wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz Breda-overleg

Total questions: 12

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Waar staat de afkorting ABBB voor?

(a)  

2.

Stelling 1: Formele beginselen hebben betrekking op de voorbereiding en/of totstandkoming van besluiten

Stelling 2: Materiële beginselen hebben betrekking op de inhoud en/of de uitvoering van besluiten

a)

Stelling 1 juist

b)

Stelling 2 juist

c)

Beide stellingen onjuist

d)

Beide stellingen juist

3.

Vertrouwensbeginsel

In welke van de onderstaande situaties is geen sprake van een in rechte te honoreren vertrouwen?

a)

Beleidsregel

b)

Toezegging

c)

Inlichting

d)

Compromis

4.

Vertrouwensbeginsel

Wanneer is een inspecteur gebonden aan een toezegging?

a)

Als de door belastingplichtige verstrekte gegevens juist zijn

b)

Als de toezegging niet zo duidelijk in strijd is met een juiste wetstoepassing, dat de belastingplichtige in redelijkheid niet op nakoming van de toezegging mag rekenen.

5.

Vertrouwensbeginsel

Een door de inspecteur verstrekte inlichting leidt in de regel niet tot rechtens te honoreren vertrouwen. De rechter zal slechts opgewekt vertrouwen aannemen indien aan de voorwaarden is voldaan. Welk van onderstaande voorwaarden is juist?

a)

De inlichting niet zo duidelijk in strijd is met een juiste wetstoepassing dat de belanghebbende redelijkerwijs de onjuistheid of onvolledigheid van de inlichting of voorlichting had kunnen en moeten beseffen.

b)

De belanghebbende schade (anders dan belastingschade) heeft geleden op grond van de verkregen onjuiste inlichtingen  doordat hij, afgaande op de onjuiste voorlichting, bepaalde handelingen heeft verricht of nagelaten die hij anders niet zou hebben verricht of nagelaten.

6.

Vertrouwensbeginsel

Vertrouwen dat is gewekt kan worden opgezegd of beëindigd door wijziging van het beleid, ..., wijzigingen van de omstandigheden en door de inspecteur

(a)  

7.

Gelijkheidsbeginsel

Wat wordt verstaan onder gelijke gevallen?

a)

Gevallen die men wil vergelijken moeten alleen feitelijk vergelijkbaar zijn

b)

Gevallen die men wil vergelijken moeten zowel feitelijk als rechtens gelijk zijn.

c)

Gevallen die men wil vergelijken moeten alleen rechtens vergelijkbaar zijn

8.

Gelijkheidsbeginsel

Een belastingplichtige kan een beroep doen op het gelijkheidsbeginsel bij begunstigend beleid, oogmerk van begunstiging en de ...

(a)  

9.

Gelijkheidsbeginsel

Wat is onjuist over de meerderheidsregel?

a)

De meerderheidsregel kan ook al aan de orde komen als er geen sprake is van begunstigend beleid of het oogmerk tot begunstiging.

b)

Belastingplichtige moet zelf een beroep doen op de meerderheidsregel en hij moet bewijzen hiervoor aandragen.

c)

Als de Belastingdienst binnen een groep van gelijke gevallen de wet niet bij de meerderheid van die gevallen juist toepast

10.

Dit beginsel ziet erop toe, dat in het geheel geen belangen zijn afgewogen dan wel dat sprake is van een onzorgvuldige belangenafweging (het is in feite het materiële zorgvuldigheidsbeginsel). Om welk beginsel gaat dit?

a)

Verbod van détournement de pouvoir

b)

Verbod op willekeur

c)

Evenredigheidsbeginsel

d)

Fair play-beginsel

11.

Variërend van het niet (op juiste wijze) in behandeling nemen van verzoeken tot een niet redelijke verdeling van de bewijslast bij bezwaarprocedures. Om welk beginsel gaat het hier?

a)

Zorgvuldigheids-beginsel

b)

Fair play-beginsel

c)

Verbod van détournement de pouvoir

12.

Welk beginsel wordt ook wel het proportionaliteitsbeginsel genoemd?

Tip! Deze norm speelt als het bestuursorgaan een bepaalde mate van beleids- dan wel beoordelingsvrijheid heeft.

a)

Evenredigheids-beginsel

b)

Verbod van détournement de pouvoir

c)

Zorgvuldigheids-beginsel

d)

Motiverings-beginsel