wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 3vmboK

Total questions: 15

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

De invloeden uit de levende natuur heten abiotische factoren

a)

waar

b)

niet waar

2.

Alle biotische en abiotische factoren in een bepaald gebied vormen samen een

a)

Leefgemeenschap

b)

Populatie

c)

Voedselkringloop

d)

Ecosysteem

3.

Klimop groeit omhoog langs een boom zodat____

a)

de plant goed water op kan nemen

b)

de plant genoeg zonlicht op kan nemen

c)

de plant ver weg is van vijanden

d)

de plant genoeg zuurstof kan opnemen

4.

Gele lissen groeien aan de randen van sloten, de zaden van de gele lis drijven

Welke aanpassing is van toepassing.

a)

aanpassing om uitdroging te voorkomen

b)

aanpassing om vraat te voorkomen

c)

aanpassing om voldoende licht te krijgen

d)

aanpassing om verspreiding van de soort te bevorderen

5.

In de bladeren maakt een plant zijn eigen voedingsstoffen

a)

waar

b)

niet waar

6.

Wat gebeurt er met de huidmondjes als het heel erg zonnig en warm is

a)

De huidmondjes gaan dicht

b)

De huidmondjes gaan open

c)

Er gebeurt niks want huidmondjes staan altijd open

7.

Welk gas neemt de plant 's nachts op uit de lucht via het huidmondjes

a)

koolstofdioxide

b)

zuurstof

c)

waterdamp

d)

koolstofmonoxide

8.

______ van de bladeren wordt veroorzaakt door verdamping van water uit de huidmondjes. Bladcellen verliezen hierdoor water, waterverlies vullen ze aan vanuit de houtvaten. Welk begrip moet aan het begin van de zin staan?

a)

Zuigkracht

b)

Verdamping

c)

Oplossing

d)

Water stroming

9.

Welke 2 stoffen heeft de plant nodig om glucose te maken

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

water

d)

suiker

10.

Welke 2 stoffen maakt een plant tijdens fotosynthese

a)

koolstofdioxide en zuurstof

b)

zuurstof en glucose

c)

glucose en koolstofmonoxide

d)

glucose en koolstofdioxide

11.

Alle levende organismen in de sloot wordt ook wel een ________ genoemd.

a)

populatie

b)

individu

c)

ecosysteem

d)

levensgemeenschap

12.

Welke letter geeft een houtvat aan

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

13.

Wat is de biomassa van een konijn

a)

Het gewicht van alle stoffen in het konijn zonder het water

b)

Het gewicht van alle stoffen in het konijn

c)

Het gewicht van alle stoffen in het konijn zonder de botten

d)

Het gewicht van alle vloeistoffen in het konijn

14.

Wat is de naam van de kringloop. De kringloop van _______

a)

fotosynthese

b)

verbranding

c)

fotosynthese en verbranding

d)

Koolstof

15.

Het laatste half jaar zijn het aantal haviken in Nederland verdubbeld. Wat gebeurt er hierdoor met de populatie muizen

a)

Wordt ook groter

b)

Wordt kleiner

c)

Blijft gelijk