wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ademhaling herhaling

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Binnenin de neus is slijmvlies aanwezig maar geen trilhaartjes. Dit in tegenstelling tot de luchtpijp waar er wel trilhaartjes aanwezig zijn.

a)

waar

b)

niet waar

2.

De latijnse naam voor keelholte is :

a)

larynx

b)

farynx

c)

trachea

3.

De latijnse naam voor strottenhoofd is :

a)

larynx

b)

farynx

c)

trachea

4.

De latijnse naam voor luchtpijp is :

a)

larynx

b)

farynx

c)

trachea

5.

Net zoals de aorta abdominalis heeft ook de luchtpijp een bifurcatie naar de beide longen toe.

a)

waar

b)

niet waar

6.

De plaats waar de hoofdbronchus en de grote bloedvaten de long ingaat, noemt met de longhilus.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Trilhaartjes zijn heel belangrijk in verband met het verplaatsen van de slijmen vanuit de luchtpijp naar de keel toe. Dit om zo de slijmen te kunnen ophoesten.

a)

waar

b)

niet waar

8.

In de longen hebben we longblaasje of ook alveolen genoemd. De longblaasjes zijn omgeven door capillairen. Op deze plaats gebeurt de gasuitwisseling van O2 en CO2 daar zowel de alveolen als de capillairen doorlaatbaar zijn .

a)

waar

b)

niet waar

9.

Diffusie is gebaseerd op concentratieverschil. Dit betekent dus dat :

a)

als de O2 concentratie in het bloed ter hoogte van de capillairen rondom de alveolen hoger is dan in de alveolen, de O2 zich vanuit de alveolen naar het bloed verplaatst.

b)

als de concentratie van CO2 in het bloed ter hoogte van de capillairen laag is, dit ervoor zorgt dat de O2 zich verplaatst vanuit de alveolen naar het bloed.

c)

als de concentratie van O2 in de alveolen hoger is dan in het bloed ter hoogte van de capillairen, het O2 gehalte zich vanuit de alveolen naar het bloed zal verplaatsen.

10.

Bij de buikademhaling gaat bij de inademing het diafragma naar beneden en duwt zo de inhoud van de buik naar voor. Bij het inademen zie je dus de buik uitzetten.

a)

waar

b)

niet waar

11.

Als we slikken kunnen we de opwaartse beweging van de slokdarm voelen (met de hand ter hoogte van de keel).

a)

waar

b)

niet waar

12.

waar ligt het ademhalingscentrum?

a)

in de hersenstam

b)

in de nervus vagus

c)

in de aortaboog

d)

in de frontale cortex

13.

de linkerlong bestaat uit hoeveel kwabben?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

14.

de scheiding tussen de bovenste- en onderste luchtwegen ligt ter hoogte waarvan?

a)

strotklepje

b)

keelholte

c)

middenrif

d)

stembanden

15.

welke stelling is juist:

1- longvlies= pleura visceralis

2- borstvlies= pleura pariëtalis

a)

1 is juist, 2 is onjuist

b)

1 is onjuist, 2 is juist

c)

1 is onjuist, 2 is onjuist

d)

1 is juist, 2 is juist

16.

wat is de juiste volgorde vanuit de mond gezien?

1- bronchioli.

2- alveoli.

3- trachea.

4- bronchus.

a)

1, 2, 3, 4

b)

4, 2, 1, 3

c)

3, 1, 2, 4

d)

3, 4, 1, 2

17.

wat is diffusie?

a)

doorbloeding van de weefsels

b)

gasuitwisseling

c)

luchtverplaatsing

d)

verzadiging van het bloed

18.

wat is perfusie?

a)

doorbloeding van de weefsels

b)

luchtverplaatsing

c)

gasuitwisseling

d)

verzadiging van het bloed

19.

wat is ventilatie?

a)

doorbloeding van de weefsels

b)

gasuitwisseling

c)

luchtverplaatsing

d)

verzadiging van het bloed

20.

waar bevinden zich de chemosensoren die de ademhaling regelen d.m.v. de pH en CO2 meting? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

aortaboog

b)

longen

c)

halsslagader

d)

hersenstam

e)

trachea