Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

§ 2.4 + 2.5

Total questions: 18

Worksheet time: 5hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Welke functie heeft het celmembraan?

a)

Het celmembraan regelt alles wat er in de cel gebeurt

b)

Het celmembraan geeft stevigheid

c)

het celmembraan regelt de afgifte en opname van stoffen

2.

Wanneer je een huidcel en spiercel onder de microscoop bekijkt, zul je verschil zien tussen het aantal mitochondriën in de huidcel en het aantal mitochondriën in de spiercel.

In welke cel zullen er meer mitochondriën voorkomen?

a)

in de huidcellen

b)

in de spiercellen

3.

In de afbeelding zie je een zeeslak. Als een zeeslak stilligt op een vaste ondergrond, zou hij voor een plant kunnen worden aangezien. Om zeker te weten of een organisme een plant of een dier is, worden cellen van de zeeslak door een microscoop bekeken. Bij die cellen blijkt een deel te ontbreken dat wel bij plantencellen voorkomt.

Welk deel ontbreekt bij de cellen van de zeeslak?

a)

een celkern

b)

een celmembraan

c)

een celwand

4.

Hoe heet de vloeistof in een cel?

a)

vocht

b)

celplasma (cytoplasma)

c)

water

d)

mitochondrien

5.

Welk celorganel regelt alles wat er in de cel gebeurt?

a)

bladgroenkorrels

b)

celkern

c)

vacuole

d)

celwand

6.

Hoe heet onderdeel 4?

a)

celkern

b)

celwand

c)

vacuole

d)

bladgroenkorrels

7.

in welk celorganel vindt fotosynthese plaats?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

8.

Welk onderdeel bestaat uit tussencelstof?

a)

1

b)

3

c)

6

d)

4

9.

De volgende bewering wordt over de celwand gedaan: Een celwand behoort tot de cel.

Is deze bewering juist of onjuist?

a)

juist

b)

onjuist

10.

Als een aardbei rijp wordt, verandert de kleur van groen naar rood (zie afbeelding).

Welke verandering vindt er dan in de cellen van de aardbei plaats?

a)

de vacuole neemt steeds meer kleurstofkorrels op

b)

de bladgroenkorrels gaan over in kleurstofkorrels

c)

rode kleurstoffen worden opgeslagen in de celwand

11.

In de afbeelding zie je een oog. Het gekleurde deel van het oog heet de iris.

Bevat een cel in de iris 46 chromosomen?

a)

ja

b)

nee

12.

Hebben alle organismen hetzelfde aantal chromosomen in hun celkernen?

a)

ja

b)

nee

13.

Uit welke stof bestaan chromosomen?

a)

celkern

b)

DNA

c)

eiwitten

d)

bladgroenkorrels

14.

Bepaalde delen van het DNA van een mens bevatten informatie over de stoffen die de kleur van de ogen bepalen.

Waar bevindt zich dit DNA in een cel?

a)

in de celkern

b)

in het cytoplasma

15.

Bekijk de afbeelding. Daarin zie je een stuk DNA met de basen in verschillende kleuren weergegeven. Elke kleur stelt een base voor, namelijk A, C, G of T. Niet alle combinaties van basen zijn mogelijk.

Welke twee letters horen steeds bij elkaar?

a)

A - G

T - C

b)

A - C

T - G

c)

A - T

C - G

16.

Bodybuilders hebben een gespierd lichaam.

Is het hebben van zo'n gespierd lichaam een erfelijke eigenschap?

a)

Ja

b)

nee

17.

Jasper en Noah bekijken klaargemaakte preparaten van spiercellen en zenuwcellen. Het valt hen op dat de cellen er erg verschillend uitzien. Jasper zegt dat dit komt doordat spiercellen en zenuwcellen verschillende genen hebben. Noah zegt dat dit komt doordat bij spiercellen andere genen actief zijn dan bij zenuwcellen.

Wie heeft gelijk?

a)

Jasper

b)

Noah

18.

Joris en Sem bekijken klaargemaakte preparaten van levercellen en huidcellen van een koe. Het valt hen op dat de cellen er erg verschillend uitzien. Joris zegt dat de levercellen en huidcellen dezelfde chromosomen hebben, maar dat bij levercellen een ander deel van de chromosomen actief is dan bij huidcellen. Sem zegt dat dit komt doordat levercellen en huidcellen verschillende chromosomen hebben.

Wie heeft gelijk?

a)

Joris

b)

Sem

c)

Allebei gelijk

d)

Allebei ongelijk