Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D1L7 de onvoltooid tegenwoordige tijd

Total questions: 30

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Ik (a)   (vermoeden) dat je niet graag zwemt.

2.

Dagelijks (a)   (vinden) ik wel enkele nieuwe ideeën op het internet.

3.

Het (a)   (verrassen) me niet dat het vervuilde water zomaar in de rivier geloosd wordt.

4.

Jij (lachen) irritant.

(a)  

5.

Wij (werken) hard.

(a)  

6.

Het feest (zijn) uitgesteld.

(a)  

7.

Wat (vinden) je leraar van je werk?

(a)  

8.

Hij (erven) een oude Renault.

(a)  

9.

(Melden) jij je even bij de pedagogisch medewerker.

(a)  

10.

Hij (schudden) de oplossing zo uit zijn mouw.

(a)  

11.

Hij (braden) karbonades altijd op zijn eigen manier.

(a)  

12.

Vul aan:

Om de persoonsvorm in de zin te vinden, moet je een (a)   stellen.

13.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?

Ze legde haar hand op zijn hand.

a)

Ze

b)

legde

c)

haar hand

d)

zijn

14.

Vul aan:

Het (a)   en de persoonsvorm staan altijd naast elkaar.

15.

Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

Op de reusachtige borden (lezen) ik de vertrektijden.

(a)  

16.

Noteer het werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

Vincent (verliezen) nooit een wedstrijd.

(a)  

17.

Ik (a)   bang voor haaien. (zijn)

18.

Fietsen. Lobke..................helemaal naar huis.

a)

fiets

b)

fietst

c)

fietste

d)

fiestt

19.

Reizen. Hij.......................heel graag.

a)

reis

b)

reizt

c)

reisd

d)

reist

20.

Daniëlle (houden) van lezen

a)

houdt

b)

houd

c)

hout

21.
(Vinden) je zus deze jurk ook zo mooi?
a)
Vind
b)
Vint
c)
Vindt
d)
Vinden
22.
(Binden) je mij  veter even vast?
a)
Bindt
b)
Bind
c)
Binden
d)
Bint
23.

Welke zin staat in de tegenwoordige tijd?

a)

De kat zit in de boom.

b)

De kat zat in de boom.

24.

De leerling ...... haar verontschuldigingen aan. ( bieden)

a)

biet

b)

bied

c)

biedt

d)

bietd

25.

..... niet in je vingers! ( snijden)

a)

Snijd

b)

Snijdt

26.

De minister met het rare kapsel .... altijd een beetje raar. ( antwoorden)

a)

antwoord

b)

antwoort

c)

antwoordt

d)

antwoortd

27.

Ik ..... ruzies. ( vermijden)

a)

vermijt

b)

vermijd

c)

vermijdt

28.

De zon ..... mij. ( verblinden)

a)

verblint

b)

verblind

c)

verblindt

29.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

Zijn baas (communiceren) ......... niet erg duidelijk.

a)

communiceerd

b)

communiceerdt

c)

communiceert

d)

communiceertt

30.
Vul de juiste vorm in. Hij (gamen) ..... de hele dag door.
a)
gamt
b)
gamet
c)
gamed
d)
gammet