wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijdvak 6 paragraaf 1 + 2

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Waarom zijn verslechterde landbouwomstandigheden in de Nederlanden oorzaak van de Oostzeehandel?

a)

Door de stijging van grondwater moest er meer graan worden verbouwd die werd verhandeld met de Oostzee

b)

Door het ontstaan van rundveehouderij rond de Oostzee ontstond er een winstgevende handel met de Nederlanden

c)

Door de stijging van grondwater moesten producten van rundveehouderrij worden ontwikkeld die werd verhandeld met de Oostzee

d)

Door het ontstaan van graanteelt rond de Oostzee ontstond er een winstgevende handel met de Nederlanden

2.

Waarom is de stapelmarkt een voorbeeld van handelskapitalisme?

a)

Door goederen op te slaan werd er geïnvesteerd in nieuwe pakhuizen

b)

Door goederen op te slaan en te verhandelen tegen de hoogste prijs werd er winst gemaakt

c)

Door goederen op te slaan en te investeren in nieuwe schepen werd er winst gemaakt

d)

Door goederen op te slaan en te verhandelen tegen de laagste prijs werd er winst gemaakt

3.

Waarom wordt de term moedernegotie gebruikt?

a)

Dit is de Oostzeehandel die de oorzaak was van de welvaart van de Republiek

b)

Dit is de handel met Azië die de oorzaak was van de welvaart van de Republiek

c)

Dit is de handel met Amerika die de oorzaak was van de welvaart van de Republiek

d)

Dit is de handel met het Midden Oosten die de oorzaak was van de welvaart van de Republiek

4.

Waarom waren de ontdekkingsreizen van de Republiek een gevolg van de moedernegotie?

a)

Door de moedernegotie ontstond er behoefte aan avontuur

b)

Door de moedernegotie ontstond er behoefte aan koloniën

c)

Door de moedernegotie ontstond er ruimte aan investeringen in wetenschap

d)

Door de moedernegotie ontstond er ruimte aan investeringen in nieuwe handel

5.

Wat is de oorzaak voor het stichten van de VOC

a)

Toenemende behoefte aan controle over de handel

b)

Dalende prijzen door onderlinge concurrentie

c)

Stijgende prijzen door onderlinge concureentie

d)

Toenemende behoefte aan vrijhandel

6.

In de Republiek had de raadspensionaris veel macht omdat:

a)

Hij de vertegenwoordiger is van de adel

b)

Hij de vertegenwoordiger is van de kerk

c)

Hij de vertegenwoordiger is van de rijke burgerij

d)

Hij de vertegenwoordiger is van de koning

7.

Het conflict tussen Maurits en Van Oldenbarnevelt was in de kern een conflict tussen:

a)

katholieken en protestanten

b)

burgerij en adel

c)

Holland en Zeeland

d)

prinsgezinden en koningsgezinden

8.

In 1648 werd de Republiek erkend als een soevereine staat. Hiermee wordt bedoeld dat:

a)

de Staten-Generaal de bisschoppen benoemt

b)

de Staten-Generaal het hoogste gezag heeft

c)

Andere landen de Republiek als zelfstandig erkennen

d)

Andere landen de Republiek als onderdeel van het Duitse rijk erkennen

9.

Met het droit divin wordt bedoeld:

a)

De vorst heeft het recht om te regeren van God gekregen en is daarom alleen aan Hem verantwoording schuldig

b)

De vorst heeft het recht om recht te spreken en dit van God gekregen

c)

De vorst heeft het recht om bisschoppen te benoemen en aan te stellen

d)

De vorst heeft het recht om zelfstandig een leger aan te voeren

10.

Waarom past het mercantilisme goed bij het absolutisme?

a)

Het mercantilisme bevordert vrijhandel en dat past bij absolutisme

b)

Het mercantilisme beschermt de eigen economie en dat past bij absolutisme

c)

Het mercantilisme bevordert de concurrentie in de wereldhandel en dat past bij absolutisme

d)

het mercantilisme bevordert de nijverheid in andere landen en dat past bij absolutisme