en 25 zaadjes bij pH 7 en 25 zaadjes bij pH 8.

3) Sabrina stelt vast dat bij pH 8 maar 4 zaadjes van tuinkers ontkiemen, bij pH 6 maar 8 en bij pH 7 zijn dat er 22.

4) Sabrina leest in een boek dat voor het ontkiemen van zaden de pH neutraal moet zijn.

5) Sabrina vraagt zich af of bij een lagere en hogere zuurgraad minder zaadjes van tuinkers ontkiemen dan bij een neutrale pH.

6) Sabrina concludeert dat pH 7 inderdaad de ideale zuurgraad is voor de ontkieming van tuinkers.


Welke stap is de hypothese?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

31.

Sabrina doet een onderzoek over de invloed van de zuurgraad van de bodem op het ontkiemen van tuinkerszaden.


Dit onderzoek kan men in vijf stappen delen. In willekeurige volgorde zijn deze stappen:


1) Sabrina verwacht dat zaden van tuinkers bij een lagere en hogere Ph slechter zullen ontkiemen dan bij een neutrale pH.

2) Sabrina laat 20 zaadjes van tuinkers ontkiemen bij pH 6 en 25 zaadjes bij pH 7 en 25 zaadjes bij pH 8.

3) Sabrina stelt vast dat bij pH 8 maar 4 zaadjes van tuinkers ontkiemen, bij pH 6 maar 8 en bij pH 7 zijn dat er 22.

4) Sabrina leest in een boek dat voor het ontkiemen van zaden de pH neutraal moet zijn.

5) Sabrina vraagt zich af of bij een lagere en hogere zuurgraad minder zaadjes van tuinkers ontkiemen dan bij een neutrale pH.

6) Sabrina concludeert dat pH 7 inderdaad de ideale zuurgraad is voor de ontkieming van tuinkers.


In welke volgorde moeten bovenstaande stappen worden gezet om een natuurwetenschappelijk onderzoek te krijgen?

a)

415236

b)

154236

c)

451236

d)

451326

e)

465123

32.

Welke voetlengte hoort er bij schoenmaat 29?

a)

17 cm

b)

17.7 cm

c)

18 cm

d)

120 cm

33.

In de afbeelding zie je een grafiek van een bergbeklimmer. Je ziet hoe hoog hij is geklommen op welk uur.


Vraag: Hoe hoog was de bergbeklimmer op 2 uur?

a)

3200 m

b)

3200 km

c)

4000 m

d)

4000 km