Font size
Worksheets4 kader H1 t/m 3
Total questions: 60
Worksheet time: 30mins
Vaak heb je niet genoeg middelen om in al je behoeften te voorzien. Dit is de definitie van welk begrip?
Tijd
Geld
Schaarste
Welke begrip hoort bij deze omschrijving: "Het voorzien in de eigen behoeften"
Indirecte ruil
Directe ruil
Prioriteiten stellen
Zelfvoorziening
Wat is welvaart?
alle behoeften die je hebt
een overzicht van je inkomsten en uitgaven
alle wensen die je hebt
in hoeverre jij in je behoeften kunt voorzien
Als je een iphone ruilt tegen een koptelefoon. Wat doe je dan?
Indirecte ruil
Directe ruil
Prioriteiten stellen
Zelfvoorziening
Arbeidsproductiviteit is
de productie per arbeidskracht per tijdseenheid
de productie van een bedrijf per tijdseenheid
de productie per arbeidskracht
de productie die een bedrijf maximaal in een tijdseenheid kan maken
Voorbeelden van de productiefactor kapitaal zijn (meerdere antwoorden mogelijk):
Machines
Personeel
Gebouw
Bedrijfsauto
Welke afkorting geeft de productiefactoren aan?
Boot
Kano
Zeil
BBP
Wat zijn Basisbehoeften?
Bepalen welke behoeften voor jou het belangrijkste zijn.
Behoefte aan goederen, die het leven aangenamer maken.
Behoefte aan voeding, kleding en woonruimte.
Zelf producten maken waarmee je voorziet in je behoeften.
Wat betekent: prioriteiten stellen?
De behoefte aan voeding, kleding en woonruimte
Bepalen welke behoeften voor jou het meest belangrijk zijn.
Bedenken welke middelen je gaat gebruiken.
Behoefte aan luxegoederen.
Van welke P is er sprake?
Personeel
Prijs
Product
Presentatie
StarTours organiseert volledig verzorgde busreizen naar Parijs, Berlijn en Londen.
Wanneer? Juni en September
Vertrek: maandag
Terugkomst: vrijdag
Op welke doelgroep richt StarTours zich?
Familiegroepen
Jongeren
Gezinnen met jonge kinderen
Ouderen
Van welk soort reclame is er sprake?
Actiereclame
Commerciële reclame
Ideële reclame
Merkreclame
Van welk soort uitgave is er sprake?
De uitgaven die je met een vaste regelmaat moet betalen, zoals huur of abonnementen
Vaste lasten
Huishoudelijke uitgaven, zoals in de supermarkt, voor persoonlijke verzorging, cadeautjes en uitgaan
Dagelijkse uitgaven
Uitgaven die je niet zo vaak doet, zoals voor vakantie of huishoudelijke apparaten.
Incidentele uitgaven
Welk soort inkomen hoort erbij?
Goederen
Inkomen in Natura
Huur
Inkomen uit bezit
Kleedgeld
Overdrachtsinkomen
Loon
Inkomen uit arbeid
In welke van de volgende gevallen stijgt de koopkracht?
Er zijn meerdere antwoorden juist.
Je loont daal en de prijzen blijven gelijk
Je loont stijgt harder dan de inflatie
De prijzen blijven gelijk en je loon stijgt
De prijzen stijgen harder dan je loon
Tim krijgt zijn salaris op zijn bankrekening. Welke functie van geld is hier sprake?
Ruilmiddel
Spaarmiddel
rekenmiddel
De dagwaarde van een auto is € 23.500. Welke functie van geld is hier sprake?
Ruilmiddel
Spaarmiddel
rekenmiddel
Welk voorbeeld is met chartaal geld?
Je betaald een tikkie
Je pint bij de supermarkt
Je krijgt wisselgeld terug in de winkel
Je laadt je ov-chipkaart op. Dit is een voorbeeld van ....
Consumeren
Investeren
Beide
Als mensen hoge inflatie verwachten, gaan ze...
nieuwe aankopen uitstellen
loonsverhogingen vragen
meer sparen
Ik moet verplicht schoenen met stalen neuzen aan op mijn werk.
Arbowet
Arbeidstijdenwet
Ik mag niet langer dan negen uur op een dag werken.
Arbowet
Arbeidstijdenwet
wat zijn de drie geldfuncties?
spaar, oppot en rekenmiddel
reken, ruil en spaarmiddel
reken, ruil en betaalmiddel
geld op de bank is een vorm van...........
chartaal geld
giraal geld
De drie soorten spaarmotieven zijn:
Sparen voor rente, voor een bepaald doel, voor je ouders
Sparen voor rente, voor een bepaald doel en uit voorzorg
Als iemand spaart voor een wasmachine die misschien in de toekomst kapot gaat, dan spaar je uit...
Uit voorzorg
voor de rente
voor een bepaald doel
Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving: " Je kunt het gebruiken als ruilmiddel, rekenmiddel of spaarmiddel.
Geldfuncties
Consumptief krediet
Kredietkosten
Leenmotieven
Spaarmotieven
Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving: "Redenen om te sparen. Je kunt sparen voor een doel, uit voorzorg of voor de rente."
Geldfuncties
Consumptief krediet
Kredietkosten
Leenmotieven
Spaarmotieven
snel snel snel
Sparen = een deel van je inkomen uitgeven
waar
niet waar
wat is een ander woord voor krediet?
lening
rente
aflossing
een onverwacht geldtekort, een tijdelijk geldtekort, kopen van een gebruiksgoed of kopen van een huis. dat zijn
spaarmotieven
kredietvormen
leenmotieven
Nieuwe saldo = oude saldo + ontvangsten en - de uitgaven
juist
onjuist
Een creditcard kun je gebruiken.......
vanaf dat je een betaalrekening hebt
Vanaf je 16e
vanaf je 18e
vanaf je 21e
Welke risico's zijn er als je betaalt met een creditcard?
je aankopen zijn dan altijd verzekerd
je kan geld uitgeven dat je niet hebt
je geld wordt meteen van je rekening afgeschreven
je betaalt een maand later pas de rekening
Hier kun je je geld niet zomaar opnemen maar staat het vast voor een aantal jaren
spaarrekening
spaardeposito
Welke rente ontvang je op een spaarrekening bij de Rabobank?
variabele rente
vaste rente
Omdat je je portemonnee niet bij je hebt leen je even een euro voor een broodje in de corner
tijdelijk geldtekort
je wil je aankoop niet uitstellen door er eerst voor te sparen
je hebt dringend geld nodig omdat je iets moet betalen
Je auto is kapot en moet gerepareerd worden voordat je verder kunt rijden
tijdelijk geldtekort
je wil je aankoop niet uitstellen door er eerst voor te sparen
je hebt dringend geld nodig omdat je iets moet betalen
Je krijgt een bedrag dat je in een vast aantal termijnen moet terug betalen
persoonlijke lening
doorlopend krediet
salariskrediet
koop op afbetaling
je mag telkens tot een maximum bedrag lenen. Als je hebt afgelost mag je meteen opnieuw lenen
persoonlijke lening
doorlopend krediet
salariskrediet
koop op afbetaling
Je leent 3.000 en dat moet je terug betalen
aflossen
rente
kredietkosten
Je leent 3.000 en in 2 jaar betaal je 3.450 euro terug. Het bedrag dat je 'teveel' betaalt zijn de
aflossen
rente
kredietkosten
Wat zijn de vier productiefactoren
Natuur, Arbeid, Kapitaal en ondernemerschap
Natuur, personeel, kapitaal en ondernemerschap
Loon, huur, rente, winst
Natuur, huur, rente en winst
Waaruit bestaat de kostprijs?
BTW en vaste kosten
Variabele kosten en Vaste kosten
Btw en variabele kosten
Jaap verkoopt 4000 producten voor 5 euro per stuk. Hoeveel is de afzet?
20000
4000
De consumentenprijs is de...
Inkoopprijs exclusief BTW
Verkoopprijs exclusief BTW
Kostprijs inclusief BTW
Verkoopprijs inclusief BTW
Kapitaalgoederen kopen om mee te produceren, zoals machines, gebouwen en bedrijfswagen
Investeren
Kapitaalgoederen
Productiefactoren
Som: omzet - inkoopwaarde
Nettowinst
Brutowinst
Afzet
Som: afzet x verkoopprijs
brutowinst
nettowinst
omzet
De prijs die een winkelier betaalt voor een product dat hij alter wilt verkopen
inkoopprijs
verkoopprijs
indirecte belasting
Hoeveel procent btw betaal met het algemeen tarief?
21%
15%
9%
6%
Kosten om de winkel te laten functioneren
bedrijfskosten
verkoopprijs
toegevoegde waarde
productiefactoren
Productiecapaciteit betekent:
De maximale hoeveelheid uren die een werknemer kan werken
De maximale hoeveelheid producten die een bedrijf kan maken
de maximale hoeveelheid dat werknemers productief zijn
geen van de antwooorden is correct
De arbeidsproductiviteit bereken je door:
totale productie per periode ÷ aantal werknemers
aantal werknemers ÷ totale productie per periode
totale productie per periode ÷ aantal gewerkte uren
aantal werknemers ÷ totale productie per periode
"Door scholing neemt de arbeidsproductiviteit toe"
deze stelling is juist
deze stelling is onjuist
De verkoopprijs is de prijs...
inclusief BTW
Exclusief BTW
Wanneer neemt de arbeidsproductiviteit toe?
Als in dezelfde tijd door dezelfde mensen meer wordt geproduceerd
Als er met meer mensen er meer wordt geproduceerd.
De voordelen voor de maatschappij vanwege een hogere productie noem je
Maatschappelijke kosten
Maatschappelijke opbrengsten
De kosten voor de milieuschade door de productie in de vorm van geluidsoverlast, stankoverlast of luchtvervuiling noem je
Maatschappelijke kosten
Maatschappelijke opbrengsten
