Font size
S
M
L
XL
Worksheetskerndoel 3 1
Total questions: 6
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat zijn de twee voorwaarden voor stroomgeleiding?
a)
Het moet een vaste stof zijn
b)
Geladen deeltjes moeten vrij kunnen bewegen
c)
De stof moet bestaan uit metaal atomen
d)
De stof moet bestaan uit geladen deeltjes
2.
Uit wat voor atomen bestaan zouten?
a)
Metaal atomen
b)
Zout atomen
c)
Niet-metaal atomen
d)
Edelgassen
3.
In welke fase(n) geleiden zouten stroom?
a)
Vast
b)
Vloeibaar
c)
Gas
d)
Deze stoffen geleiden geen stroom
4.
Een stof heeft de formule C2H5OH. Wat voor stof is dit?
a)
Metaal
b)
Zout
c)
Moleculair
5.
Een stof heeft de molecuulformule AgNO3. Wat voor soort stof is dit?
a)
Metaal
b)
Zout
c)
Moleculair
6.
Een stof heeft de molecuulformule BCl3. In welke fase(n) geleidt deze stof stroom?
a)
Vast
b)
Vloeibaar
c)
Gas
d)
Deze stof geleidt geen stroom
Reset
