wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1 Thema 2 BS3 Weefsels

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie noem je een ...

a)

organenstelsel

b)

orgaan

c)

weefsel

d)

celorganellen

2.

In een weefsel ligt tussen de cellen ...

a)

tussencelstof

b)

celorganellen

c)

huidmondjes

d)

cambium

3.

Op de afbeelding is een doorsnede van een blad weergegeven. De bovenkant en de onderkant van het blad bestaan uit één laag cellen. Hoe heet dit weefsel?

(a)  

4.

Op de afbeelding is een doorsnede van een blad weergegeven. De bovenkant en de onderkant van het blad bestaan uit één laag cellen. Wat is de functie van dit weefsel?

a)

Uitwisselen van koolstofdioxide en zuurstof.

b)

Beschermen tegen beschadiging van de plant. 

c)

Opnemen van water dat door de regen op het blad terecht komt.

d)

Beschermen tegen ziekteverwekkers.

5.

Een huidmondje bestaat uit twee langwerpige cellen met daartussen een kleine opening. Wat is de juiste functie van een huidmondje?

a)

Nemen koolstofdioxide op en geven zuurstof aan de lucht af.

b)

Nemen zuurstof op en geven koolstofdioxide aan de lucht af.

c)

Nemen koolstofdioxide en water op en geven zuurstof aan de lucht af.

d)

Nemen zuurstof en water op en geven koolstofdioxide aan de lucht af.

6.

Als een huidmondje open is, ... het blad.

Daarom hebben veel planten vooral huidmondjes aan de ... van de bladeren.

a)

verdampt er water uit - onderkant

b)

wordt er veel water opgenomen in - onderkant

c)

verdampt er water uit - bovenkant

d)

wordt er veel water opgenomen in - bovenkant

7.

Dicht onder de schors ligt een belangrijk weefsel voor de boom. Hoe wordt dit weefsel genoemd?



(a)  

8.

Wat is de functie van het cambium?

a)

Het vormen van nieuw schors aan de buitenkant van de stam.

b)

Het vormen van nieuw schors aan de binnenkant van de stam.

c)

Het vormen van nieuw hout richting het midden van de stam.

d)

Het vormen van nieuw hout richting de buitenkant van de stam.

9.

In welk(e) seizoen(en) maakt het cambium het meeste hout aan?

a)

winter

b)

herfst

c)

zomer

d)

lente

10.

In welk(e) seizoen(en) maakt het cambium nieuw hout aan?

a)

winter

b)

herfst

c)

zomer

d)

lente

11.

Een jaarring bestaat uit een donker laagje en een licht laagje. Het lichte laagje is gemaakt in de ... en het donkere laagje is gemaakt in de ...

a)

lente - winter.

b)

herfst - zomer.

c)

lente - zomer.

d)

zomer - lente.

12.

De afbeelding geeft een deel van de opperhuid van een blad weer met een huidmondje.

De letters P en Q geven twee cellen aan. Behoren cel P en cel Q tot hetzelfde soort weefsel? Leg je antwoord uit.

a)

Ja, ze liggen tegen elkaar aan.

b)

Ja, ze hebben dezelfde vorm.

c)

Nee, ze hebben een andere bouw en functie.

13.

Waar staat de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

cel - weefsel - orgaan - organisme - orgaanstelsel

b)

cel - orgaan - weefsel - orgaanstelsel - organisme

c)

cel - weefsel - orgaan - orgaanstelsel - organisme

d)

weefsel - cel - orgaan - orgaanstelsel - organisme

14.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

15.
Wat is een weefsel?
a)
een groep cellen met dezelfde vorm en functie
b)
cellen die delen
c)
een groep cellen met een verschillende vorm
16.

welk soort dierlijk weefsel zie je hier?

a)

botweefsel

b)

spierweefsel

c)

zenuwweefsel